Deelgebieden

Dit hoofdstuk bevat basisinformatie over alle deelgebieden die onder het werkveld van de Beheercommissie vallen.

Gerealiseerde gebieden zijn gemarkeerd met een vlag.

In de tabel onder de kaart kan u de gebieden groeperen op status, compensatiedossier of leefgebied (habitat).

Weight
2
Section Type
Node Types
Create Gebied
Create Monitoringsbespreking
Override default section options

Brakke Kreek

Dit gebied vormt één geheel met het aangrenzende Doelpolder Noord.

Start studies
januari 2003
Habitat
Voorbereiding
  • Hydraulische studie, Waterbouwkundig Laboratorium
  • MER "Aanleg van een Kreek in Buffer-Noord en een weidevogelgebied in de zoekzone Doelpolder Noord en alle daarme onlosmakelijk verbondne ingrepen", Belconsulting, juli 2004
  • Bouwvergunning ikv Nooddecreet
Start inrichting
december 2004
Realisatie

Sinds het voltooien van de terreininrichtingswerken in mei ‘06 voldoet de huidige situatie reeds aan de strikte bepalingen van het Nooddecreet als ‘kreek gelegen in de onmiddellijke omgeving van de Schelde’. In het MER ‘Aanleg van een Kreek in Buffer Noord en een weidevogelgebied in de zoekzone Doelpolder Noord en alle daarmee onlosmakelijke verbonden ingrepen’ (juli ‘04) werd aanvullend op het nooddecreet geopteerd voor de realisatie van een in- en uitlaatconstructie door de Sigmadijk om de kreekzone onder estuariene invloed te brengen. De bouw van deze constructie werd uitgesteld om eerst maximale afstemming te bekomen met de ontwikkelingsvisie van Doelpolder Noord en Midden ('GGG Doelpolder') i.h.k.v. het Sigmaplan en de Achtergrondnota Natuur.

Start ontwikkeling
mei 2006
Habitat
Slik en schor
Beheer

In mei ’12 werden nestvlotten voor visdief aangebracht op de kreek.

Jaarlijks worden de eilanden in de kreek manueel gemaaid in het najaar. 

Toekomst

Dit gebied zal in de toekomst deel uitmaken van het GGG Doelpolder.

IHD pijler
1
2
In natuurbeheer
ja
In Vogelrichtlijngebied
ja
Ligging
Gelegen ten zuiden van Doelpolder Noord en ten oosten van het Paardenschor
Tijdelijke natuur
nee
Compensatiegebied
ja
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Compensatiedossier

Doelpolder Noord

Start studies
januari 2003
Voorbereiding
  • Hydraulische studie, Waterbouwkundig Laboratorium
  • MER "Aanleg van een Kreek in Buffer-Noord en een weidevogelgebied in de zoekzone Doelpolder Noord en alle daarmee onlosmakelijk verbonden ingrepen", Belconsulting, juli 2004
  • Bouwvergunning ikv Nooddecreet
Habitat
Start inrichting
december 2004
Realisatie

Voor de aanleg van het weidevogelgebied werden de aanwezige boomgaarden gerooid, de teellaag afgeschraapt, en een kreekprofiel met zijarmen uitgegraven. Vervolgens werd het gebied ingezaaid. In 2007 werden afsluitingen en voorzieningen voor begrazing en toegankelijkheid geplaatst. Begin 2010 werd de Bevrijdingshoeve afgebroken en het perceel geintegeerd in het weidevogelgebied.

Op de zijarmen van de kreek dienen nog regelbare stuwen te worden voorzien.

Start ontwikkeling
mei 2006
Beheer

Het gebied is sinds broedseizoen 2007 functioneel als weidevogelgebied en wordt beheerd via gebruiksovereenkomsten met lokale landbouwers. Sinds 2011 voert het ANB in de weidevogelgebieden een beheer op maat van elk perceel uit, in samenwerking en nauw overleg met de gebruiker van het blok. Naargelang de ligging en uitgangssituatie werkt het ANB voor elk beheerblok een overgangsbeheer op maat, in nauw overleg met de betrokken landbouwer. 

Habitat
Slik en schor
Toekomst

Dit gebied zal in de toekomst deel uitmaken van het GGG Doelpolder.

IHD pijler
1
2
In natuurbeheer
ja
In Vogelrichtlijngebied
ja
In Habitatrichtlijngebied
nee
Ligging
Gelegen in het gebied met oorspronkelijke bestemming ‘Valleigebied’, enerzijds grenzend aan het havengebied, anderzijds begrensd door de Doelse polderdijk
Tijdelijke natuur
nee
Compensatiegebied
ja
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Compensatiedossier

Drijdijck deel 1

Dit gebied werd aangelegd als permanente compensatie voor het Deurganckdokproject met als eindbeeld een grote plas (grondwatergevoed) met variabele diepte en gevarieerde oevers, met een weidevogelgebied en plasdrasgebied rondom de plas. Het is van belang voor zowel overwinterende als broedende watervogels en weidevogels.

In de noordelijke punt wordt bestaand riet verder ontwikkeld, als opvang voor riet dat langs de Zoetwaterkreek nog tot ontwikkeling moet komen. Deze zone wordt beproken onder ...

Start studies
januari 2003
Voorbereiding
  • MER "Aanleg weidevogelgebied en plasdrasgebied Drijdijck en aanleg langgerekte zoetwaterkreek in combinatie met realisatie weidevogelgebied Putten West en alle daarmee onlosmakelijk verbonden ingrepen", Belconsulting, januari 2004
  • Bouwvergunning verleend i.k.v. het Nooddecreet in april 2004
Habitat
Start inrichting
december 2003
Realisatie

In 2004 werden bepaalde delen van het terrein afgeplagd en ingezaaid. In 2006 volgde de eigenlijke inrichting met diepe graafwerken. In 2007 werden afsluitingen en voorzieningen voor begrazing en toegankelijkheid  geplaatst.

Start ontwikkeling
mei 2006
Beheer

Het gebied is sinds broedseizoen 2007 functioneel als rustgebied voor watervogels. De oevers worden beheerd in functie van weidevogels via gebruiksovereenkomsten met lokale landbouwers. Sinds 2009 wordt het gebied jaarlijks volledig gemaaid door het ANB, waardoor de vegetatie optimaal de winter in gaat.

Habitat
Plas en oever
Natuurweide
Toekomst

Bij de aanleg van de 'Primaire Havenweg West' zal de oostelijke grens van Drijdijck aangepast worden.

IHD pijler
1
In natuurbeheer
ja
In Vogelrichtlijngebied
ja
In Habitatrichtlijngebied
nee
Ligging
Gelegen aan de westrand van het havengebied, ten zuidoosten van Kieldrecht.
Tijdelijke natuur
nee
Compensatiegebied
ja
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Compensatiedossier

Doelpolder Midden

De inrichting van Doelpolder als natuur is het gevolg van verschillende projecten en beleidsbeslissingen van de Vlaamse overheid. Het gebied is een belangrijke schakel om de Europese natuurdoelen te bereiken in Vlaanderen. 

De basiscontouren en de principes van die inrichting werden vastgelegd in het Meest Wenselijk Alternatief (MWeA) van het Sigmaplan (2005). De natuurontwikkeling in Doelpolder geeft tegelijk uitvoering aan het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) ‘Afbakening zeehavengebied Antwerpen’. Dat GRUP voegt Doelpolder Noord en Doelpolder Midden samen tot het getijdengebied GGG Doelpolder.

Door een ontwikkeling als ‘Slik en Schor’ (begraasd)/estuariene natuur via gecontroleerd gereduceerde getijdenwerking (GGG) kan tegelijk voldaan blijven aan de doelstellingen van het Nooddecreet. 

Het zoeken naar maximale afstemming van deze verschillende plannen en processen, met elk hun eigen natuurdoelstellingen, past binnen het principe van zuinig ruimtegebruik, een uitgangspunt van het Strategisch plan voor de haven.

Inrichtingsplan
Inrichtingsplan GGG Doelpolder
Start studies
januari 2006
Voorbereiding
  • onderzoek naar de benodigde in- en uitlaatconstructies voor het realiseren van estuariene natuur in het gebied Doelpolder Noord en Midden via Gecontroleerd Gereduceerde Getijdenwerking (GGG), Waterbouwkundig Laboratorium, 2006-2008
  • topografische opmetingen en geotechnisch onderzoek, 2011
  • opmaak inrichtingsplan, 2012-2014, rekening houdend met bijkomende berekeningen rond de benodigde dijkhoogte, aanbevelingen vanuit de erfgoedsector, afspraken met de kerncentrale en de vraag naar maximale afstemming op vlak van waterhuishouding in het noordelijk gebied. 
  • goedkeuring onteigeningsplan, juni 2014
  • kennisgeving project-MER juni 2014
  • sonderingen, november 2014
  • indienen project-MER en ontwerp sluisconstructie, voorjaar 2015
  • goedkeuring project-MER, augustus 2015
  • infomarkt: 22 september 2015
  • openbaar onderzoek & bouwaanvraag, oktober 2015

Verdere planning:

  • archeologisch vooronderzoek en aanbestedingsprocedure werken, 2016
  • archeologisch onderzoek, 2017
Habitat
Realisatie

De inrichting start ten vroegste eind 2016 en zal gefaseerd worden over 2 à 2,5 jaar. Eerst wordt het dijktracé uitgewerkt en pas in een laatste fase wordt het binnengebied aangesneden. 

Rond het GGG Doelpolder komen waterkerende dijken. Een speciale in- en uitwateringssluis in de Scheldedijk zal het gebied onderhevig maken aan gedempte getijden. Zo vormen zich spontaan slikken en schorren, kreken en geulen. Tussen de kreken ontstaan eilanden, omringd door water.

Het gebied Doelpolder Noord is al volledig ingericht als weidevogelgebied. Die invulling blijft behouden, al zullen regelmatige overstromingen het landschap verder boetseren. De dijk tussen Doelpolder Noord en Doelpolder Midden zal worden afgegraven. De Brakke Kreek blijft behouden als hoofdkreek, maar wordt plaatselijk verbreed. Via stuwtjes wordt het bestaande weidevogelgebied verder vernat en daardoor nog geschikter voor weidevogels.

Ter hoogte van het Paardenschor wordt een uitstromingsgeul aangelegd. De Zoetenberm blijft behouden wegens zijn cultuurhistorische waarde.

Beheer

Eens in werking zullen de hogere delen van het gebied begraasd worden.

Habitat
Slik en schor
Toekomst

Kust- en koloniebroeders vonden de voorbije decennia broedgebied op opgespoten terreinen binnen de haven. De streefoppervlakte bepaald in het compensatieplan voor Deurganckdok werden sinds 2002 deels behaald op 'zwervende' terreinen, naargelang er zich opportuniteiten voordeden in het proces van de havenontwikkeling.

De druk op deze terreinen voor haveninbreiding wordt echter steeds groter. Daarom werd in 2012 tijdelijk opvang gecreëerd door het aanleggen van broedeilanden in Prosperpolder Noord, in afwachting van de inwerkingtreding als estuarien gebied in 2019.

Tegen dan moet het GGG Doelpolder - als duurzame eindbestemming voor de doelsoorten van het natuurtype 'strand en plas' - deze rol naadloos kunnen overnemen.

