Strand en plas

Het habitattype strand en plas wordt omschreven als bestaande uit zandvlakte, eventueel met pionierbegroeiing, gecombineerd met plassen. Het omvat met andere woorden de allereerste ontwikkelingsstadia op zandige grond. Onder pioniervegetatie verstaan we de eerste kolonisatiestadia van planten, waarbij open grond tussen de begroeiing duidelijk aanwezig blijft. Plassen in dit habitattype bestaan minstens voor een deel uit ondiep water. Er is geen verhouding tussen de verschillende delen vastgelegd, maar ze moeten allen wel aanwezig zijn. De optimale verhouding verschilt sterk van doelsoort tot doelsoort, en kan dus best ook variëren. Zo heeft Kluut duidelijk meer behoefte aan de onmiddellijke nabijheid van ondiep water dan bijvoorbeeld Visdief, en verkiest Zwartkopmeeuw als nestplaats een vegetatie die al iets verder ontwikkeld en droger  is dan Kokmeeuw.

2012 broedvogels Strand en plas LSO

Er was slechts één grote kolonie van Visdief en dit op Putten Plas. Op de werf van de Potpolder van Lillo (Rechteroever) was er dit jaar echter ook een kolonie met 55 à 60 nesten. Putten plas was ook het belangrijkste gebied voor Strandplevier (9 territoria), Kleine Plevier (9 territoria) en Steltkluut (1 territorium). Voor de Kluut (52 territoria) werden enkel in het nieuw ingerichte Prosperpolder Noord hogere aantallen gehaald, zijnde 130 territoria.

2015 broedvogels Strand en plas en LSO

Kluut haalt net 200 territoria. Met Lillo, op de rechteroever, erbij zelfs 235, wat net iets meer is dan het topjaar 2013. Over de volledige monitoringperiode heen zien we dat de aantallen vooral schommelen, maar een duidelijke stijging van de populatie is er vooralsnog niet. De bijdrage van gebieden buiten het MMHA is wel kleiner geworden. Predatie, altijd een belangrijke verliesoorzaak bij zowel nesten als pulli van Kluten, had een wisselend effect in de gebieden. In Prosperpolder Noord gingen alle legsels verloren.

2012 habitatontwikkeling Strand en plas LSO

Pioniersituaties met open zand in combinatie met waterpartijen zijn in Linkeroever vooral aanwezig in pas opgespoten gebieden en op werfterreinen. Onder coördinatie van de beheercommissie wordt er sinds 2005 voor gezorgd dat steeds 200 hectare van dit habitattype beschikbaar en verstoringsvrij is tijdens het broedseizoen. Plassen in deze gebieden zijn meestal door regenwater gevoed en tijdelijk van aard. De neerslaghoeveelheid in het voorjaar bepaalt dus sterk in welke mate plassen aanwezig blijven gedurende het broedseizoen.

Strand en plas

Het habitattype strand en plas wordt omschreven als bestaande uit zandvlakte, eventueel met pionierbegroeiing, gecombineerd met plassen. Het omvat met andere woorden de allereerste ontwikkelingsstadia op zandige grond. Onder pioniervegetatie verstaan we de eerste kolonisatiestadia van planten, waarbij open grond tussen de begroeiing duidelijk aanwezig blijft. Plassen in dit habitattype bestaan minstens voor een deel uit ondiep water. Er is geen verhouding tussen de verschillende delen vastgelegd, maar ze moeten allen wel aanwezig zijn.