Banner Beheercommissie Natuur LSO - Vilda / Yves Adams - Groot Rietveld

Bruine Kiekendief

Aantalsverloop

natuurdoelen (ev. vork)

duurzame natuurbestemmingen (MMHA)

overige gebieden (haven, tijdelijk,...)

Verspreidingskaart

Eén van onze grootste roofvogels, ongeveer even groot als de Buizerd. In zweefvlucht worden de vleugels in een duidelijke V gehouden en valt de lange staart op. Het mannetje heeft een bruin lichaam, grijze staart en grijze vleugels met zwarte toppen. Het wijfje is bruin met gele kop, schouders en borstvlek. Jonge vogels zijn volledig donkerbruin met gele kop. In de lente vliegt het mannetje hoog boven het territorium en laat hij hierbij een hoge, vrij onopvallende roep horen.

Groep: Broedvogels > habitat: Riet en water 

Bescherming: Bijlage 1: ja - Bijlage 4: nee - Rode lijst:  nee

Natuurdoel: 28  tot  33

Monitoringsresultaten

De Bruine Kiekendief blijft het zorgenkind van het Linkerscheldeoevergebied. In 2014 en 2015 kunnen we net zoals in 2013 besluiten tot 7 territoria. De populatie is sinds het begin van de monitoring sterk gedaald.

In 2014 was de verspreiding: 2 territoria in het Groot Rietveld en telkens 1 in de Haasop, Ketenisse, de Grote Geule, het Schor Ouden Doel en de Steenlandpolder. Voor 2015 was dit: 3 in het Groot Rietveld en 2 op de Haasop, 1 op zowel Ketenisseschor als het Schor Ouden Doel.

Op het Groot Rietveld werden in 2015 bij minstens 2 nesten uitgevlogen jongen vastgesteld (3 en 1).Op de Haasop ging het over één mannetje dat twee wijfjes met elk een nest had. Minstens één nest was succesvol met 2 uitgevlogen jongen. Op het Schor Ouden Doel was er een paar met nest waarbij een tweede wijfje aansloot dat ook naar datzelfde nest ging. Hier werden geen uitgevlogen jongen gezien. Dit tweede wijfje was een gemerkte vogel die in 2012 geboren werd te Sint-Jan-in-Eremo. Op Ketenisse werd vrijwel zeker niet gebroed. De kans is reëel dat de waarnemingen hier betrekking hebben op een broedpaar van de schorren op de Rechteroever.

Bruine Kiekendief kent een sterk dalende trend sinds het begin van de monitoring. Ook internationaal deed Bruine Kiekendief het in dezelfde periode niet goed. De daling in de Waaslandhaven is echter sterker dan de internationale trend. Hiervoor kunnen verschillende mogelijke oorzaken worden aangewezen. Enerzijds werden een aantal gebieden waar de soort broedde intussen ingenomen voor havenactiviteiten. Anderzijds raakte ook het resterend havengebied meer en meer versnipperd, en daalden zowel het aantal kwalitatieve broedplaatsen als de oppervlakte beschikbaar foerageergebied.

De Bruine Kiekendief blijft het zorgenkind van het Linkerscheldeoevergebied. In 2013 kunnen we besluiten tot 7 territoria: 2 in het Groot Rietveld, 2 in de Haasop en telkens 1 in de Grote Geule het Schor Ouden Doel en de Steenlandpolder. De twee broedgevallen in de Haasop en dat in het Schor Ouden Doel leidden niet tot uitgevlogen jongen. De andere 4 broedgevallen waren goed voor minstens 6 uitgevlogen jongen ( broedsucces van 1.5). Dit is eerder laag gezien het broedsucces van tientallen nesten in Vlaanderen en Zeeland in 2011 en 2012 rond 2.5 lag (mond. med. Anny Anselin). Het bepalen van het aantal uitgevlogen jongen gebeurde vanop afstand, niet door nestbezoeken. Er is dus een mogelijkheid dat het aantal uitgevlogen jongen onderschat werd.

We vermelden nog de herhaaldelijke, soms dagelijkse aanwezigheid van jagende Bruine Kiekendieven in de Doelpolder en de Prosperpolder waarvan de herkomst onduidelijk is. Hoewel niet uit te sluiten is dat daar ergens toch nog een broedgeval plaatsvindt (bv. in een graanveld), achten we de kans groot dat dit broedvogels zijn van buiten het gebied (Galgenschoor of Saeftinghe).  

Toetsing aan de natuurdoelen:

Bruine Kiekendief kent een sterk dalende trend sinds het begin van de monitoring. De soort haalt de IHD niet. Ook internationaal deed Bruine Kiekendief het in dezelfde periode niet goed. De daling in de Waaslandhaven is echter sterker dan de internationale trend. Hiervoor kunnen verschillende mogelijke oorzaken worden aangewezen. Enerzijds werden een aantal gebieden waar de soort broedde intussen ingenomen voor havenactiviteiten. Anderzijds raakte ook het resterend havengebied meer en meer versnipperd, en daalden zowel het aantal kwalitatieve broedplaatsen als de oppervlakte beschikbaar foerageergebied.

Gebied 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016
niet in natuurbeheer 3 11 6 8 4 3 1 1 2 1
Prosperpolder Noord
Groot Rietveld 4 4 3 3 3 4 2 2 2 3 2 2 3
Grote Geule 1 1 1 1 1 1 2 1 1
Haasop 4 6 6 5 2 2 2 3 1 2 1 2
Ketenisseschor 1 1 1 1 2 1 1
Opgespoten MIDA's 2 1
Putten Weiden 1 1
Schor Ouden Doel 4 2 3 2 2 2 2 2 2 1 1 1 1
Steenlandpolder 1 1 1 1 2 1 1 1
Verrebroekse Plassen 1 1 1 1
Drijdijck 1
Brakke Kreek
Doelpolder Noord
Gedempt deel Doeldok
GGG Doelpolder
Groenknolorchissite
Nieuw Arenbergpolder
Paardenschor
Polders van Kruibeke
Prosperpolder Zuid
Putten West
R2-vlakte
Rietveld Kallo
Spaans Fort
Vlakte van Zwijndrecht
TOTAAL 22 26 23 21 12 14 8 11 9 8 7 7 7
overig (geen duurzame bestemmingen)
2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015
niet in natuurbeheer 3 11 6 8 4 3 1 1 2 1 0 0
haven/industrie/infrastructuur 4 2 2 1 0
TOTAAL 7 13 8 9 4 3 1 1 2 1
MMHA (duurzame natuurbestemmingen)
2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015
overig natuurgebied 1 1 1 1 2 1 1
natuurkerngebied 9 6 8 6 6 6 4 5 5 6 4 4 04
ecologische infrastructuur 5 7 7 6 2 4 2 4 1 3 2 2
niet in natuurbeheer
ecologische infrastructuur met kwaliteitsdoelstelling 0
TOTAAL 15 13 15 12 8 11 7 10 7 7 7 7 7

Bladeren in het hoofdstuk 'Monitoring"