IHD pijler
1
2
In natuurbeheer
nee
In Vogelrichtlijngebied
ja
In Habitatrichtlijngebied
nee
Ligging
Het toekomstige GGG Doelpolder is ongeveer 300 hectare groot en wordt begrensd door Prosperpolder Noord in het noorden en het noordwesten, het Paardenschor in het noordoosten, de kerncentrale van Doel in het oosten, de toekomstige ontwikkelingszone Saeftinghe in het zuiden en Prosperpolder Zuid in het westen.
Trekker
Waterwegen en Zeekanaal

Gedempt deel Doeldok

Start studies
januari 2000
Habitat
Start inrichting
mei 2005
Realisatie

Na de bouw van een dwarsdam in het Doeldok werd het afgesloten gedeelte sinds mei 2005 gefaseerd gedempt. De laatste fase van de demping start na het broedseizoen 2015.

Start ontwikkeling
maart 2008
Beheer

Het gebied is sinds broedseizoen 2008 functioneel als tijdelijke strand- en plasvlakte en als vast onderdeel opgenomen in de totaalbalans ‘Strand en Plas’, die de Beheercommissie jaarlijks opmaakt om te garanderen dat de streefoppervlakte van 200 ha 'strand en plas' steeds aanwezig is. 

Van 2012 tot 2015 is het gebied in gebruik als bergingslocatie voor de bouw van de Deurganckdoksluis. De voorziene inname werd tijdig opgevangen door de uitbreiding van de tijdelijke broedzone in Prosperpolder Noord naar 70 ha. Vanaf broedseizoen 2015 kan het gebied opnieuw ingeschakeld worden als tijdelijke strand- en plasvlakte, in afwachting van de realisatie van de duurzame natuurkerngebieden voor deze soortengroep.

Toekomst

Waar strand- en plasbroeders in het natuurcompensatieplan voor Deurganckdok werden voorzien van surrogaat broedgebied op de (beschikbare) opgespoten zandgronden, geeft de Achtergrondnota Natuur voorkeur aan meer natuurlijke en duurzame habitattypes om deze doelsoorten (kust- en koloniebroeders) op te vangen, met name 'slik en schor' of estuariene natuur. Dit type wordt ontwikkeld in Prosperpolder Noord en het GGG Doelpolder. 

Zodra de stabiliteit van de ondergrond voldoende is en de tijdelijke compensatieverplichtingen elders binnen de natuurkernstructuur opgevangen zijn, zal het gedempte deel van het Doeldok gebruikt worden voor havenontwikkeling. In deze zone worden eveneens een aantal windturbines voorzien.

IHD pijler
1
In natuurbeheer
ja
Oppervlakte netto
0 hectare
In Vogelrichtlijngebied
ja
Tijdelijke natuur
ja
Ligging
Het gedempte noordelijke gedeelte van het Doeldok
Compensatiegebied
ja
Toegankelijkheid
Niet toegankelijk, gevaar voor drijfzand.
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Compensatiedossier
Trekker
Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen

Groot Rietveld

Het Groot Rietveld is een restant van de vroegere Melselepolder die bij de ontwikkeling van de haven grotendeels werd opgespoten. In afwachting van verdere opspuiting en industriële ontwikkeling, kende het gebied een jarenlange spontane evolutie tot het grootste aaneengesloten rietveld van Vlaanderen. Momenteel bestaat het gebied uit plassen, rietland en opgespoten terrein met open begroeiing.

Habitat
Voorbereiding

0

Start inrichting
januari 2001
Realisatie

In 2001 voorzag het ANB het gebied van infrastructuur voor wandelaars (toegangen, infoborden, wandelpaden, bankjes) en een afsluiting om verstoring door motorcross tegen te gaan.

In 2006 werden in het noordelijke gedeelte een aantal voortplantingspoelen voor Rugstreeppad ingericht.  

In 2012-2013 bouwde het ANB drie nieuwe uitwateringsconstructies waarmee het waterpeil van het Groot Rietveld gericht en fijn geregeld kan worden in functie van het riet.

Start ontwikkeling
januari 2001
Beheer

Het reguliere beheer bestaat uit het bewaken van de rust en het waterpeil en begrazing om verruiging van het gebied tegen te gaan. Sinds 2007 wordt de berkenopslag in het noordelijke gedeelte gefaseerd gekapt en omgezet naar schraal grasland en riet, in functie van de aanwezige Rugstreeppad- en Moeraswespenorchispopulatie. De voortplantingspoelen voor Rugstreeppad en de wandelpaden worden jaarlijks gemaaid.

Habitat
Riet en water
Toekomst

0

IHD pijler
1
In natuurbeheer
ja
In Vogelrichtlijngebied
nee
In Habitatrichtlijngebied
nee
Tijdelijke natuur
nee
Ligging
Gebied met een oppervlakte van 78 ha gelegen langs de westzijde van de zogenaamde defensieve dijk (provinciegrens) en ten westen van de Vlakte van Zwijndrecht.
Compensatiegebied
ja
Toegankelijkheid
Toegankelijk op de wandelpaden op de dijken, toegangspoortjes langs de Kwarikweg
Compensatiedossier
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Trekker
Agentschap voor Natuur en Bos

Grote Geule

Het MMHA voorziet voor de Grote Geule de ontwikkeling van een natuurkerngebied bestaande uit een combinatie van een aantal vogelhabitattypes. Enerzijds dient de (bestaande) Grote Geule zelf ontwikkeld te worden als het ideaaltypische vogelhabitat ‘Plas en Oever’ door o.a. een verbetering van de waterkwaliteit. Anderzijds dient langs de kreek een bijkomende zone ontwikkeld te worden als ‘Riet en Water’ en een zone als ‘Zoete weide’.

Om het streefbeeld te bereiken zal een belangrijke vernatting gerealiseerd moeten worden in het toekomstige natuurgebied en dit terwijl landbouw buiten het natuurgebied mogelijk moet blijven. 

Habitat
Voorbereiding

Met het oog op de concretisering van de ecologische doelstellingen werden door het GHA voor dit projectgebied in 2009-2010 een aantal voorbereidende studies gedaan (in chronologische volgorde):

  • - detailleringsstudie (Aeolus)
  • oppervlaktewatermodellering van de Koningskieldrechtpolder (IMDC)
  • meetcampagne van de oppervlaktewaterpeilen in de Polder van het Land van Waas (IMDC)
  • invloed van peilopzet op de Grote Geule op de peilen van de Grote Linie en Broekwatergang (IMDC)
  • grondwatermodellering ten behoeve van de ecologische inrichting van de Grote Geule (Arcadis)

Deze studies geven in hoofdzaak een antwoord op de vereiste waterkwantiteit. Daarbij dienen de voor- en nadelen van grootschaliger afgraven of hoger opstuwen tegen elkaar afgewogen te worden. De door het GHA uitgevoerde studies leveren onderbouwing en input voor deze afweging.

De tweede randvoorwaarde voor het behalen van de ecologische doelstellingen is dat het oppervlaktewater van goede kwaliteit is. De belangrijkste aandachtspunten/vereisten zijn een heldere waterkolom, een structuurrijke plantengemeenschap (gekoppeld aan helderheid) en het voorkomen van overmatige algenbloei (gekoppeld aan overmaat van nutriënten nitraat en fosfor). Uit een screening door het INBO bleek dat er nog belangrijke leemten in de kennis zijn (o.a. jaarrond meetgegevens van de waterkwaliteit en gegevens over de bodemsamenstelling en het visbestand), maar dat verbetering van de waterkwaliteit én daardoor behalen van de natuurdoelstellingen in principe haalbaar is.

Het GHA voert in 2015-2016 aanvullend onderzoek om de randvoorwaarden scherp te stellen en maakt een inrichtingsconcept en project-MER op.

Realisatie

0

Beheer

0

Habitat
Riet en water
Plas en oever
Natuurweide
Toekomst

0

IHD pijler
1
In natuurbeheer
ja
In Vogelrichtlijngebied
deels
In Habitatrichtlijngebied
nee
Ligging
Kreek en omliggende gronden, deels gelegen op grondgebied van Beveren (Kieldrecht), deels op grondgebied van Sint-Gillis-Waas. De Grote Geule is een erkend natuurreservaat en ligt in natuurgebied op het gewestplan. Het is tevens VEN-gebied, Vogelrichtlijngebied en beschermd landschap.
Tijdelijke natuur
nee
Compensatiegebied
nee
Toegankelijkheid
De Grote Geule is goed zichtbaar vanop de weg. Gemeente Beveren zorgde in april 2014 voor een knuppelpad en zitbanken. Wandelaars kunnen het natuurreservaat bezoeken tijdens geleide wandelingen georganiseerd door Natuurpunt.
Trekker
Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen

Nieuw Arenbergpolder

Het gekozen scenario voor de verdere ontwikkeling van de haven voorziet dat het natuurgebied Putten Weiden zal komen te vervallen voor de aanleg van infrastructuurbundels. De waardevolle zilte vegetatie wordt vooraf verplaatst naar afgebakende zones binnen de Nieuw Arenbergpolder. De bodem en het grondwater in deze zones vertonen immers gelijkaardige kenmerken en kunnen mits geschikte inrichting en beheer uitgroeien tot een gelijkwaardig gebied. 

Start studies
januari 2011
Habitat
Voorbereiding

In 2011 heeft de AMT een pilootproject opgezet om de verspreidingsmogelijkheden van zilte grassen te onderzoeken. Dit proefproject voorziet in het aanleggen van proefplots in het laaggelegen noorden van Putten West en in een zone binnen het blok ‘Ecologisch Waardevolle Polder’ in de Nieuw Arenbergpolder. Daarbij worden verschillende mogelijkheden (plaggen, spontane ontwikkeling, inzaaien en afzet van hooi van zilte graslanden) uitgetest, vergeleken en intens gemonitord. Het terrein van 1 ha wordt voor 1/3 begraasd door runderen, 1/3 wordt gemaaid en in 1/3 wordt geen beheer gedaan. Het beheer wordt uitgevoerd door landbouwers via gebruiksovereenkomsten weidevogelbeheer. Het talud rond deze zone blijft ook in landbouwgebruik.

Na de zomer 2012 werden zoden getransplanteerd en zaden van zilte vegetatie overgebracht. Het onderzoek loopt op schema, de getransplanteerde zoden kwamen tot bloei en zaadvorming. Waar de zilte kwel aan de oppervlakte kwam, ontwikkelt zich succesvol een zilte vegetatie. Definitieve resultaten worden pas verwacht binnen een drietal jaren. De resultaten van LSO zullen vergeleken worden met een gelijkaardig experiment aan de kust.

Daarnaast werd in 2012 een grondwatermodellering en ecohydrologische potentie-analyse uitgevoerd om te onderzoeken wat de benodigde maaiveldverlaging is ter hoogte van deze gebieden (fase 1 en 2) om te voldoen aan de abiotische randvoorwaarden voor de zilte grassen. Hieruit bleek o.a. dat de aanleg van een mogelijk Saeftinghedok weinig of geen invloed zou hebben op de benodigde inrichting.

In december 2013 startte de Universiteit Gent een studie naar de te verwachten verziltingssnelheid. Ze maakten een nieuw grondwatermodel om de zoet-zoutverdeling en de evolutie ervan in de tijd te kunnen simuleren. Daaruit blijkt dat de verzilting aanzienlijk kan worden versneld door het boren van rijen van kwelbuizen door de veenlaag. Deze studie bevestigt dat en hoe de inrichting kan voldoen aan de biologische randvoorwaarden voor de ontwikkeling van zilte vegetatie. 

In de zomer van 2014 werd het terrein opgemeten en bodemonderzoek uitgevoerd.

Het onteigeningsplan voor Nieuw-Arenbergpolder fase 1 is goedgekeurd op 30 april 2013, samen met de definitieve vaststelling van het GRUP 'Afbakening zeehavengebied Antwerpen'. Eind 2013 schorste de Raad van State dit GRUP, maar de schorsing gold niet voor de geplande natuurgebieden. Het gebied werd intussen grotendeels in der minne verworven. Voor enkele percelen is een gerechtelijke onteigeningsprocedure opgestart.

