Gebieden

Dit hoofdstuk bevat basisinformatie over alle gebieden die onder het werkveld van de Beheercommissie vallen.

Gerealiseerde gebieden zijn gemarkeerd met een vlag.

Natuurkerngebieden moeten op een duurzame manier instaan voor het behalen van de natuurdoelen voor het ganse Vogel- en Habitatrichtlijngebied. Een aantal van deze gebieden is reeds aangelegd, anderen worden in de komende jaren gerealiseerd.


Gebieden in bestemming haven/industrie/infrastructuur zijn bestaande natuurgebieden (al dan niet opgenomen in het compensatieplan deurganckdok als tijdelijke compensatiegebied) die op termijn verloren zullen gaan bij de verdere haveninbreiding. zodra de natuurkerngebieden functioneel zijn, kunnen deze gebieden opgegeven worden voor havenontwikkeling zonder impact op het behalen van de natuurdoelen.

Gebieden die deel uitmaken van de Ecologische Infastructuur vormen een ondersteunend en verbindend netwerk tussen de natuurkerngebieden, en garanderen de opvang van beschermde soorten van de Habitatrichtlijn.

Overige natuurgebieden zijn bestaande natuurgebieden, die niet dienen te verdwijnen bij de verdere havenontwikkeling, maar die gezien hun kleine oppervlakte, langgerekte vorm of hoge verstoringsgraad niet als 'natuurkerngebied' beschouwd kunnen worden. 

In de tabel onder de kaart kan u de gebieden groeperen per compensatiedossier, per habitat/leefgebied, of per bestemming.

Weight
2
Section Type
Node Types
Create Gebied
Create Monitoringsbespreking
Override default section options

Brakke Kreek

Dit gebied vormt één geheel met het aangrenzende Doelpolder Noord.

Type vóór GRUP
blijvend natuurcompensatiegebied
Habitat
Habitat
Slik en schor
Start studies
januari 2003
Compensatiedossier
Deurganckdokproject
Voorbereiding
  • Hydraulische studie, Waterbouwkundig Laboratorium
  • MER "Aanleg van een Kreek in Buffer-Noord en een weidevogelgebied in de zoekzone Doelpolder Noord en alle daarme onlosmakelijk verbondne ingrepen", Belconsulting, juli 2004
  • Bouwvergunning ikv Nooddecreet
Bestemming
natuurkerngebied
Start inrichting
december 2004
Habitat_grup
Slik en schor
Oppervlakte
36 hectare
Realisatie

Sinds het voltooien van de terreininrichtingswerken in mei ‘06 voldoet de huidige situatie reeds aan de strikte bepalingen van het Nooddecreet als ‘kreek gelegen in de onmiddellijke omgeving van de Schelde’. In het MER ‘Aanleg van een Kreek in Buffer Noord en een weidevogelgebied in de zoekzone Doelpolder Noord en alle daarmee onlosmakelijke verbonden ingrepen’ (juli ‘04) werd aanvullend op het nooddecreet geopteerd voor de realisatie van een in- en uitlaatconstructie door de Sigmadijk om de kreekzone onder estuariene invloed te brengen. De bouw van deze constructie werd uitgesteld om eerst maximale afstemming te bekomen met de ontwikkelingsvisie van Doelpolder Noord en Midden ('GGG Doelpolder') i.h.k.v. het Sigmaplan en de Achtergrondnota Natuur.

Start ontwikkeling
mei 2006
Beheer

In mei ’12 werden nestvlotten voor visdief aangebracht op de kreek.

Jaarlijks worden de eilanden in de kreek manueel gemaaid in het najaar. 

Toekomst

Dit gebied zal in de toekomst deel uitmaken van het GGG Doelpolder.

Ligging
Gelegen ten zuiden van Doelpolder Noord en ten oosten van het Paardenschor
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Broedvogels

Dit gebied wordt voor broedvogels samen besproken met Doelpolder Noord, waarmee het een functionele eenheid vormt.

Overwinterende vogels

Dit gebied wordt voor overwinterende vogels samen besproken met Doelpolder Noord, waarmee het een functionele eenheid vormt.

