Banner Beheercommissie Natuur LSO - Vilda / Yves Adams - Groot Rietveld

Monitoring – aftoetsing aan compensatiedoelstellingen

In de voorbije jaarverslagen van 2003 tot en met 2012 werd telkens afgetoetst in welke mate reeds aan de doelstellingen van de compensatiematrix voor het Deurganckdok en het Historisch Passief is voldaan. Deze compensatiedoelstellingen geven aan welke oppervlaktes van welke habitattypes nodig zijn om op te vangen wat verloren ging bij het Deurganckdokproject, en in welke gebieden deze gerealiseerd kunnen worden.

Vermits een groot deel van de compensaties bedoeld is voor vogels, werden door het INBO expliciete doelstellingen voor broedvogels opgesteld voor de compensaties voor het Deurganckdok. Hiervoor werd uitgegaan van een inschatting van de aantallen die aanwezig waren voor de start van de werken aan het Deurganckdok, gebaseerd op het MER. Een beschrijving van de berekening van deze aantallen werd opgenomen in een vroeger jaar­rapport (Spanoghe et al. 2005). Het behalen van deze compensatiedoelstellingen vermijdt dus verdere achteruitgang van de beschermde soorten en leefgebieden ten opzichte van de toestand vóór de ingrepen afgedekt door het compensatieplan.

Om te evalueren of deze doelstellingen worden gehaald, wordt de toename van de aan­tallen broedparen ten opzichte van het eerste monitoringjaar (2003) bepaald en samengeteld. Het jaar 2003 is een goed referentiejaar omdat toen nog geen enkel compensatiegebied was in­gericht. 

De gebieden die mee in rekening werden gebracht zijn de compensatiegebieden die werden aangeduid als compensatie voor het Deurganckdok, de site Deurganckdok zelf, de aanvullende strand- en plasgebieden, en Rietveld Kallo omdat daar een deel compensatie voor Steenlandpolder en Haasop is voorzien.