In 2015 liep de MER-ontheffingsprocedure en het vergunningstraject. De bouwvergunningsaanvraaag werd ingediend op 10 augustus. Er volgde een infomarkt op 22 september en een openbaar onderzoek van 15 september tot 15 oktober 2015.

Het archeologisch vooronderzoek loopt sinds oktober 2015. In 2016 volgt de aanbestedingsprocedure.

Realisatie

De grondwerken starten naar verwachting eind 2016 tot eind 2017. Het inrichtingsconcept voorziet de aanleg van 'laantjes' in rechte patronen, die herinneren aan de historische rechtlijnige percelering van de polder, en dit op aanbeveling van de erfgoedspecialisten. Historische kreken worden gereconstrueerd in het nieuwe landschap. Over het ganse gebied wordt de bovengrond afgegraven zodat de bodem verschraalt en algemene planten minder kans krijgen ten voordele van zoutminnende planten. 

Een picknickplaats en vlonderpad maken het gebied op termijn beleefbaar voor bezoekers. 

Beheer

Via veedoorgangen zal het gebied volledig begraasd kunnen worden.

Een goed waterpeilbeheer moet de beste omstandigheden garanderen voor de ontwikkeling van een gevarieerde zilte vegetatie.

Habitat
Natuurweide
Toekomst

In de westelijke zone van de Nieuw Arenbergpolder wordt een fasering ingebouwd in de ruimtelijke afbakening. Deze zone krijgt tot 2028 de bestemming agrarisch gebied en wordt daarna omgezet in natuurgebied. Deze fasering moet toelaten om op basis van bijkomende kennis en ervaring in de andere gebieden de huidige onzekerheid over de benodigde oppervlakte weg te werken.

IHD pijler
1
In natuurbeheer
nee
In Vogelrichtlijngebied
ja
In Habitatrichtlijngebied
nee
Ligging
Langgerekte strook in het noordelijke gedeelte van de Nieuw Arenbergpolder, ten zuiden van de Prosperpolder.
Trekker
Afdeling Maritieme Toegang

Opgespoten MIDA's

Start studies
december 2001
Habitat
Voorbereiding

Voor het zogenaamde reservespuitvak (C59) binnen de Nieuw Arenbergpolder voorzag het Nooddecreet dat dit slechts een streefbeeld ‘spuitveld’ zou krijgen als de opspuiting, na uitputting van andere mogelijkheden, daadwerkelijk zou gebeuren. Dit verklaart het verschil tussen de in de compensatiematrix voorziene 77 ha en de gerealiseerde 42 ha in de spuitvelden C45 en C60.  

Start inrichting
oktober 2003
Realisatie

De spuitvakken C45 en C60 werden opgespoten met baggerspecie uit het Deurganckdok.

Start ontwikkeling
december 2007
Beheer

Het gebied is sinds broedseizoen 2008 functioneel als strand- en plasgebied. 

In 2009 werd het gebied geoptimaliseerd met een broedeiland van ca. 7 ha met ringgracht. Dit gebeurde als milderende maatregel voor het verdwijnen van de 'Meeuwenbroedplaats', een tijdelijke strand- en plasvlakte die zich aan de kop van het Deurganckdok bevond en voor de bouw van de Deurganckdoksluis opgegeven werd. Voor het broedseizoen 2012 werd aansluitend aan dit broedeiland een bijkomende zone afgegraven om het geschikter te maken voor de doelsoorten. 

Jaarlijks maakt de Beheercommissie een gedetailleerde totaalbalans van de beschikbare oppervlakte pionierssituaties, zodat de streefoppervlakte van 200 ha 'strand en plas' steeds aanwezig is. Hoewel deze terreinen relatief droog zijn, blijven de Opgespoten MIDA's ingeschakeld in deze balans dankzij de genomen optimalisatiemaatregelen (ringgracht, plaatselijke vernatting). 

Toekomst

Waar strand- en plasbroeders in het natuurcompensatieplan voor Deurganckdok werden voorzien van surrogaat broedgebied op de (beschikbare) opgespoten zandgronden, geeft de Achtergrondnota Natuur voorkeur aan meer natuurlijke en duurzame habitattypes om deze doelsoorten (kust- en koloniebroeders) op te vangen, met name 'slik en schor' of estuariene natuur. Dit type wordt ontwikkeld in Prosperpolder Noord en het GGG Doelpolder. Zodra in deze estuariene natuurkerngebieden voldoende broedgebied voor strand- en koloniebroeders is gerealiseerd, zullen de Opgespoten MIDA’s ingezet worden voor havenontwikkeling.

IHD pijler
1
In natuurbeheer
ja
Oppervlakte netto
42 hectare
In Vogelrichtlijngebied
deels
Ligging
Z2 zones ten noorden en westen van Doeldok
Tijdelijke natuur
ja
Compensatiegebied
ja
Beheerder
Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen
Compensatiedossier
Trekker
Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen

Paardenschor

Start studies
januari 2002
Habitat
Voorbereiding

De bouwvergunning werd afgeleverd op 18 maart ’02 in het kader van het Validatiedecreet. De gronden werden verworven op 28 februari ’03. 

Start inrichting
februari 2003
Realisatie

In 2003 werd de bestaande sigmadijk verplaatst en afgewerkt. Daarna werd de overtollige specie in het gebied weggebaggerd via persleidingen. 

Start ontwikkeling
mei 2004
Habitat
Slik en schor
Beheer

Het gebied is sinds broedseizoen 2004 functioneel als slik-schor-ondiep water en wordt beheerd door de vzw Natuurpunt Beheer, aansluitend bij het Schor Ouden Doel. Gezien het estuariene karakter is het benodigde jaarlijkse beheer beperkt tot maaien van de dijk. 

Toekomst

Via een inlaatconstructie zal in het toekomstige GGG Doelpolder bij elk getij een beperkte hoeveelheid scheldewater binnenstromen. Een sleuf door het Paardenschor zal het water naar de constructie toe leiden. 

IHD pijler
1
Oppervlakte netto
14 hectare
In natuurbeheer
ja
In Vogelrichtlijngebied
ja
In Habitatrichtlijngebied
ja
Tijdelijke natuur
nee
Ligging
Gelegen langsheen de Linkerscheldeoever, ten noorden van de Kerncentrale van Doel en aansluitend bij het Schor Ouden Doel
Compensatiegebied
ja
Toegankelijkheid
Te bezichtigen vanop de dijk.
Beheerder
Natuurpunt-WAL
Compensatiedossier

Polders van Kruibeke

In het gebied Kruibeke-Bazel-Rupelmonde (KBR) wordt een gecontroleerd overstromingsgebied (GOG) gerealiseerd in het kader van het Sigmaplan. In combinatie met de veiligheidsdoelstelling wordt in dit gebied aan natuurontwikkeling gedaan door de inrichting van een weidevogelgebied (150 ha), een slikken-en-schorrengebied (300 ha) en bosontwikkeling (40 ha). Het weidevogelgebied en slikken- en schorrengebied maken tegelijk deel uit van de compensatiematrix voor het Deurganckdok en het Historisch Passief op de Linkerscheldeoever.

Naar analogie met LSO werd ook voor het GOG Kruibeke-Bazel-Rupelmonde in 2006 een beheercommissie natuur opgericht, met gelijklopende taken als op LSO. De rapportage over de stand van zaken en de evaluatie van de monitoringsresultaten vindt u op poldersvankruibeke.beheercommissienatuur.be.

Habitat
Slik en schor
Natuurweide
In natuurbeheer
nee
In Vogelrichtlijngebied
ja
Compensatiegebied
deels
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Compensatiedossier

Prosperpolder Noord

Het project Hedwige-Prosperpolder (in totaal 465 ha) geeft, als resultaat van de afstemming tussen de verschillende planprocessen, invulling aan het luik natuurlijkheid van de Ontwikkelingsschets 2010 en heeft tot doel bij te dragen tot het realiseren van instandhoudingsdoelstellingen die zowel de Nederlandse als Vlaamse natuurbelangen in het Schelde-estuarium dienen, met name het realiseren van een gezond en dynamisch ecosysteem.

In Vlaanderen wordt met het oog op het behalen van de natuurdoelen voor het Vogelrichtlijngebied ‘Schorren en polders van de Benedenschelde’ en het Habitatrichtlijngebied ‘Schelde- en Durme-estuarium van de Nederlandse grens tot Gent’ de ontwikkeling van ca. 170 ha ‘Slik en Schor’ (begraasd)/estuariene natuur’ vooropgesteld binnen Prosperpolder Noord en dit door middel van ontpoldering. Tegelijk wordt voorzien dat het project een belangrijke bijdrage zal leveren aan de veiligheid tegen overstromingen. Dit project maakt dan ook deel uit van het Geactualiseerd Sigmaplan.

Met de Hedwige-Prosperpolder erbij ontstaat op de grens van Vlaanderen en Nederland een weids brakwaterschorrengebied. De Hedwige-Prosperpolder verbindt de schorren op Linkeroever (het Schor Ouden Doel en het Paardenschor) aan de ene kant en het Verdronken Land van Saeftinghe aan de andere kant. Het totaalgebied is goed voor 4000 hectare uitzonderlijke getijdennatuur van internationaal belang, het grootste brakwaterschorrengebied van West-Europa.

Start studies
juli 2007
Habitat
Voorbereiding
  • - Project-MER voor de ontwikkeling van een intergetijdengebied in Hedwige- en Prosperpolder, juli 2007
  • Onteigeningsbesluit, juni 2007
  • Definitieve vaststelling GRUP 'Intergetijdengebied Noordelijk gedeelte Prosperpolder', april 2008
  • Opmaak inrichtingsplan en stedenbouwkundige vergunning, 2008
  • Verwerving, grotendeels in der minne, 2008 
  • Inrichtingsstudie 'ruimere omgeving van Prosperpolder', 2009
Start inrichting
augustus 2008
Realisatie

De werken zijn gestart in augustus 2008 en verliepen gefaseerd over een aantal jaren. Sinds november 2010 is het gebied integraal in gebruik als werfzone of zandstock. In september 2011 werd gestart met het gedeeltelijk afgraven van de Hedwigedijk. De restanten van de dijk zullen na de inwerkingtreding fungeren als broedeilanden voor koloniebroeders. De vrijgekomen grond werd hergebruikt in de aanleg van de nieuwe ringdijk. De dijkwerken aan Vlaamse kant zijn beëindigd in februari 2015.

Er werd een nieuw pompstation gebouwd om de afwatering van de polders te verzekeren. Dit is klaar sinds september 2014. De constructie is voorzien van een publiek toegankelijk uitkijkplatform bereikbaar via een trap.

Beheer

Omwille van de lange periode tussen de inname van de grond in functie van de dijkopbouw (2008) en de effectieve inwerkingtreding (2019) is een belangrijke tussentijdse rol weggelegd voor het binnengebied van Prosperpolder Noord als opvang voor kust- en koloniebroeders. In de niet meer benodigde zones van de werf werden broedeilanden aangelegd, momenteel in totaal 70 ha. Zo kan de toenemende druk op de tijdelijke natuurcompensaties binnen de haven opgevangen worden. Deze broedeilanden worden jaarlijks gemaaid of gefreesdf om ze geschikt te hoduen voor deze doelsoorten.

