Banner Beheercommissie Natuur LSO - Vilda / Yves Adams - Groot Rietveld

Habitats

Dit hoofdstuk bespreekt de verschillende tot doel gestelde habitattypes op Linkerscheldeoever. Per habitat wordt ook het voorkomen en de evolutie van de bijhorende broedvogels besproken.

Het habitattype 'Riet en water' wordt omschreven als bestaande uit 3/4 riet en 1/4 plas. Deze verhouding geldt als richtwaarde.

Het habitattype strand en plas wordt omschreven als bestaande uit zandvlakte, eventueel met pionierbegroeiing, gecombineerd met plassen. Het omvat met andere woorden de allereerste ontwikkelingsstadia op zandige grond. Onder pioniervegetatie verstaan we de eerste kolonisatiestadia van planten, waarbij open grond tussen de begroeiing duidelijk aanwezig blijft. Plassen in dit habitattype bestaan...

Lees verder

Het habitattype “Plas en Oever” wordt omschreven als bestaande uit 3/4 plas en 1/4 oever. Deze aandelen zijn richtwaarden. Er is niet vastgelegd welk type van vegetatie op de oevers moet voorkomen. Er wordt van uitgegaan dat dit deels rietoevers en deels grazige oevers zijn.

Het slik is het gedeelte van de oever dat bij elke vloed overspoelt. Slechts weinig planten kunnen in deze omstandigheden groeien. Eenden en steltlopers fourageren er op wormen, krabben en kreeftjes. Bij ieder getij wordt een dun laagje slib afgezet waardoor slikken opslibben en langzamerhand boven de hoogwaterlijn uitsteken. Ze overstromen niet meer bij ieder getij, het zijn nu schorren.

... Lees verder

Het habitattype weidevogelgebied omvat natte graslanden, waar optimaal de watertafel in het broedseizoen slechts 25 cm beneden het maaiveld staat.