Banner Beheercommissie Natuur LSO - Vilda / Yves Adams - Groot Rietveld

Leefgebieden

Dit hoofdstuk bespreekt de verschillende tot doel gestelde leefgebieden of habitattypes op Linkerscheldeoever. Per leefgebied vindt u een overzicht van de gebieden, en het voorkomen en de evolutie van de bijhorende broedvogels.

Dit natuurtype wordt omschreven als bestaande uit 3/4 riet en 1/4 plas. Deze verhouding geldt als richtwaarde. Dit natuurtype is binnen dit SBZ vooral van belang voor rietvogels en reigerachtigen.

Dit natuurtype  wordt omschreven als bestaande uit 3/4 plas en 1/4 oever. Deze verhouding geldt als richtwaarde. Er is niet vastgelegd welk type van vegetatie op de oevers moet voorkomen. Er wordt van uitgegaan dat dit deels rietoevers en deels grazige oevers zijn. Dit natuurtype is binnen dit SBZ vooral van belang voor eendachtigen en watervogels, zowel als broedgebied als voor...

Lees verder

Het slik is het gedeelte van de oever dat bij elke vloed overspoelt. Slechts weinig planten kunnen in deze omstandigheden groeien. Eenden en steltlopers fourageren er op wormen, krabben en kreeftjes. Bij ieder getij wordt een dun laagje slib afgezet waardoor slikken opslibben en langzamerhand boven de hoogwaterlijn uitsteken.

Schorren overspoelen enkel bij...

Lees verder

Dit natuurtype omvat natte graslanden, waar optimaal de watertafel in het broedseizoen slechts 25 cm beneden het maaiveld staat. Dit natuurtype is binnen dit SBZ vooral van belang als broed- en foerageergebied voor weidevogels, als rust- en overwinteringsgebied voor ganzen en watervogels, als beschermd en ideaal habitat voor zoutminnende planten (1330-Atlantische schorren (Glauco-...

Lees verder

Dit natuurtype wordt omschreven als bestaande uit zandvlakte, eventueel met pionierbegroeiing, gecombineerd met plassen. Het omvat met andere woorden de allereerste ontwikkelingsstadia op zandige grond. Onder pioniervegetatie verstaan we de eerste kolonisatiestadia van planten, waarbij open grond tussen de begroeiing duidelijk aanwezig blijft. Plassen in dit natuurtype bestaan minstens...

Lees verder

Het havenlandschap herbergt nog belangrijke aantallen broedvogels. Deze locaties zijn niet duurzaam en zullen bij de verdere voorziene havenontwikkeling verdwijnen. Tegen dan moet er binnen de natuurbestemmingen voldoende functioneel leefgebied voor deze soorten beschikbaar zijn. Het havengebied blijft echter van belang voor een aantal soorten zoals Rugstreeppad en Groenknolorchis d...

Lees verder

In het polderlandschap komen nog zeer weinig soorten effectief tot broeden. De waterhuishouding en de periode waarin de grond bewerkt wordt zijn er afgestemd op de landbouw. Door het gebruik van pesticiden is er weinig voedsel aanwezig. Voor bepaalde oppervlaktebehoevende soorten zoals Bruine Kiekendief kan een (op vrijwilligheid gebaseerde) verhoging van de biodiversiteit en het...

Lees verder