Habitat
Slik en schor
Toekomst

Aan Nederlandse kant heeft de Raad van State alle tegen het Rijksinpassingsplan en bijbehorende uitvoeringsbesluiten ingediende beroepen, voor zover ontvankelijk, ongegrond verklaard. De beslissing is dus nu definitief. Volgens de huidige timing gaan de werken half 2016 van start en zal de Hedwige-Prosperpolder tegen augustus 2019 in werking treden als estuarien gebied.

Vlaamse en Nederlandse instanties overleggen volop over de oprichting van een toekomstig 'grenspark'. Dit zou een doorslaggevende factor zijn in het uitbouwen van het recreatieve en toeristische potentieel van het noordelijke gebied in wording.

IHD pijler
2
In natuurbeheer
ja
In Vogelrichtlijngebied
ja
In Habitatrichtlijngebied
nee
Tijdelijke natuur
nee
Ligging
Het noordelijke gedeelte van de Hertog Prosperpolder ligt op de grens tussen de provincies Oost-Vlaanderen (België) en Zeeland (Nederland), in de omgeving van het verdronken land van Saeftinghe.
Toegankelijkheid
Het gebied is momenteel nog in werftoestand en dus niet toegankelijk, uitgezonderd tijdens geleide wandelingen of open-werfevenementen. Er is een onthaal- en tentoonstellingsruimte.
Compensatiegebied
nee
Beheerder
Waterwegen en Zeekanaal
Trekker
Waterwegen en Zeekanaal

Prosperpolder Zuid fase I

In het zuidelijke deel van Prosperpolder (Prosperpolder Zuid) beoogden het MMHA van het Strategisch Plan haven Antwerpen en het MWea van het Geactualiseerd Sigmaplan na onderlinge afstemming een ontwikkeling als ideaaltypisch vogelleefgebied ‘Plas en Oever’. De Achtergrondnota Natuur definieerde dit vogelleefgebied als volgt: “Plassen zijn plaatselijk diep >2 m, eilanden of afgesneden onbereikbare dijken zijn aanwezig. Riet vormt slechts een fractie van de oevervegetatie of is slechts over een smalle zone aanwezig”. Blokkersdijk en de Verrebroekse plassen worden als ideaaltypische voorbeelden gezien van het beoogde natuurtype. 

Door de vernietiging van het GRUP in 2017 heeft Prosperpolder Zuid fase I opnieuw een landbouwbestemming.

Op basis van de prioritaire inspanningen 1 en 2 wordt de distance to target berekend onder prioritaire inspanning 3.  Die wordt uitgedrukt in een globale, gelokaliseerde oppervlakte bijkomend leefgebied waarvan de ecologische vereisten duidelijk in kaart worden gebracht.

Prosperpolder Zuid fase II behoort tot deze 3de pijler, en wordt dus enkel ontwikkeld tot natuurgebied als de IHD onvoldoende behaald kunnen worden met de 1ste en 2de pijler.

Inrichtingsplan
Inrichtingsplan Prosperpolder Zuid
Start studies
januari 2009
Voorbereiding
  • Het oorspronkelijke inrichtingsconcept van 2009 werd in 2011 aangepast op basis van voortschrijdend inzicht rond de waterhuishouding, en in 2012 verder bijgestuurd op basis van aanbevelingen vanuit de erfgoedsector en de vraag naar maximale afstemming met de aangrenzende natuurprojecten GGG Doelpolder en Hedwige-Prosperpolder.
  • Het onteigeningsplan voor Prosperpolder Zuid fase 1 is goedgekeurd op 30 april 2013, samen met de definitieve vaststelling van het GRUP 'Afbakening zeehavengebied Antwerpen'. Eind 2013 schorste de Raad van State dit GRUP, maar de schorsing gold niet voor de geplande natuurgebieden. Intussen is het gebied grotendeels in der minne verworven. Voor enkele percelen werd een gerechtelijke onteigeningsprocedure opgestart.
  • Het MER-ontheffingsdossier werd na een eerste negatief advies op basis van verder overleg aangepast, opnieuw ingediend en goedgekeurd.
  • De bouwaanvraag werd ingediend in juli 2014, gevolgd door een infomarkt en openbaar onderzoek. De bouwvergunning werd afgeleverd in april 2015 en de aanbesteding gegund in december 2015.
  • Het archeologisch vooronderzoek startte in februari 2015.
  • De vernietiging van het GRUP in 2017 bracht dit gebied opnieuw in landbouwbestemming.

Habitat
Realisatie

De geplande inrichting (vóór vernietiging van het GRUP) voorzag de aanleg van drie nieuwe dijken rondom het gebied. Deze zullen voldoende veiligheid bieden tegen wateroverlast maar toch het landschapsbeeld niet belemmeren, omdat ze maar ongeveer 1,5 meter boven hun omgeving uitkomen.

In het natuurgebied zelf voorzag het plan twee lagergelegen compartimenteringdijken. Die lopen over de grote eilanden van Prosperpolder Zuid en splitsen het gebied op in drie gedeeltes. Zowel het waterpeil als de hoogte van de eilanden zal variëren, zodat zoveel mogelijk verschillende doelsoorten er hun gading vinden.

De werken zijn door de vernietiging van het GRUP stilgelegd, maar waren reeds deels uitgevoerd.

Zodra de omringende natuurkernen Prosperpolder Noord en GGG Doelpolder afgewerkt zijn, zou volgens plan Scheldewater via in- en uitwateringsconstructies vanuit Prosperpolder Noord, door Prosperpolder Zuid naar het GGG Doelpolder vloeien. 

Habitat
Plas en oever
Beheer

Na afwerking zal het gebied begraasd worden via gebruiksovereenkomsten.

In natuurbeheer
nee
In Vogelrichtlijngebied
ja
In Habitatrichtlijngebied
nee
Ligging
Zuidelijk gedeelte van de Prosperpolder (fase I), gelegen ten noordoosten van de Petrusstraat.
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Trekker
Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen

Putten West

Dit weidevogelgebied vormt één geheel met de Zoetwaterkreek en een zone die in de compensatiematrix van het Deurganckdok voorzien was als 'ecologisch waardevolle polder'.

Start studies
januari 2003
Habitat
Voorbereiding
  • - MER "Aanleg weidevogelgebied en plasdrasgebied Drijdijck en aanleg langgerekte zoetwaterkreek in combinatie met realisatie weidevogelgebied Putten West en alle daarmee onlosmakelijk verbonden ingrepen", Belconsulting, januari 2004
  • - Bouwvergunning verleend i.k.v. het Nooddecreet in april 2004
Start inrichting
augustus 2005
Realisatie

Vanaf december 2003 werden de verworven percelen afgeplagd. In 2005-2006 volgden grootschalige graafwerken. Voor de aanleg van het weidevogelgebied werden de aanwezige boomgaarden gerooid, de teellaag werd afgeschraapt, en een kreekprofiel werd uitgegraven. Vervolgens werd het gebied ingezaaid. In 2007 werden afsluitingen en voorzieningen voor begrazing en toegankelijkheid  geplaatst. De resterende bebouwing binnen het gebied werd afgebroken, met uitzondering van de beschermde hoeve Hof ter Walle.

Start ontwikkeling
juni 2006
Habitat
Natuurweide
Beheer

Het gebied is sinds broedseizoen 2007 functioneel als weidevogelgebied en wordt beheerd via gebruiksovereenkomsten met lokale landbouwers. Sinds 2011 voert het ANB in de weidevogelgebieden een beheer op maat van elk perceel uit, in samenwerking en nauw overleg met de gebruiker van het blok. Naargelang de ligging en uitgangssituatie werkt het ANB voor elk beheerblok een omvormingsbeheer op maat, in nauw overleg met de betrokken landbouwer.

Voor het broedseizoen 2012 werd houtige opslag gekapt en afgevoerd. 

Toekomst

Ten tijde van het Deurganckdok compensatieplan kon nog geen blijvende compensatiestatus voor dit gebied gegarandeerd worden. Door de goedkeuring van het MMHA als scenario voor de verdere ontwikkeling van de haven krijgt dit natuurcompensatiegebied een permanent karakter als natuurkerngebied.

IHD pijler
1
In natuurbeheer
ja
In Vogelrichtlijngebied
ja
In Habitatrichtlijngebied
nee
Ligging
Gelegen tussen de volumebuffer ten oosten van Kieldrecht en ten westen van het gebied ‘Putten Weiden’ (Zeehavengebied met tijdelijke bestemming Valleigebied).
Tijdelijke natuur
nee
Toegankelijkheid
Te bezichtigen vanop de Oud-Arenberg, Middenstraat en Pillendijk.
Compensatiegebied
ja
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Compensatiedossier

R2-vlakte

De compensatiematrix voor Deurganckdok voorzag 200 ha streefoppervlakte voor strand- en koloniebroeders, in eerste instantie tijdelijk te realiseren in de gebieden Opgespoten Mida (77 ha), Gedempt deel Doeldok (74 ha) en Vlakte van Zwijndrecht (53 ha). Het RUP Waaslandhaven 1ste fase voorziet ook de mogelijkheid dat binnen het Z-gebied nog andere zones hiervoor in aanmerking kunnen genomen worden. In dit kader werd de R2-vlakte ingeschakeld als aanvullende, tijdelijke strand- en plasvlakte.

Voorbereiding

0

Start inrichting
januari 2004
Realisatie

De R2-vlakte is in 2004 ingericht als aanvullende strand- en plasvlakte. De zone werd 'gereset' tot pioniersvegetatie en voorzien van een broedeiland.

In 2010 volgde een gedeeltelijke herinrichting, als compenserende maatregel voor het verlies aan leefgebied van Rugstreeppad i.h.k.v. de aanleg van de 2de sluis. Dit gebied vormt immers een belangrijke schakel in de zogenaamde ‘backbone’ voor Rugstreeppad (Ottburg et.al., 2007): een netwerk van aan elkaar geschakelde leef-, voortplantings- en overwinteringsgebieden. De realisatie van ecologische verbindingen, in westelijke richting met de Haasop en in noordoostelijke richting met de Steenlandpolder, werd hierbij gegarandeerd.

Start ontwikkeling
juni 2004
Beheer

De R2-vlakte wordt jaarlijks gemaaid en het maaisel wordt afgevoerd.

Toekomst

Door de spontane evolutie van de vegetatie zal de R2-vlakte stilaan aan belang verliezen als aanvullende strand- en plasvlakte. Deze zone zal echter een ondersteunende rol blijven spelen als onderdeel van het netwerk van Ecologische Infrastructuur en van de ‘backbone’ voor Rugstreeppad

IHD pijler
1
In natuurbeheer
ja
In Vogelrichtlijngebied
ja
In Habitatrichtlijngebied
nee
Tijdelijke natuur
ja
Ligging
Zone tussen op- en afrittencomplex R2, in de nabijheid van Zuidelijke Groenzone/Haasop en Steenlandpolder
Toegankelijkheid
Te bezichtigen via de kijkwand met trap, toegankelijk vanaf de Steenlandlaan.
Compensatiegebied
deels
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Trekker
Agentschap voor Natuur en Bos

Drijdijck deel 2

Drijdijck werd aangelegd als permanente compensatie voor het Deurganckdokproject met als eindbeeld een grote plas (grondwatergevoed) met variabele diepte en gevarieerde oevers, met een weidevogelgebied en plasdrasgebied rondom de plas. Het is van belang voor zowel overwinterende als broedende watervogels en weidevogels.

In de noordelijke punt wordt bestaand riet verder ontwikkeld, als opvang voor riet dat langs de Zoetwaterkreek nog tot ontwikkeling moet komen. Enkel deze zone wordt hier besproken.

