Historisch passief

De Waaslandhaven is al sinds 1988 aangeduid als Vogelrichtlijngebied. In het eerste daaropvolgende decennium bleef de toepassing ervan echter achterwege. Bij de verdere uitbouw van de haven gingen belangrijke natuurwaarden verloren, zonder passende beoordeling en opvang van de effecten.

In 1999 werd een strategisch planningsproces opgezet om de toekomstvisie van de haven te bepalen. Hierin ging men er aanvankelijk van uit dat het volledige zeehavengebied, met uitzondering van de buitenste 100 meter van de volumebuffer, als Vogelrichtlijn- en habitatgebied zou worden geschrapt, mits beperkte compensaties, deels buiten de regio.

Dat deze opvatting niet strookte met de geest van de Europese richtlijnen, bleek bij de start van de bouw van Deurganckdok. Het kwam  in september 1999 tot een ingebrekestelling door de Europese Commissie. Arresten van de Raad van State brachten bovendien de rechtsgrond voor de stedenbouwkundige vergunningen in het gedrang. De reeds jaren geplande en gedeeltelijk aangevatte werken aan het Deurganckdok dienden stilgelegd te worden.

In een actualisatie van het milieueffectenrapport (MER) voor het Deurganckdok werd een nieuw, passend compensatieplan uitgewerkt, waarin tegelijk een vereffening gebeurde van eerdere, niet gecompenseerde ingrepen in de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden op de Linkerscheldeoever.

Om uit de juridische impasse te geraken, keurde het Vlaams Parlement in december 2001 het zogenaamde ‘Nooddecreet’ goed, waardoor de werken konden worden hervat. In de besluitvorming die daarop volgde, werden afspraken gemaakt voor de realisatie van het uit het geactualiseerde MER voortkomende compensatieplan, en werd de Beheercommissie en een monitoringsprogramma opgestart om te waken over de realisatie ervan.

De realisatie van de natuurcompensatiegebieden ging van start in 2002. Bij bestaande gebieden zoals het Groot Rietveld, de Haasop en de Verrebroekse Plassen volstond een aanpassing van het beheer en het voorzien van een afsluiting om de constante verstoring door illegale motorcross een halt toe te roepen. Voor een aantal andere gebieden, met name Putten West, Doelpolder Noord, Drijdijck en Paardenschor diende grond verworven en heringericht te worden. Intussen functioneren alle compensatiegebieden al meerdere jaren en vangen ze heel wat beschermde broedvogels en overwinterende vogels op.

Compensatiegebieden in dit dossier

Het Groot Rietveld is een restant van de vroegere Melselepolder die bij de ontwikkeling van de haven grotendeels werd opgespoten. In afwachting van verdere opspuiting en industriële ontwikkeling, kende het gebied een jarenlange spontane evolutie tot het grootste aaneengesloten rietveld van Vlaanderen.

Het beschermde natuurgebied is een deel van de zuidelijke bufferzone, die omstreeks 1972 ontstond na de opspuiting van een deel van de vroegere Beverenpolder. Het toenmalige waardevolle en waterrijke poldergebied werd omgevormd tot een zandvlakte van 500 m breed en 4 km lang, als buffergebied tussen haven en bewoning. In de daarop volgende jaren gaf de natuur het gebied terug vorm.