Banner Beheercommissie Natuur LSO - Vilda / Yves Adams - Groot Rietveld

Slik en schor

Het slik is het gedeelte van de oever dat bij elke vloed overspoelt. Slechts weinig planten kunnen in deze omstandigheden groeien. Eenden en steltlopers fourageren er op wormen, krabben en kreeftjes. Bij ieder getij wordt een dun laagje slib afgezet waardoor slikken opslibben en langzamerhand boven de hoogwaterlijn uitsteken.

Schorren overspoelen enkel bij springtij. Deze getijdenwerking veroorzaakt opslibbing op de ene plaats en erosie op de andere. De schorranden kunnen afkalven, centraal ontstaan geulen en tegelijk ontstaan nieuwe stukjes schor. Dit dynamisch milieu herbergt een aangepaste flora en fauna. Er groeien plantensoorten die een tijdelijke overstroming – zelfs met zout of brak water – goed verdragen. In het brakke deel van het estuarium herbergen deze gebieden de Europese habitattypes 1310 (slikken met zeekraal), 1320 (schorren met slijkgras) en 1330 (schorren). 

Binnen dit natuurtype kunnen drie subtypes worden onderscheiden met specifiek belang voor avifauna: Rietschor, Begraasd schor en Slikken met eilanden.

Gebieden van dit habitat

Gebied In Vogelrichtlijngebied In Habitatrichtlijngebied In natuurbeheer Tijdelijke natuur Compensatiedossier
Brakke Kreek ja nee Deurganckdokproject
Doelpolder Noord ja nee Deurganckdokproject
GGG Doelpolder ja nee
Ketenisseschor ja ja nee Noordzeeterminal
Paardenschor ja ja nee Deurganckdokproject
Polders van Kruibeke ja nee Deurganckdokproject
Prosperpolder Noord ja nee
Schor Ouden Doel ja ja nee