De rest van het gebied (streefbeeld plas & oever en natuurweide) wordt besproken onder 'Drijdijck deel 1

Habitat
Habitat
Riet en water
IHD pijler
1
In natuurbeheer
ja
In Vogelrichtlijngebied
ja
In Habitatrichtlijngebied
nee
Ligging
Gelegen aan de westrand van het havengebied, ten zuidoosten van Kieldrecht.
Tijdelijke natuur
nee
Compensatiegebied
ja
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Compensatiedossier

Groenknolorchissite

Habitat
Habitat
Natuurweide
IHD pijler
1
In natuurbeheer
ja
In Vogelrichtlijngebied
ja
In Habitatrichtlijngebied
nee
Ligging
Tussen spoorwegbundel Zuid en Haasop
Tijdelijke natuur
nee
Compensatiegebied
nee
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Trekker
Agentschap voor Natuur en Bos

Grote en Kleine Weel

De kreek ‘de Grote Geule’ (21 ha) is een restant van een voormalige vertakking van een belangrijke getijdengeul van het eens veel grotere ‘Verdronken Land van Saeftinge’. De Grote en de Kleine Weel herinneren aan de kolkgaten, waarlangs het water van de Schelde bij dijkdoorbraken met bruisend geweld het achterland blank zette.

Vandaag is de Grote Geule een erkend natuurreservaat in beheer bij Natuurpunt. Deze oude kreek met brede rietkragen bestaat uit rietland, moeras en veen. Hierin huizen zeldzame planten als veenpluis en kamvaren. Op het water zijn heel wat eenden zoals slobeend, smient en pijlstaart van de partij. Bruine kiekendief en blauwborst zoeken eerder de moerassige stukken op. Steltlopers en ganzen vinden dan weer hun gading langs de oevers van de kreek en op de aanpalende weilanden.

Habitat
Habitat
Plas en oever
IHD pijler
1
In natuurbeheer
nee
In Vogelrichtlijngebied
ja
In Habitatrichtlijngebied
nee
Tijdelijke natuur
nee
Compensatiegebied
nee
Toegankelijkheid
De Grote Geule maakt deel uit van het Krekengebied van Noord-Oost Vlaanderen en ligt op het grondgebied van Kieldrecht en Meerdonk. In het gebied kan je niet vrij wandelen, maar je kan wel een wandeling aanvragen of er langs fietsen.
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos

Haasop

Het beschermde natuurgebied is een deel van de zuidelijke bufferzone, die omstreeks 1972 ontstond na de opspuiting van een deel van de vroegere Beverenpolder. Het toenmalige waardevolle en waterrijke poldergebied werd omgevormd tot een zandvlakte van 500 m breed en 4 km lang, als buffergebied tussen haven en bewoning. In de daarop volgende jaren gaf de natuur het gebied terug vorm. Er ontstond een patroon van waardevolle rietvelden, bosjes en schrale graslanden. Met de opname ervan in het compensatieplan Deurganckdok kreeg het gebied een beschermde status. Op advies van de Heemkundige Kring ‘het Land van Beveren’ werd de Zuidelijke Groenzone in 2004 omgedoopt tot 'Haasop', naar een gelijknamige door de Spanjaarden opgerichte schans (verdedigingspost) langs de Beverse Dijk.

Habitat
Voorbereiding

0

Start inrichting
januari 2003
Realisatie

De Haasop werd in 2003 voorzien van een afsluiting om de rust in het gebied te garanderen en wordt sindsdien begraasd door Galloway runderen en Konikpaarden. In 2006 werd een vangkraal gebouwd om de verzorging van de grazers te vergemakkelijken.

Het gebied vormt een belangrijke schakel in de zogenaamde ‘backbone-structuur’ voor Rugstreeppad (Ottburg et.al., 2007 ), een netwerk van aan elkaar geschakelde leef-, voortplantings- en overwinteringsgebieden. 

  • - In 2006 legde het ANB de eerste 3 voortplantingspoelen voor Rugstreeppad aan.
  • - In 2010 volgden enkele poelen in het oostelijke deel van de Haasop (als compensatie voor verlies van leefgebied bij een infrastructuurproject). 
  • - Om dit nieuwe leefgebied in verbinding te stellen met stapstenen en leefgebieden in de omgeving, zal een corridor voorzien worden in westelijke richting langs de spoorinfrastructuur die verbinding maakt met het Spaans Fort en Drijdijck.

De habitatkwaliteit binnen de contour wordt waar mogelijk verder verbeterd i.k.v. diverse havenprojecten. 

  • - In 2010 werd in het deel ten oosten van de Koestraat ca. 3 hectare rietbiotoop aangelegd ter mitigatie van biotoopverlies bij de aanleg van de 'spoorbundel zuid'. Deze zone sluit aan bij een bestaande rietzone.
  • - In 2013-2014 werd 12 hectare rietbiotoop aangelegd ter compensatie van 20 hectare biotoopverlies bij de eerste fase van het Logistiek Park Waasland. De overige 8 hectare werden in 2010 gerealiseerd in het Spaans Fort. 
Start ontwikkeling
juni 1972
Beheer

Het reguliere beheer bestaat uit het bewaken van de rust in dit gebied, begrazing door Konikpaarden en Galloway-runderen om de vegetatie gevarieerd te houden, onderhoud van de infrastructuur, hakselen, verwijderen van bomen, ruimen van afval en maaien. 

Habitat
Riet en water
Toekomst

Het GRUP voor de afbakening van het zeehavengebied van Antwerpen hertekent de contour van de Haasop. Een deel van de westkant wordt gefaseerd ingenomen voor de ontwikkeling van het Logistiek Park Waasland. Ter vervanging wordt een zone ten noorden van de Haasop aan het gebied toegevoegd, waar een aangepast riet- en waterbeheer het behoud en/of de uitbreiding van de Groenknolorchispopulatie mogelijk zal maken.

Het gebied is niet opgenomen in de natuurkernstructuur omwille van de langgerekte vorm (meer randverstoring) en relatief hoge recreatiedruk. De volledige oppervlakte is niet als optimaal habitat te beschouwen, wat ook niet vooropgesteld werd in het Nooddecreet. De Haasop is een gevarieerd landschap, dat naast waardevolle rietvegetaties ook ruigere zones bevat. Binnen de totale oppervlakte is er daarom ruimte voor habitatverbetering i.k.v. diverse projecten. 

IHD pijler
1
In natuurbeheer
ja
In Vogelrichtlijngebied
ja
In Habitatrichtlijngebied
nee
Tijdelijke natuur
nee
Ligging
Gelegen tussen de N 49 en de Hazopweg van Kallo tot Verrebroek.
Compensatiegebied
ja
Toegankelijkheid
Het gebied is toegankelijk voor wandelaars. In de lengte van het gebied loopt een semi-verhard wandelpad te bereiken vanaf de Koestraat. Wandelaars houden rekening met de aanwezige grazers.
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Trekker
Agentschap voor Natuur en Bos

Ketenisseschor

De Ketenissepolder ontstond op een voormalig schor tussen fort Liefkenshoek en Kallo sluis toen de specie, die vrijkwam bij de aanleg van de Liefkenshoektunnel, er opgespoten werd tussen een zomerdijk en de waterkerende dijk. Als compensatie voor de aanleg van de Noordzee containerterminal werd het gebied hersteld tot schor. 

Habitat
Voorbereiding

0

Start inrichting
januari 2002
Realisatie

Het gebied werd afgegraven tot net onder GHW met een zeer zwakke helling naar de rivier toe. Op die manier ontstond er een goede uitgangssituatie voor de ontwikkeling van ca. 30 ha nieuw slik en schorgebied waar zich geulen, platen, zilte riet- en graslandvegetaties kunnen vormen.

Start ontwikkeling
januari 2003
Beheer

De werken zijn beëindigd in januari 2003. Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek startte al in juni 2002 met intensief onderzoek. Estuariene herstelprojecten evolueren immers het snelst onmiddellijk na herstel van het getijdenregime. Het verloop van de sedimentatie en erosie, de vestiging van bodemdieren, het gebruik van het gebied door watervogels en broedvogels worden in detail opgevolgd. 

Habitat
Slik en schor
Toekomst

0

IHD pijler
1
In natuurbeheer
ja
In Vogelrichtlijngebied
ja
In Habitatrichtlijngebied
ja
Tijdelijke natuur
nee
Ligging
Ketenisseschor is gelegen aan de Schelde en grenst in het noorden aan Fort Liefkenshoek en in het zuiden aan de ingang van het Waaslandkanaal. In zeer vroege tijden was dit gebied een schor. Later werd het ingepolderd (Ketenissepolder). Bij de aanleg van de Waaslandhaven, kwam het gebied geïsoleerd te liggen van de polders en werd er voor een groot deel specie gestort. Door de overheid werd het herstel van dit gebied voorgesteld als compensatie voor het natuurverlies in het Groot Buitenschoor ten gevolge van de aanleg van de Noordzeeterminal.
Compensatiegebied
ja
Toegankelijkheid
Te bezichtigen vanop de dijk
Compensatiedossier
Beheerder
Waterwegen en Zeekanaal
Trekker
Waterwegen en Zeekanaal

Nieuw Arenbergpolder fase II

Habitat
Habitat
Natuurweide
IHD pijler
3
In natuurbeheer
nee
In Vogelrichtlijngebied
ja
In Habitatrichtlijngebied
nee
Ligging
Langgerekte strook in het noordelijke gedeelte van de Nieuw Arenbergpolder, ten zuiden van de Prosperpolder
Tijdelijke natuur
nee

Prosperpolder Zuid fase II

Op basis van de prioritaire inspanningen 1 en 2 wordt de distance to target berekend onder prioritaire inspanning 3.  Die wordt uitgedrukt in een globale, gelokaliseerde oppervlakte bijkomend leefgebied waarvan de ecologische vereisten duidelijk in kaart worden gebracht.

Prosperpolder Zuid fase II behoort tot deze 3de pijler, en wordt dus enkel ontwikkeld tot natuurgebied als de IHD onvoldoende behaald kunnen worden met de 1ste en 2de pijler.

Het streefbeeld is ideaaltypisch vogelleefgebied ‘Plas en Oever’. De Achtergrondnota Natuur definieert dit vogelleefgebied als volgt: “Plassen zijn plaatselijk diep >2 m, eilanden of afgesneden onbereikbare dijken zijn aanwezig. Riet vormt slechts een fractie van de oevervegetatie of is slechts over een smalle zone aanwezig”. Blokkersdijk en de Verrebroekse plassen worden als ideaaltypische voorbeelden gezien van het beoogde natuurtype. 

Habitat
Habitat
Plas en oever
IHD pijler
3
In natuurbeheer
nee
In Vogelrichtlijngebied
ja
In Habitatrichtlijngebied
nee
Ligging
Zuidwestelijke driehoek van Prosperpolder, gelegen tussen de Petrusstraat, Muggenhoek en Nederlandse grens.
Tijdelijke natuur
nee

Rietveld Kallo

Uit de passende beoordeling bleek dat de aanleg van de Liefkenshoekspoorverbinding zou leiden tot 26,9 hectare biotoopverlies in de bestaande compensatiegebieden Haasop en de Steenlandpolder. Om dit verlies tijdig op te vangen, werd het Rietveld Kallo ingericht, vooruitlopend op de verdere realisatie van de voorziene natuurkernstructuur via het GRUP.

Het gebied is groter dan de compensatieverplichting voor de Liefkenshoekspoorverbinding, maar werd in zijn totaliteit ingericht als proactieve bijdrage aan het behalen van de natuurdoelen voor soorten van 'riet en water', die momenteel steeds verder onder druk komen binnen de haventerreinen. 

