Broedvogels

Via de foto's vindt u een bespreking van de monitoringsresultaten per soort.

Soorten van bijlage I van de Vogelrichtlijn zijn gemarkeerd met:

1

Onder de foto's vindt u een overzichtstabel van broedaantallen en natuurdoelen.

Methodiek

De broedvogelinventarisatie richt zich op een lijst van onderzochte soorten die belangrijk zijn voor het gebied. Onderzochte soorten zijn alle soorten van de bijlage I van de vogelrichtlijn, aangevuld met een groep aandachtsoorten. Deze soorten werden mee opgenomen omwille van het belang van het studiegebied voor deze soort op Vlaamse schaal, hun voorkomen op de Rode lijst of omwille van de indicatieve waarde die deze soorten hebben voor de toestand van de belangrijke broedvogelhabitats en hun broedvogelgemeenschap. Alle soorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen zijn opgemaakt, of die belangrijk zijn voor het evalueren van de compensaties in het kader van het Nooddecreet werden mee in de lijst opgenomen.

De gehanteerde basismethode voor de inventarisatie van broedvogels is het opmaken van territoriumkaarten (Gyselings et al 2003, Spanoghe et al. 2003). Deze methode is een integrale telmethode, waarbij alle in het gebied aanwezige broedparen van de onderzochte soorten in kaart worden gebracht. Belangrijk is op te merken dat territoriums worden gekarteerd aan de hand van observatie van het gedrag van de vogels volgens gestandaardiseerde methoden (Hustings 1985). Er worden met andere woorden geen nesten gezocht. Dit is in vele gevallen niet mogelijk, en zou te verstorend zijn. Een uitzondering zijn koloniebroeders, waar wel nesten worden geteld. Vermits gedragsobservatie niet altijd met zekerheid kan aangeven of een soort effectief tot broeden komt, worden sommige aantallen ondergrenzen of bovengrenzen gerapporteerd.

Er kwamen in 2015 11 soorten broedvogels van de bijlage I tot broeden in het Vogelrichtlijngebied, waarvan 10 in de compensatiegebieden.