Banner Beheercommissie Natuur LSO - Vilda / Yves Adams - Groot Rietveld

Lepelaar

Aantalsverloop

natuurdoelen (ev. vork)

duurzame natuurbestemmingen (MMHA)

overige gebieden (haven, tijdelijk,...)

Verspreidingskaart

Een onmiskenbare witte reigerachtige met een lange, platte lepelvormige snavel en zwarte poten. In broedkleed heeft de Lepelaar een opvallende kuif, een gele borstband en geel op het uiteinde van de snavel. Jonge vogels hebben een roze snavel, geen kuif en zwarte vleugeltippen. In vlucht zie je de lange gestrekte hals en een stijve vleugelslag.

Groep: Broedvogels > habitat: Plas en oever 

Bescherming: Bijlage 1: ja - Bijlage 4: nee - Rode lijst:  nee

Natuurdoel:   tot  

Monitoringsresultaten

In 2014 waren er slechts 15 nesten van de Lepelaar in de kolonie. Met het heel warme voorjaar, zoals in 2011, kon meer verwacht worden. Het broedsucces bedroeg in 2014 1.6 uitgevlogen jongen per broedpaar. In 2015 klokten we af op 21 nesten met een broedsucces van 1.9. Sinds de vestiging van de kolonie in 2003 kwamen hier van 214 nesten al 367 jongen groot. Dat geeft een gemiddeld broedsucces van 1.7 uitgevlogen jongen per nest.

Na een tiental jaren van ‘rijpen’, zijn de weidevogelgebieden vaste foerageerplaatsen geworden voor de Lepelaars. Dagelijks zijn er groepjes waar te nemen in Drijdijck, Putten West en Doelpolder Noord. In het voorjaar zijn dat de adulte broedvogels waarvan de partner op het nest zit. Na het uitvliegen van de jongen verhuizen hele gezinnen naar deze gebieden en de aanliggende slikken van de Schelde. Hier worden ze dan vergezeld door Lepelaars uit de grote regio zodat, met name in Doelpolder Noord, zomergroepen van vele tientallen exemplaren wekenlang te zien zijn. Op basis van de kleurringen blijken familietjes ook stroomopwaarts langs de Schelde uit te zwermen naar Blokkersdijk, Willebroek, Wintam en Kruibeke. In sommige gevallen leek dat zelfs op daguitstappen waarbij ze ’s avond weer in het broedgebied aanwezig waren. Tot slot dient nog altijd benadrukt te worden dat het Verdronken land van Saeftinghe een belangrijk foerageergebied blijft voor onze Lepelaars. Wellicht van levensbelang voor deze kleine populatie.

<p>In 2014 waren er slechts 15 nesten van de Lepelaar in de kolonie. Met het heel warme voorjaar, zoals in 2011, kon meer verwacht worden. Het broedsucces bedroeg 1.6 uitgevlogen jongen per broedpaar. Dat is heel dicht bij het gemiddelde van 1,7. Sinds de vestiging van de kolonie in 2003 kwamen hier van 193 al 328 jongen groot.</p>
<p>Na een tiental jaren van ‘rijpen’, zijn de weidevogelgebieden vaste foerageerplaatsen geworden voor de Lepelaars. Dagelijks zijn er groepjes waar te nemen in Drijdijck, Putten West en Doelpolder Noord. In het voorjaar zijn dat de adulte broedvogels waarvan de partner op het nest zit. Na het uitvliegen van de jongen verhuizen hele gezinnen naar deze gebieden en de aanliggende slikken van de Schelde. Hier worden ze dan vergezeld door Lepelaars uit de grote regio zodat, met name in Doelpolder Noord, zomergroepen van vele tientallen exemplaren wekenlang te zien zijn. Tot slot dient nog altijd benadrukt te worden dat het verdronken land van Saeftinghe een belangrijk foerageergebied blijft voor onze Lepelaars. Wellicht van levensbelang voor deze kleine populatie.</p>

overig (geen duurzame bestemmingen)
2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015
niet in natuurbeheer 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
haven/industrie/infrastructuur 1 5 11 14 19 19 18 20 32 19 20 15 21
TOTAAL 1 5 11 14 19 19 18 20 32 19 20 15 21
MMHA (duurzame natuurbestemmingen)
2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015
natuurkerngebied 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
ecologische infrastructuur 0
niet in natuurbeheer
overig natuurgebied 0
ecologische infrastructuur met kwaliteitsdoelstelling 0
TOTAAL

Bladeren in het hoofdstuk 'Monitoring"