De restanten van de compensatiezones Steenlandpolder en Haasop worden opgenomen in het netwerk van Ecologische Infrastructuur.

Start studies
december 2006
Habitat
Voorbereiding
  • - MER 'Tweede spoorverbinding onder de Schelde', augustus 2006
  • Inrichtingsplan, 2007
  • Definitieve vaststelling GRUP 'Liefkenshoekspoortunnel', mei 2008 
Start inrichting
oktober 2008
Realisatie

De inrichting van het gebied ging van start in oktober 2008 en werd opgeleverd in juni 2012. De werken zijn uitgevoerd conform de vooropgestelde oppervlaktematrix. In overleg werd het oorspronkelijk voorziene profiel van de bufferdijk en de hoogte van de poelen voor Rugstreeppad aangepast. Een aantal openstaande punten werden in een 2de bestek voor aanvullende werken gebundeld en uitgevoerd in februari tot mei 2014.

  • integratie van perceel Melseledijk 53 (na de inrichting alsnog in der minne verworven)
  • aanpassing van gracht langs Melseledijk
  • herstel van erosiegeulen in bufferdijk
  • vervanging van uitval beplanting op bufferdijk
  • regelbaar maken van de stuw

Ter mitigatie van het innemen van een rietzone aan het Geslecht bracht de Maatschappij LSO in 2014 rietmatten aan over een oppervlakte van ca. 3 ha om de rietontwikkeling te versnellen.

Start ontwikkeling
juni 2012
Beheer

De ontwikkeling tot een volwaardig rietland zal nog meerdere jaren in beslag nemen. Om de rietontwikkeling alle kansen te geven worden sinds 2010 systematisch opschietende wilgen verwijderd en het aanwezige riet uitgerasterd tegen vraat door ganzen en konijnen. Eens het riet zich over voldoende oppervlakte ontwikkeld heeft, zal de impact door vraat niet meer problematisch zijn en kunnen de rasters verwijderd worden.

De regelbare stuw laat toe het waterpeil fijn te regelen in functie van de beoogde ontwikkeling tot een rietland.

Het jaarlijkse beheer bestaat uit bewaken van het waterpeil, maaien van de wandelpaden en functionele dijken en uitrasteren van de jonge rietontwikkeling.

Habitat
Riet en water
Toekomst

0

IHD pijler
1
In natuurbeheer
ja
In Vogelrichtlijngebied
nee
In Habitatrichtlijngebied
nee
Tijdelijke natuur
nee
Ligging
Het gebied vormt een driehoek door de Gasthuisstraat, de Melseledijk en het pad ten noorden van spoorlijn 10
Compensatiegebied
deels
Toegankelijkheid
Toegankelijk op de wandeldijk en vlonderpaden, te bereiken langs de Melseledijk. Op de bufferdijk zijn kijkwanden geplaatst.
Compensatiedossier
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Trekker
Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen
Maatschappij LSO
Infrabel

Schor Ouden Doel

Het buitendijks gebied tot aan de Schelde is een brakwaterschor. Het gebied staat onder invloed van getijdenwerking en wordt zowel door zout water vanuit de Noordzee als door zoet water vanuit de Schelde overspoeld. Het slikgedeelte komt tweemaal daags onder water. De hoger gelegen schorren lopen alleen onder bij storm en springtij. Het gebied werd in 1993 aangekocht door Natuurreservaten vzw, nu Natuurpunt vzw.

Habitat
Voorbereiding

0

Realisatie

0

Start ontwikkeling
juli 1999
Beheer

Tot in de jaren '70 werd het schor door runderen begraasd, maar door de dijkverhogingen (sigmaplan) was er geen uitwijkmogelijkheid meer voor de dieren en diende de begrazing te worden stopgezet. Riet en andere planten verdrongen vrij snel de typische schorrenplanten. Om de verruiging van het gebied tegen te gaan werd in juni 1999 opnieuw een begrazingsproject opgestart.

http://www.natuurpuntwal.be/index.php?page=schor-ouden-doel

Habitat
Slik en schor
Toekomst

Bij de afwerking van het Hedwige-Prosperproject wordt ter hoogte van het Schor Ouden Doel een grote bres gemaakt in de Scheldedijk, langs waar  tweemaal per dag Scheldewater in het ontpolderde gebied zal stromen. Het schor zal geleidelijk aan één geheel vormen met het nieuwe estuariene gebied.

IHD pijler
1
In natuurbeheer
ja
In Vogelrichtlijngebied
ja
In Habitatrichtlijngebied
ja
Ligging
Aan de rivierzijde van de Schelde in de Prosperpolder, de noordelijkste uithoek van het Waasland op de grens met Nederland. Ten noorden van het gebied ligt het befaamde 'verdronken land van Saeftinghe' en aan de overkant reikt een gelijkaardig schorrenreservaat, het Galgenschoor. Binnendijks werd Doelpolder Noord aangelegd en is het toekomstige getijdengebied Posperpolder Noord in realisatie.
Tijdelijke natuur
nee
Compensatiegebied
nee
Toegankelijkheid
Te bezichtigen vanop de dijk
Beheerder
Natuurpunt-WAL

Verrebroekse Plassen deel 1

De Verrebroekse Plassen zijn gelegen aan het uiteinde van het nog af te werken Verrebroekdok (fase III). De werken aan dit dok zijn omwille van budgettaire redenen stopgezet. De centrale gronden liggen nog op hun oorspronkelijke maaiveldhoogte maar kwamen door de verhoging van het waterpeil 1,5 meter onder water te staan. De omringende zones zijn gedeeltelijk opgespoten. De restanten van de vroegere waterloop van de Hoge Landen en Zuidelijke Watergang zijn nog zichtbaar in het gebied. Het geheel evolueerde spontaan tot een zeer waardevol en gevarieerd waterrijk gebied. 

Het compensatieplan Deurganckdok voorzag in een streefoppervlakte van 35 hectare voor 'kunstmatige waterplassen in Z2-gebied'. Deze omschrijving had enerzijds betrekking op het gebied ‘Putten Plas’ (C63), en anderzijds op "overige waterplassen in Z2-gebied". Hiermee werd bedoeld de ‘Verrebroekse Plassen', het Doeldok, en/of nog in de toekomst aan te duiden of aan te leggen plassen die als rust-of overwinteringsplaats zullen fungeren.

Het gebied is zowel van belang voor broedende als voor doortrekkende en onverwinterende (water)vogels. Ook voor vleermuizen is het belangrijk fourageergebied.

In de S-IHD oefening wordt dit gebied verdeeld in 3 delen, op basis van tot doel gestelde of voorkomende leefgebieden:

Start studies
januari 2003
Habitat
Voorbereiding

0

Start inrichting
januari 2003
Realisatie

In 2003 werd het bestaande natuurgebied voorzien van een afsluiting om de rust te garanderen en verstoring door bv. motorcross tegen te gaan. Verdere inrichting was niet noodzakelijk gezien het tijdelijke karakter van het gebied.

Start ontwikkeling
januari 2003
Beheer

In 2004 werd een beheervisie opgemaakt voor het gebied. Het beheer van dit gebied is gericht op het vrijwaren van de rust, het bewaken van het waterpeil en het verwijderen van overtollige wilgenopslag. 

Natuurpunt WAL organiseert jaarlijks - in samenwerking met het GHA, het ANB en het INBO - een beheerdag voor het kappen van wilgen binnen de Verrebroekse plassen en ophogen van broedhopen voor Lepelaars. Gezien het succes van de takkenhoop in het Verrebroekdok als broedeiland voor Lepelaars, werden sinds 2012 gelijkaardige broedeilanden van takkenhopen voorzien op Blokkersdijk en in de Zoetwaterkreek, om de kolonie de kans te geven zich tijdig te verplaatsen.

Toekomst

Het GRUP voorziet de realisatie van de 3de fase van het Verrebroekdok. Daarbij zullen de huidige natuurwaarden in de Verrebroekse Plassen verdwijnen. Om het behalen van de natuurdoelen voor watervogels veilig te stellen, bakent het GRUP tegelijk een nieuw zoet plassengebied af in Prosperpolder Zuid. Dit zal dienen als overwinteringsgebied voor watervogels en als belangrijk broedgebied voor veel bijlage I-soorten.

De vraag uit het nooddecreet naar permanente kunstmatige waterplassen in Z2-gebied blijft voldaan in Doeldok en de Steenlandpolder

IHD pijler
1
In natuurbeheer
ja
In Vogelrichtlijngebied
ja
In Habitatrichtlijngebied
nee
Tijdelijke natuur
ja
Ligging
’Plas en Oever’ (“tijdelijk en permanent beheer van waterplassen gelegen in de zone ‘Putten Plas’ en overige waterplassen in Z2-gebied” )
Compensatiegebied
ja
Toegankelijkheid
Te bezichtigen vanop de Haandorpweg
Compensatiedossier
Beheerder
Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen
Trekker
Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen

Verrebroekse Plassen deel 2

De Verrebroekse Plassen zijn gelegen aan het uiteinde van het nog af te werken Verrebroekdok (fase III). De werken aan dit dok zijn omwille van budgettaire redenen stopgezet. De centrale gronden liggen nog op hun oorspronkelijke maaiveldhoogte maar kwamen door de verhoging van het waterpeil 1,5 meter onder water te staan. De omringende zones zijn gedeeltelijk opgespoten. De restanten van de vroegere waterloop van de Hoge Landen en Zuidelijke Watergang zijn nog zichtbaar in het gebied. Het geheel evolueerde spontaan tot een zeer waardevol en gevarieerd waterrijk gebied. 

Het compensatieplan Deurganckdok voorzag in een streefoppervlakte van 35 hectare voor 'kunstmatige waterplassen in Z2-gebied'. Deze omschrijving had enerzijds betrekking op het gebied ‘Putten Plas’ (C63), en anderzijds op "overige waterplassen in Z2-gebied". Hiermee werd bedoeld de ‘Verrebroekse Plassen', het Doeldok, en/of nog in de toekomst aan te duiden of aan te leggen plassen die als rust-of overwinteringsplaats zullen fungeren.

Het gebied is zowel van belang voor broedende als voor doortrekkende en onverwinterende (water)vogels. Ook voor vleermuizen is het belangrijk fourageergebied.

In de S-IHD oefening wordt dit gebied verdeeld in 3 delen, op basis van tot doel gestelde of voorkomende leefgebieden:

Start studies
januari 2003
Habitat
Voorbereiding

0

Start inrichting
januari 2003
Realisatie

In 2003 werd het bestaande natuurgebied voorzien van een afsluiting om de rust te garanderen en verstoring door bv. motorcross tegen te gaan. Verdere inrichting was niet noodzakelijk gezien het tijdelijke karakter van het gebied.

Start ontwikkeling
januari 2003
Beheer

In 2004 werd een beheervisie opgemaakt voor het gebied. Het beheer van dit gebied is gericht op het vrijwaren van de rust, het bewaken van het waterpeil en het verwijderen van overtollige wilgenopslag. 

Natuurpunt WAL organiseert jaarlijks - in samenwerking met het GHA, het ANB en het INBO - een beheerdag voor het kappen van wilgen binnen de Verrebroekse plassen en ophogen van broedhopen voor Lepelaars. Gezien het succes van de takkenhoop in het Verrebroekdok als broedeiland voor Lepelaars, werden sinds 2012 gelijkaardige broedeilanden van takkenhopen voorzien op Blokkersdijk en in de Zoetwaterkreek, om de kolonie de kans te geven zich tijdig te verplaatsen.