Hydrologie
In de Brakke kreek werd de eerste vier jaar het water stelselmatig hoger opgestuwd, met hogere waterstanden tijdens de winter en bij de start van het broedseizoen tot gevolg. Vanaf dan kende de Brakke Kreek een meer constant jaarlijks regime, startend van een winterpeil van ongeveer 2,70 mTAW. De fluctuaties tijdens het broedseizoen worden sterk bepaald door het neerslagoverschot. In 2015 was het voorjaar zeer droog, waardoor het peil tijdens het broedseizoen terug relatief veel wegzakte. Door het reliëf in het gebied blijven ook bij deze waterstanden echter steeds plas dras zones langs de kreekranden aanwezig.
Habitatontwikkeling

De kreek werd aangelegd samen met het weidevogelgebied Doelpolder Noord. De inlaatconstructie is echter nog in ontwerp, waardoor er nog geen getij op de kreek is. Actueel vormt het gebied een geheel met Doelpolder Noord. In beide delen komen nu dezelfde habitats voor. Zij worden verder samen besproken.

Doelpolder Noord

Type vóór GRUP
blijvend natuurcompensatiegebied
Habitat
Habitat
Weidevogelgebied
Compensatiedossier
Deurganckdokproject
Start studies
januari 2003
Voorbereiding
  • Hydraulische studie, Waterbouwkundig Laboratorium
  • MER "Aanleg van een Kreek in Buffer-Noord en een weidevogelgebied in de zoekzone Doelpolder Noord en alle daarmee onlosmakelijk verbonden ingrepen", Belconsulting, juli 2004
  • Bouwvergunning ikv Nooddecreet
Bestemming
natuurkerngebied
Habitat_grup
Slik en schor
Start inrichting
december 2004
Realisatie

Voor de aanleg van het weidevogelgebied werden de aanwezige boomgaarden gerooid, de teellaag afgeschraapt, en een kreekprofiel met zijarmen uitgegraven. Vervolgens werd het gebied ingezaaid. In 2007 werden afsluitingen en voorzieningen voor begrazing en toegankelijkheid geplaatst. Begin 2010 werd de Bevrijdingshoeve afgebroken en het perceel geintegeerd in het weidevogelgebied.

Op de zijarmen van de kreek dienen nog regelbare stuwen te worden voorzien.

Oppervlakte
71 hectare
Start ontwikkeling
mei 2006
Beheer

Het gebied is sinds broedseizoen 2007 functioneel als weidevogelgebied en wordt beheerd via gebruiksovereenkomsten met lokale landbouwers. Sinds 2011 voert het ANB in de weidevogelgebieden een beheer op maat van elk perceel uit, in samenwerking en nauw overleg met de gebruiker van het blok. Naargelang de ligging en uitgangssituatie werkt het ANB voor elk beheerblok een overgangsbeheer op maat, in nauw overleg met de betrokken landbouwer. 

Toekomst

Dit gebied zal in de toekomst deel uitmaken van het GGG Doelpolder.

Ligging
Gelegen in het gebied met oorspronkelijke bestemming ‘Valleigebied’, enerzijds grenzend aan het havengebied, anderzijds begrensd door de Doelse polderdijk
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Broedvogels

De weidevogels geven aan dat het gebied nog steeds als een bastion voor deze soorten kan beschouwd worden. De fluctuaties in de aantallen zijn niet eenduidig te verklaren. Bij de Scholekster kan vermeld worden dat van de drie aanwezige broedparen nooit een nest werd waargenomen. De aantallen van eenden liggen lager dan het voorgaande jaar waardoor ze wellicht  het effectieve broedaantal beter benaderen. Op de telling van 15 mei was effectief maar één koppeltje Tafeleend aanwezig dat vermoedelijk zelfs niet tot broeden kwam. De 8 territoria van 2012 kunnen dus met het nodige voorbehoud genomen worden. 

De lage zone van het eiland kwam vroeg in het broedseizoen droog te liggen waardoor broedhabitat voor Kluut en Kleine Plevier verscheen. Er kwamen ook minstens 8 jongen Kluten vliegvlug in het gebied. Daarnaast is het niet uitgesloten dat er ouderparen met hun donsjongen het gebied verlieten, richting Schelde en zo uit het zicht van de monitoring. Tussen de Kluten ging ook een paartje Dwergmeeuw over tot nestbouw en ei-leg. Het betrof een adulte vogel die gepaard was met een vogel in zijn tweede kalenderjaar. Het bleef echter bij één ei dat slechts kortstondig werd bebroed. Dit betrof het eerste broedgeval van deze Bijlage I–soort voor België. 

