Roerdomp

Aantalsverloop

natuurdoelen (ev. vork)

duurzame natuurbestemmingen (MMHA)

overige gebieden (haven, tijdelijk,...)

Verspreidingskaart

De Roerdomp is een middelgrote lichtbruine reiger met een relatief korte nek. Op de bovendelen heeft hij een ingewikkeld patroon van zwarte V-vormige tekeningen op een lichtbruine grondkleur. Op de onderdelen is hij lichter met duidelijkere lengtestrepen. In vlucht ziet hij er plomp uit met brede vleugels en korte en vooral niet gebogen nek. De zang, gegeven in de broedgebieden, bestaat uit een diep keelgeluid dat aan een misthoorn doet denken.

Groep: Broedvogels > habitat: Riet en water 

Bescherming: Bijlage 1: ja - Bijlage 4: nee - Rode lijst:  nee

Natuurdoel:   tot  

Monitoringsresultaten

De Roerdomp liet zich, na een topjaar in 2013, in 2014 nog nauwelijks horen op Linkeroever. Na een vorstloze winter vielen we weer terug op 1 territorium houdend mannetje. Nochtans zou je onder die omstandigheden het omgekeerde verwachten.
In 2015 was er één territorium in het Groot Rietveld dat tot een geslaagd broedgeval leidde. Daarnaast werd een zingende vogel achtereenvolgens genoteerd op de Verrebroekse Plassen en de Haasop. In het aangrenzende deel van de Steenlandpolder werden meerdere zichtwaarnemingen verricht. De kans is groot dat dit allemaal om dezelfde vogel ging die als territorium werd toegewezen aan de Verrebroekse Plassen. Dit op basis van het criterium van een zingende vogel tussen 1 april en 10 juni. Meer van hetzelfde in 2016: een territorium in het Groot Rietveld en 1 op de Verrebroekse Plassen. Waarbij dat laatste weer werd toegekend op basis van hetzelfde criterium hoewel het er alle schijn van had dat het net zoals vorig jaar weer een zwervende vogel betrof.
Sinds het begin van de monitoring is het Groot Rietveld het enige gebied dat bevestigt voor deze soort. Daarnaast waren er territoria op de Verrebroekse Plassen (2004 tot 2006, 2015 en 2016) en een territorium op de Haasop (2007 en 2013), naast nog wat verschijningen in andere gebieden tijdens het broedseizoen van mogelijks niet-territoriale vogels.

De Roerdomp liet zich, na een topjaar in 2013, in 2014 nog nauwelijks horen op Linkeroever. Ondanks een vorstloze winter vielen we weer terug op 1 territorium houdend mannetje. Onder die omstandigheden zou men eerder het omgekeerde verwachten. In 2015 was er één territorium in het Groot Rietveld dat tot een geslaagd broedgeval leidde. Daarnaast werd een zingende vogel achtereenvolgens genoteerd op de Verrebroekse Plassen en de Haasop. In het aangrenzende deel van de Steenlandpolder werden meerdere zichtwaarnemingen verricht. De kans is groot dat dit allemaal om dezelfde vogel ging die als territorium werd toegewezen aan de Verrebroekse Plassen, op basis van het criterium van een zingende vogel tussen 1 april en 10 juni.
Sinds het begin van de monitoring is het Groot Rietveld het enige gebied waar Roerdomp bijna jaarlijks territoriumhoudend is. Daarbuiten was er een territorium op de MIDAS in 2004 (voor de opspuiting), een territorium op de Verrebroekse Plassen van 2004 tot 2006 en een een territorium op de Haasop in 2007 en 2013, naast nog wat verschijningen in andere gebieden tijdens het broedseizoen van mogelijks niet-territoriale vogels.

Deze soort broedde in 2002 voor het eerst in het gebied (Groot Rietveld). Na de aanwezigheid van twee territoriale, maar vermoedelijk solitaire mannetjes in 2012, werden in 2013 4 territoria opgetekend. Het betrof 3 territoria in het Groot Rietveld en 1 in de Haasop. Op deze laatste plaats, waar naast de zingende vogel zeker een tweede vogel aanwezig was, werd het gebied na enkele weken van zangactiviteit wel verlaten. Dit vermoeden kwam tot stand door het uitblijven van vervolgwaarnemingen én het kortstondig opduiken van een 4de territoriaal mannetje op het Groot Rietveld (waarneming buiten de inventarisatierondes). Op het Groot Rietveld werden uitgevlogen jongen gezien van de Roerdomp zodat gesteld kan worden dat het minstens om één geslaagd broedgeval ging. Volgens de literatuur hebben Roerdompen te lijden onder strenge winters. Zowel het aantal vorst- als sneeuwdagen zijn hier van belang. Deze kunnen met name populaties sterk reduceren en lokale extinctie veroorzaken (Cormont et al., 2012). Het is dan ook opmerkelijk dat we weer 4 territoria scoren na een opeenvolging van vier strenge winters.

overig (geen duurzame bestemmingen)
2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016
niet in natuurbeheer 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
haven/industrie/infrastructuur 2 1 1 1 1
haven/industrie/infrastructuur 0
niet in natuurbeheer 0
TOTAAL 2 1 1 1 1
MMHA (duurzame natuurbestemmingen)
2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016
natuurkerngebied 1 0 0 1 1 3 2 0 0 2 3 1 01 1
ecologische infrastructuur 1 1 0 0
niet in natuurbeheer
overig natuurgebied 0 0
ecologische infrastructuur met kwaliteitsdoelstelling 0 0
niet in natuurbeheer 0
niet in natuurbeheer 0
TOTAAL 1 1 2 3 2 2 4 1 1 1

Bladeren in het hoofdstuk 'Monitoring"