Toekomst

Het GRUP voorziet de realisatie van de 3de fase van het Verrebroekdok. Daarbij zullen de huidige natuurwaarden in de Verrebroekse Plassen verdwijnen. Om het behalen van de natuurdoelen voor watervogels veilig te stellen, bakent het GRUP tegelijk een nieuw zoet plassengebied af in Prosperpolder Zuid. Dit zal dienen als overwinteringsgebied voor watervogels en als belangrijk broedgebied voor veel bijlage I-soorten.

De vraag uit het nooddecreet naar permanente kunstmatige waterplassen in Z2-gebied blijft voldaan in Doeldok en de Steenlandpolder

IHD pijler
1
In natuurbeheer
ja
In Vogelrichtlijngebied
ja
In Habitatrichtlijngebied
nee
Tijdelijke natuur
ja
Ligging
’Plas en Oever’ (“tijdelijk en permanent beheer van waterplassen gelegen in de zone ‘Putten Plas’ en overige waterplassen in Z2-gebied” )
Compensatiegebied
ja
Toegankelijkheid
Te bezichtigen vanop de Haandorpweg
Compensatiedossier
Beheerder
Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen
Trekker
Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen

Verrebroekse Plassen deel 3

De Verrebroekse Plassen zijn gelegen aan het uiteinde van het nog af te werken Verrebroekdok (fase III). De werken aan dit dok zijn omwille van budgettaire redenen stopgezet. De centrale gronden liggen nog op hun oorspronkelijke maaiveldhoogte maar kwamen door de verhoging van het waterpeil 1,5 meter onder water te staan. De omringende zones zijn gedeeltelijk opgespoten. De restanten van de vroegere waterloop van de Hoge Landen en Zuidelijke Watergang zijn nog zichtbaar in het gebied. Het geheel evolueerde spontaan tot een zeer waardevol en gevarieerd waterrijk gebied. 

Het compensatieplan Deurganckdok voorzag in een streefoppervlakte van 35 hectare voor 'kunstmatige waterplassen in Z2-gebied'. Deze omschrijving had enerzijds betrekking op het gebied ‘Putten Plas’ (C63), en anderzijds op "overige waterplassen in Z2-gebied". Hiermee werd bedoeld de ‘Verrebroekse Plassen', het Doeldok, en/of nog in de toekomst aan te duiden of aan te leggen plassen die als rust-of overwinteringsplaats zullen fungeren.

Het gebied is zowel van belang voor broedende als voor doortrekkende en onverwinterende (water)vogels. Ook voor vleermuizen is het belangrijk fourageergebied.

Start studies
januari 2003
Habitat
Voorbereiding

0

Start inrichting
januari 2003
Realisatie

In 2003 werd het bestaande natuurgebied voorzien van een afsluiting om de rust te garanderen en verstoring door bv. motorcross tegen te gaan. Verdere inrichting was niet noodzakelijk gezien het tijdelijke karakter van het gebied.

Start ontwikkeling
januari 2003
Beheer

In 2004 werd een beheervisie opgemaakt voor het gebied. Het beheer van dit gebied is gericht op het vrijwaren van de rust, het bewaken van het waterpeil en het verwijderen van overtollige wilgenopslag. 

Natuurpunt WAL organiseert jaarlijks - in samenwerking met het GHA, het ANB en het INBO - een beheerdag voor het kappen van wilgen binnen de Verrebroekse plassen en ophogen van broedhopen voor Lepelaars. Gezien het succes van de takkenhoop in het Verrebroekdok als broedeiland voor Lepelaars, werden sinds 2012 gelijkaardige broedeilanden van takkenhopen voorzien op Blokkersdijk en in de Zoetwaterkreek, om de kolonie de kans te geven zich tijdig te verplaatsen.

Toekomst

Het GRUP voorziet de realisatie van de 3de fase van het Verrebroekdok. Daarbij zullen de huidige natuurwaarden in de Verrebroekse Plassen verdwijnen. Om het behalen van de natuurdoelen voor watervogels veilig te stellen, bakent het GRUP tegelijk een nieuw zoet plassengebied af in Prosperpolder Zuid. Dit zal dienen als overwinteringsgebied voor watervogels en als belangrijk broedgebied voor veel bijlage I-soorten.

De vraag uit het nooddecreet naar permanente kunstmatige waterplassen in Z2-gebied blijft voldaan in Doeldok en de Steenlandpolder

IHD pijler
1
In natuurbeheer
ja
In Vogelrichtlijngebied
ja
In Habitatrichtlijngebied
nee
Tijdelijke natuur
ja
Ligging
’Plas en Oever’ (“tijdelijk en permanent beheer van waterplassen gelegen in de zone ‘Putten Plas’ en overige waterplassen in Z2-gebied” )
Compensatiegebied
ja
Toegankelijkheid
Te bezichtigen vanop de Haandorpweg
Compensatiedossier
Beheerder
Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen
Trekker
Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen

Vlakte van Zwijndrecht

De broedvlakte is ontstaan door de onafgewerkte opspuiting van de Melselepolder in de jaren '70. Het gebied bleef braak liggen en trok door zijn open pionierskarakter tal van broedvogels aan.

Voorbereiding

0

Habitat
Start inrichting
maart 2002
Realisatie

In 2002 startte het beheer van het gebied als tijdelijk compensatiegebied met het plaatsen van boomstambarricades, later vervangen door een afsluiting, om motorcrossers uit het gebied te weren. Erosiegeulen werden gedempt om water in het gebied vast te houden.

In 2004 volgde een grondige herinrichting waarbij het gebied werd teruggezet naar een kale zandige vlakte met plassen. In het voorjaar van 2006 werden ondiepe plassen gecreëerd. In het voorjaar van 2011 volgde een nieuwe grootschalige herinrichting en werd een broedeiland met ringgracht aangelegd.

Start ontwikkeling
maart 2002
Beheer

Zonder beheer evolueren pionierssituaties snel naar ruige en beboste terreinen, die niet meer geschikt zijn als broedgebied voor kust- en koloniebroeders. Daarom wordt de Vlakte van Zwijndrecht jaarlijks gemaaid of geklepeld, en wordt periodiek de pionierssituatie hersteld door frees- en graafwerken. Waar nodig wordt spontane verbossing gekapt. De Konikpaarden grazen jaarrond jonge scheuten af.  

Toekomst

Waar strand- en plasbroeders in het natuurcompensatieplan voor Deurganckdok werden voorzien van surrogaat broedgebied op de (beschikbare) opgespoten zandgronden, geeft de Achtergrondnota Natuur voorkeur aan meer natuurlijke en duurzame habitattypes om deze doelsoorten (kust- en koloniebroeders) op te vangen, met name 'slik en schor' of estuariene natuur. Dit type wordt ontwikkeld in Prosperpolder Noord en het GGG Doelpolder. Zodra in deze estuariene natuurkerngebieden voldoende broedgebied voor strand- en koloniebroeders is gerealiseerd, zal de Vlakte van Zwijndrecht ingezet worden voor havenontwikkeling.

IHD pijler
1
In natuurbeheer
ja
Oppervlakte netto
42 hectare
In Vogelrichtlijngebied
nee
Tijdelijke natuur
ja
Ligging
Braakliggend industriegebied gelegen ten oosten van het ‘Groot Rietveld’ en de provinciegrens.
Toegankelijkheid
Buiten het broedseizoen toegankelijk voor wandelaars zonder hond, via de toegangspoort aan de noordzijde langs de Kwarikweg.
Compensatiegebied
ja
Compensatiedossier
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Trekker
Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen

Spaans Fort

Uit de passende beoordeling bleek dat de realisatie van het ‘Logistiek Park Waasland fase 1’ leidt tot 20 hectare biotoopverlies ‘Riet en Water’. Naast deze compensatienoodzaak diende een populatie Groenknolorchis binnen de perimeter van het voorziene Logistiek Park duurzaam behouden te blijven en kwam eveneens de vraag van het GHA voor samenwerking rond een compensatie voor Rugstreeppad i.h.k.v. de Vopak-terminal, die ook gevonden kon worden binnen deze perimeter. Er werd een voorstel uitgewerkt dat een combinatie vormt van deze 3 factoren, verspreid over 2 deelgebieden: 12 hectare in de Haasop en 8 ha in de zone 'Spaans Fort'. 

Start studies
juni 2008
Habitat
Start inrichting
februari 2009
Realisatie

De inrichtingswerken in de zone ‘Spaans Fort’ werden in januari ’10 beëindigd. Er werden 2 grotere plassen aangelegd, die ter hoogte van de bocht in het woongehucht via een ondergrondse verbinding met elkaar werden verbonden. Verder omvat het combinatievoorstel in dit deelgebied een aantal kleinere ingrepen ter versterking van het netwerk van ecologische infrastructuur binnen het havengebied: de aanleg van een oeverzwaluwwand (rode lijstsoort) en van 3 kleinere poelen als leefgebied voor de Rugstreeppad (Bijlage IV van de Habitatrichtlijn) en het behoud van een aantal populierenrijen als landschapsverbinding voor Vleermuizen (bijlage IV van de Habitatrichtlijn).

De vrijgekomen grond werd gebruikt voor de verdere uitbouw van landschapsdijken die de impact van de achterliggende havenactiviteiten en het ermee gepaard gaande verkeer op de omliggende woonkernen moeten helpen verminderen.  

Start ontwikkeling
januari 2010
Beheer

Natuurpunt-WAL maakt een beheerplan op voor het gebied i.h.k.v. het project ‘de Antwerpse Haven Natuurlijker’. Deze visie omvat de aanleg en het beheer van een wandelpad op de bufferdijk, en de aanplant van een bosrand als buffer. De Beheercommissie steunt de keuze om in het Spaans Fort zover mogelijk tegemoet te komen aan de wensen van en beleefbaarheid voor de omgeving, zij het zonder de natuurdoelstellingen hierdoor te hypothekeren.

Habitat
Riet en water
IHD pijler
1
In natuurbeheer
ja
In Vogelrichtlijngebied
ja
In Habitatrichtlijngebied
nee
Tijdelijke natuur
nee
Ligging
Het gebied ‘Spaans Fort’ wordt begrensd door de Sint-Michielsstraat en het gebied ‘Drijdijck’ in het noorden, de landschapsdijk Verrebroek in het oosten, de Sluisstraat en toegangsweg naar pompstation Watermolen in het zuiden en door de Watermolendijk en Spaans Fort in het westen.
Toegankelijkheid
Het natuurgebied is beperkt toegankelijk voor bezoekers: over een lengte van 100 meter werd de betonverharding van de Sint-Michielsstraat behouden als wandelpad. Het wandelpad geeft toegang tot een halfverhard uitkijkplatform op het verbrede gedeelte van de landschapsdijk. Langs de weg van het Spaans Fort is parkeergelegenheid voorzien voor wagens en bussen.
Compensatiegebied
ja
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Compensatiedossier
Trekker
Maatschappij LSO

Steenlandpolder deel 1

De Steenlandpolder was opgenomen in het compensatieplan voor het Deurganckdokproject als tijdelijke compensatie voor het habitat 'Riet en water' met een streefoppervlakte van 10 hectare, te behalen bovenop het bestaande rietbiotoop binnen een ruimere zoekzone.

In het noordelijke deel bevinden zich kreekrestanten van de Melkader. Het zuidelijke deel is opmerkelijk lager gelegen en heeft een kleiige ondergrond. Vóór de inrichting was het gebied deels in akkergebruik en deels braakliggend. In het zuidelijke deel waren naast akkers en weiden ook 'historisch permanente graslanden' aanwezig. Het gebied was sinds het gewestplan van '78 gereserveerd voor de aanleg van spoorinfrastructuur.

