Plas en oever

Dit natuurtype  wordt omschreven als bestaande uit 3/4 plas en 1/4 oever. Deze verhouding geldt als richtwaarde. Er is niet vastgelegd welk type van vegetatie op de oevers moet voorkomen. Er wordt van uitgegaan dat dit deels rietoevers en deels grazige oevers zijn. Dit natuurtype is binnen dit SBZ vooral van belang voor eendachtigen en watervogels, zowel als broedgebied als voor overwinterende en doortrekkende soorten.

2012 broedvogels Plas en oever LSO

De eendensoorten Krakeend, Kuifeend en Tafeleend haalden beduidend hogere aantallen dan voordien. Voor Krakeend en Kuifeend zijn vooral Putten West en Doelpolder Noord belangrijk, voor Tafeleend zijn dit meer de klassieke plasgebieden en rietgebieden.

Zomertaling blijft in het gebied aanwezig, opnieuw met zeven territoria.

Geoorde Fuut steeg weer licht.

2012 habitatontwikkeling Plas en oever LSO

Door de inrichting van de Zoetwaterkreek, de Brakke kreek en Drijdijck zijn er vanaf 2007 grote plasgebieden bijgekomen. Later volgden ook de tijdelijke inrichtingen in Prosperpolder Noord, de inrichting van het Rietveld Kallo en, welliswaar kleinschaliger, Spaans Fort. Dit alles leidde tot een duidelijke toename van het habitat Plas en Oever op de Linkerscheldeoever.

Voor Plas en Oever is de compensatie voldaan door aanleg van Drijdijck en opname van de Verrebroekse Plassen in de compensatiegebieden.