Banner Beheercommissie Natuur LSO - Vilda / Yves Adams - Groot Rietveld

Realisatie van de gunstige staat van instandhouding

Uit de monitoring blijkt dat de Europese natuurdoelen (IHD) voor het Linkerscheldeoevergebied voor de meeste soorten nog niet gehaald worden. De Speciale Beschermingszones op LSO bevinden zich momenteel nog ver verwijderd van een zogenaamde ‘gunstige staat van instandhouding’. Dankzij het compensatieplan kon vermeden worden dat de bouw van het Deurganckdok deze met de jaren opgelopen achterstand nog zo vergroten.

Een belangrijk basisprincipe van het Strategisch Plan voor de haven van Antwerpen en het Geactualiseerd Sigmaplan is het proactief realiseren van de Europese natuurdoelen voor LSO in hoogwaardige natuurkerngebieden en zo de gunstige staat van instandhouding te bereiken, volledig onafhankelijk van terreinen voorzien voor haveninbreiding, -uitbreiding of landbouwactiviteiten. In deze situatie veroorzaken de in diezelfde plannen voorziene economische ontwikkelingen geen negatieve impact meer op de natuurwaarden. Zo voldoet Vlaanderen ten laatste tegen 2030 aan de uiteindelijke hoofdopdracht van de Europese richtlijnen, en kan de eerder rechtsonzekere, tijdrovende en als uitzondering bedoelde compensatieprocedure vermeden worden.

In overleg met de haven-, landbouw- en natuursector werd een praktische fasering of werkplanning uitgewerkt die ervoor zorgt dat de realisatie van natuur systematisch vooruitloopt op de geplande havenontwikkeling en dat de meest landbouwgevoelige zones zo lang mogelijk in landbouwgebruik kunnen blijven. De ruimtelijke afbakening in het GRUP heeft de voorbije jaren echter vertraging opgelopen. Daardoor geraken de mogelijkheden om binnen de bestaande bestemmingen oplossingen te zoeken uitgeput en dreigen grote op stapel staande havenprojecten vertraging op te lopen.

Om te garanderen dat de natuurkernstructuur proactief en systematisch gerealiseerd kan worden, en te vermijden dat verdere innames door havenontwikkeling een terugval in de populaties zouden veroorzaken, is het van groot belang dat de vooropgestelde fasering zo goed mogelijk gerespecteerd wordt in de realisatie.

Voorts dient er op gewezen te worden dat een maximale inrichting en optimale werking van de natuurkerngebieden nodig is om de vooropgestelde natuurdoelstellingen te halen. De dichtheden aan broedvogels waarmee gerekend wordt, zijn optimistisch en maximaal ingeschat. Het GRUP voorziet ook reserve-natuurgebieden (fase II), te ontwikkelen indien de doelen niet gehaald worden tegen 2028. Alle betrokken partijen streven er echter naar om de oppervlakteinname zo klein mogelijk te houden en deze gebieden niet te moeten aansnijden. Daarom is het van groot belang dat de nog te realiseren natuurgebieden (fase I) optimaal en tijdig ingericht worden.

Daarnaast is de bereidheid om in elke fase te blijven investeren in de verdere optimalisatie van reeds gerealiseerde gebieden van doorslaggevend belang en minstens gelijk aan het belang van de ruimte-inname zelf. Herstel van natuur is geen exacte wetenschap en vraagt daarom constante evaluatie en bijsturing. Een optimaal gebruik van de toegewezen oppervlakte is immers cruciaal om de grondinname ten koste van de landbouwsector maatschappelijk te verantwoorden, en op de meest kosten- en ruimte-efficiënte manier tot de natuurdoelen te komen.