Start studies
januari 2002
Habitat
Voorbereiding

In oktober 2002 werd een natuurontwikkelingsplan opgemaakt. De stedenbouwkundige vergunning voor de inrichting werd verleend ikv het Nooddecreet en omvatte het verbreden van aanwezige grachten, verhogen van het waterpeil en verlagen van het maaiveld. In 2004 werd een beheervisie opgemaakt voor het gebied.

Start inrichting
januari 2003
Realisatie

In het noordelijke gedeelte werden enkele plassen aangelegd. In het zuidelijke gedeelte omvatte de inrichting het verbreden van bestaande grachten zodat het aanwezige riet zich kon uitbreiden. De aanleg van de rotonde 'Kruipin' zorgde vanaf 2006 voor een aanzienlijke verdere vernatting van het zuidelijke gedeelte, waardoor de natte weilanden in korte tijd ontwikkelden tot een klein, maar weinig verstoord rietland.

Start ontwikkeling
maart 2003
Beheer

Het gebied is sinds broedseizoen 2003 functioneel. De ruige graslanden in het noordelijke gedeelte worden jaarlijks gemaaid om distels te bestrijden. Verder is het beheer beperkt tot bewaken van het waterpeil.

Sinds eind 2008 is het noordelijke deel van de Steenlandpolder ingenomen als werfzone voor de aanleg van de Liefkenshoekspoorverbinding of ‘Tweede spoorverbinding onder de Schelde’. Het biotoopverlies dat ten gevolge van dit project optreedt in de Steenlandpolder en de Haasop, werd gecompenseerd door de creatie van het natuurkerngebied ‘Rietveld Kallo’.

Habitat
Riet en water
Toekomst

In het GRUP voor de afbakening van het zeehavengebied van Antwerpen zijn de restanten van de Steenlandpolder ingekleurd als 'reservatiestrook voor infrastructuur, met medegebruik voor ecologische infrastructuur'. Dit houdt in dat het gebied nog beperkte ecologische functies kan vervullen, maar de hoofdfunctie is de aanleg van infrastructuur of leidingen. 

Binnen het netwerk van ecologische infrastructuur is de Steenlandpolder een belangrijke schakel voor Rugstreeppad. Begin 2015 wordt het gebied deels heringericht als voortplantingsgebied voor deze soort, die op zijn jaarlijkse tocht heel de haven doorkruist.

IHD pijler
1
In natuurbeheer
nee
In Vogelrichtlijngebied
ja
Ligging
Gelegen tussen de Steenlandlaan en de R2, aan beide zijden van het op- en afrittencomplex.
Compensatiegebied
ja
Toegankelijkheid
Door zijn ligging tussen de spoorlijn en de drukbereden R2 en Steenlandlaan is dit gebied minder attractief. De bestaande wegen zijn toegankelijk en er staat een infobord.
Beheerder
Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen
Compensatiedossier
Trekker
Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen

Steenlandpolder deel 2

De Steenlandpolder was opgenomen in het compensatieplan voor het Deurganckdokproject als tijdelijke compensatie voor het habitat 'Riet en water' met een streefoppervlakte van 10 hectare, te behalen bovenop het bestaande rietbiotoop binnen een ruimere zoekzone.

In het noordelijke deel bevinden zich kreekrestanten van de Melkader. Het zuidelijke deel is opmerkelijk lager gelegen en heeft een kleiige ondergrond. Vóór de inrichting was het gebied deels in akkergebruik en deels braakliggend. In het zuidelijke deel waren naast akkers en weiden ook 'historisch permanente graslanden' aanwezig. Het gebied was sinds het gewestplan van '78 gereserveerd voor de aanleg van spoorinfrastructuur.

Start studies
januari 2002
Habitat
Voorbereiding

In oktober 2002 werd een natuurontwikkelingsplan opgemaakt. De stedenbouwkundige vergunning voor de inrichting werd verleend ikv het Nooddecreet en omvatte het verbreden van aanwezige grachten, verhogen van het waterpeil en verlagen van het maaiveld. In 2004 werd een beheervisie opgemaakt voor het gebied.

Start inrichting
januari 2003
Realisatie

In het zuidelijke gedeelte omvatte de inrichting het verbreden van bestaande grachten zodat het aanwezige riet zich kon uitbreiden. De aanleg van de rotonde 'Kruipin' zorgde vanaf 2006 voor een aanzienlijke verdere vernatting van het zuidelijke gedeelte, waardoor de natte weilanden in korte tijd ontwikkelden tot een klein, maar weinig verstoord rietland.

Start ontwikkeling
maart 2003
Beheer

Het gebied is sinds broedseizoen 2003 functioneel. De ruige graslanden in het noordelijke gedeelte worden jaarlijks gemaaid om distels te bestrijden. Verder is het beheer beperkt tot bewaken van het waterpeil.

Habitat
Riet en water
Toekomst

In het GRUP voor de afbakening van het zeehavengebied van Antwerpen zijn de restanten van de Steenlandpolder ingekleurd als 'reservatiestrook voor infrastructuur, met medegebruik voor ecologische infrastructuur'. Dit houdt in dat het gebied nog beperkte ecologische functies kan vervullen, maar de hoofdfunctie is de aanleg van infrastructuur of leidingen. 

Binnen het netwerk van ecologische infrastructuur is de Steenlandpolder een belangrijke schakel voor Rugstreeppad. Begin 2015 wordt het gebied deels heringericht als voortplantingsgebied voor deze soort, die op zijn jaarlijkse tocht heel de haven doorkruist.

IHD pijler
1
In natuurbeheer
nee
In Vogelrichtlijngebied
ja
In Habitatrichtlijngebied
nee
Tijdelijke natuur
nee
Ligging
Gelegen tussen de Steenlandlaan en de R2, in de meest zuidelijke lus van het op- en afrittencomplex.
Compensatiegebied
ja
Toegankelijkheid
Door zijn ligging tussen de spoorlijn en de drukbereden R2 en Steenlandlaan is dit gebied minder attractief. De bestaande wegen zijn toegankelijk en er staat een infobord.
Compensatiedossier
Beheerder
Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen
Trekker
Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen

Zoetwaterkreek

Deze kreek vormt één geheel met het weidevogelgebied 'Putten West' en een zone die in de compensatiematrix van het Deurganckdok voorzien was als 'ecologisch waardevolle polder'.

Start studies
januari 2004
Habitat
Voorbereiding

  • - MER "Aanleg weidevogelgebied en plasdrasgebied Drijdijck en aanleg langgerekte zoetwaterkreek in combinatie met realisatie weidevogelgebied Putten West en alle daarmee onlosmakelijk verbonden ingrepen", Belconsulting, januari 2004
  • - Bouwvergunning verleend i.k.v. het Nooddecreet in april 2004
Start inrichting
augustus 2005
Realisatie

Vanaf december 2003 werden de verworven percelen afgeplagd. In 2005-2006 volgden grootschalige graafwerken. Voor de aanleg van het weidevogelgebied werden de aanwezige boomgaarden gerooid, de teellaag werd afgeschraapt, en een kreekprofiel werd uitgegraven. Vervolgens werd het gebied ingezaaid. In 2007 werden afsluitingen en voorzieningen voor begrazing en toegankelijkheid  geplaatst. De resterende bebouwing binnen het gebied werd afgebroken, met uitzondering van de beschermde hoeve Hof ter Walle.

Start ontwikkeling
juni 2006
Beheer

De doelstellingen voor riet en water, weidevogelgebied en ecologisch waardevolle polder zijn gecombineerd in Putten West en de Zoetwaterkreek als geheel. Momenteel is er binnen het gebied eerder een overschot aan oppervlakte weidevogelgebied t.o.v. de andere doelstellingen. Bovendien worden de doelstellingen voor weidevogels reeds gehaald, maar presteren rietvogels nog ondermaats. Een omzetting van een deel weidevogelgebied naar riet en water binnen het compensatienetwerk is dus te verantwoorden. Een zo groot mogelijke oppervlakte aaneengesloten habitat verdient echter de voorkeur boven mozaiëkvorming.

In 2012 werd verder bekeken hoe de doelstellingen voor weidevogelgebied en riet en water optimaal verdeeld kunnen worden tussen Putten West-Zoetwaterkreek en Drijdijck. Er werd beslist om de noordelijke punt van Drijdijck en het noordelijke en zuidelijke derde van de Zoetwaterkreek te gaan beheren in functie van rietontwikkeling. Langs het middendeel van de Zoetwaterkreek zal een weidevogelbeheer gevoerd worden. Deze uitwisseling van doelstellingen geeft meer garantie op optimaal habitat en maakt een kostenefficiënter beheer mogelijk. De zone waar eerder riet aangeplant werd, werd in 2012 uitgerasterd tegen vraat en heraangeplant.

In mei ’12 werden nestvlotten voor Visdief geplaatst in de Zoetwaterkreek.  De eilanden in de kreek worden elk najaar manueel gemaaid.

Habitat
Riet en water
Toekomst

Dit gebied maakt samen met het aangrenzende Putten West en tussenliggende blok 'ecologisch waardevolle polder' deel uit van de natuurkernstructuur, die tegen 2030 de natuurdoelen voor de speciale beschermingszones moet kunnen herbergen.

IHD pijler
1
Oppervlakte netto
18 hectare
In natuurbeheer
ja
In Vogelrichtlijngebied
ja
Tijdelijke natuur
nee
Ligging
‘Gelegen ten westen van het niet te dempen deel van het Doeldok en ten oosten van Kieldrecht, binnen het ecologisch deel van de bufferzone’. Dit gebied vormt één geheel met het naastgelegen weidevogelgebied Putten West.
Toegankelijkheid
Te bezichtigen vanop de openbare weg rondom en vanaf de kijkwand op de bufferdijk langs de havenkant.
Compensatiegebied
ja
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Compensatiedossier

Putten Weiden

Door de aanwezigheid van oude kreekrestanten waarin veenvorming plaatsvond, ontstond door turfwinning in de Middeleeuwen een netwerk van grachten en greppels. Dit uitgesproken microreliëf is nog steeds zichtbaar in de oude weilanden van Putten Weiden. Het gebied herbergt meer dan 200 verschillende plantensoorten waarvan 35 zeldzame, zoals de zilte greppelrus, schorrenzoutgras en blauw kweldergras. Putten Weiden dankt zijn unieke natuurwaarden aan het opborrelende grondwater, ook kwelwater genoemd, dat een beetje zout is door een zouthoudende veenlaag in de ondergrond. Door de combinatie van zoute kwel, de bodem met veen en het microreliëf ontwikkelden zich hier zeldzame zilte graslanden. 

Voorbereiding

0

Habitat
Realisatie

0

Habitat
Natuurweide
Beheer

Het belangrijkste beheer bestaat in het opvolgen en sturen van het waterpeil in functie van de zilte vegetatie. Door bestaande problemen in de waterhuishouding is dit niet steeds evident en staat het waterpeil regelmatig te hoog. Daarom wordt gewerkt aan een duurzame oplossing voor de afwatering van de Arenbergpolder.

IHD pijler
1
In natuurbeheer
ja
Oppervlakte netto
45 hectare
In Vogelrichtlijngebied
ja
In Habitatrichtlijngebied
nee
Ligging
In de driehoek gevormd door het Doeldok, de Middenstraat en de Dijk van de Oud-Arenbergpolder
Tijdelijke natuur
nee
Compensatiegebied
nee
Toegankelijkheid
Goed te bezichtigen vanop het wandelparcours Oud Arenberg, Middenstraat, Dijk van de Oud-Arenbergpolder, voetwegel. Er is een luisterpad met zitbanken en een laarzenpad.
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos