Banner Beheercommissie Natuur LSO - Vilda / Yves Adams - Groot Rietveld

Monitoring - aftoetsing aan de natuurdoelen voor broedvogels

De Europese natuurdoelen of 'instandhoudingsdoelstellingen' gaan een stap verder dan de hierboven bedoelde compensatiedoelen. Deze bepalen welke aantallen van beschermde soorten behaald moeten worden om te garanderen dat de speciale beschermingszones succesvol hun rol kunnen blijven vervullen in het Europese Natura-2000 netwerk. Dit is de taakstelling die elke lidstaat heeft om te voldoen aan de Europese richtlijnen rond soortbescherming. Voor deze aftoetsing worden alle broedgevallen binnen het Vogelrichtlijngebied op LSO meegeteld, zowel binnen natuur-, haven- als landbouwgebieden.

Er kwamen in 2015 10 soorten broedvogels van de bijlage I tot broeden in het Vogelrichtlijngebied, waarvan 9 in de compensatiegebieden en 8 in de natuurkernstructuur.

Van de 21 broedvogels waarvoor natuurdoelen werden geformuleerd, haalden gemiddeld over de laatste vijf jaar (2011-2015) 9 soorten de natuurdoelen: Knobbelzwaan, Krakeend, Kuifeend en Oeverzwaluw (4/6 van ‘Plas en Oever’), Baardmannetje (1/4 van ‘Riet en Water’), Scholekster, Grutto en Tureluur (3/3 van de weidevogels) en Zwartkopmeeuw (1/8 van ‘Strand en Plas’). Voor Oeverzwaluw en Tureluur worden de natuurdoelen enkel gehaald door bijdragen van buiten de natuurkernstructuur.

Bruine Kiekendief, Strandplevier, Bontbekplevier, Kleine plevier, Kluut, Steltkluut, Visdief en Slobeend blijven globaal genomen nog het verst verwijderd van de natuurdoelen voor broedvogels. Vermits alle natuurtypen die voorzien zijn in de compensatiematrix en in de natuurkernstructuur van het Strategisch Plan voor de haven van Antwerpen potentieel foerageergebied zijn voor Bruine Kiekendief, zullen na realisatie en ontwikkeling van de natuurkernstructuur meer en grotere aaneengesloten stukken foerageergebied beschikbaar zijn. Kluut en vooral Visdief halen wel nog belangrijke broedaantallen op de Rechteroever.

De afstand tussen de behaalde aantallen binnen de natuurkernstructuur en de Europese natuurdoelen is het grootst voor de soorten van ‘Strand en Plas’.

Trends en bijdrage van de compensatiegebieden in het behalen van de natuurdoelen

16 soorten van de 21 kenden intussen binnen de natuurkernstructuur een stijgende trend, buiten de natuurkernstructuur was dit er slechts één. Buiten de natuurkernstructuur gingen acht soorten aantoonbaar achteruit, binnen de natuurkernstructuur was dit enkel Bruine kiekendief. 

Alle gebieden die permanent werden ingericht in het kader van het compensatieplan voor Deurganckdok maken integraal deel uit van de natuurkernstructuur. De realisatie van het compensatieplan heeft op die manier reeds sterk bijgedragen tot een evolutie in de richting van het behalen van de natuurdoelen. We zien immers dat 13 van de 16 soorten die in aantallen gestegen zijn, deze stijging zuiver binnen het compensatienetwerk hebben gerealiseerd. Buiten het compensatienetwerk stegen zij niet, 9 ervan gingen buiten het compensatienetwerk zelfs significant achteruit.