Overwinterende vogels

Uit onze ganzentellingen blijkt dat Doelpolder Noord wel regelmatig door over­winterende ganzen wordt gebruikt. Smient, Wintertaling, Pijlstaart halen hier hun hoogste percentages. Doelpolder Noord is met de lange oeverstroken langs de waterpartijen en de drassige graslanden ook aantrekkelijk voor steltlopers. Naast Kievit en Goudplevier zijn dit enkele soorten die het gebied vanuit de Schelde gebruiken) als HVP of tijdens barre weersomstandigheden (Kluut, Scholekster, Bonte Strandloper). 

Hydrologie
Grondwaterpeilen zijn in Doelpolder Noord over de jaren verhoogd door het opstuwen van de Brakke kreek. De hydrologie van de Brakke kreek wordt besproken bij dat deelgebied. Ook al worden op de hogere plaatsen niet altijd grondwaterstanden gehaald die als optimaal voor weidevogelgebied gelden (<25cm beneden maaiveld), zijn door het reliëf in het terrein steeds plas dras foerageerterrein aanwezig in het gebied. Daardoor is de broedvogelpopulatie minder afhankelijk is van de grondwaterstand.
Habitatontwikkeling

Het gebied bestaat uit graslanden, met een variërende graad van verruiging. Deze verruiging wordt door het beheer momenteel teruggedrongen. In de sloten zijn tot soms vrij uitgebreide rietkragen aanwezig.

Drijdijck

Dit gebied werd aangelegd als permanente compensatie voor het Deurganckdokproject met als eindbeeld een grote plas (grondwatergevoed) met variabele diepte en gevarieerde oevers, met een weidevogelgebied en plasdrasgebied rondom de plas. Het is van belang voor zowel overwinterende als broedende watervogels en weidevogels. In de noordelijke punt wordt bestaand riet verder ontwikkeld, als opvang voor riet dat langs de Zoetwaterkreek nog tot ontwikkeling moet komen.

Type vóór GRUP
blijvend natuurcompensatiegebied
Habitat
Habitat
Plas en oever
Compensatiedossier
Deurganckdokproject
Start studies
januari 2003
Bestemming
natuurkerngebied
Voorbereiding
  • MER "Aanleg weidevogelgebied en plasdrasgebied Drijdijck en aanleg langgerekte zoetwaterkreek in combinatie met realisatie weidevogelgebied Putten West en alle daarmee onlosmakelijk verbonden ingrepen", Belconsulting, januari 2004
  • Bouwvergunning verleend i.k.v. het Nooddecreet in april 2004
Habitat_grup
Plas en oever
Weidevogelgebied
Start inrichting
december 2003
Oppervlakte
37 hectare
Realisatie

In 2004 werden bepaalde delen van het terrein afgeplagd en ingezaaid. In 2006 volgde de eigenlijke inrichting met diepe graafwerken. In 2007 werden afsluitingen en voorzieningen voor begrazing en toegankelijkheid  geplaatst.

Start ontwikkeling
mei 2006
Oppervlakte
34 hectare
Beheer

Het gebied is sinds broedseizoen 2007 functioneel als rustgebied voor watervogels. De oevers worden beheerd in functie van weidevogels via gebruiksovereenkomsten met lokale landbouwers. Sinds 2009 wordt het gebied jaarlijks volledig gemaaid door het ANB, waardoor de vegetatie optimaal de winter in gaat.

Toekomst

Bij de aanleg van de 'Primaire Havenweg West' zal de oostelijke grens van Drijdijck aangepast worden.

Ligging
Gelegen aan de westrand van het havengebied, ten zuidoosten van Kieldrecht.
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Broedvogels

De eenden halen op Drijdijck steeds hoge aantallen. Vermoedelijk komen weinig soorten tot broeden. Er worden jaarlijks weinig wijfjes met tomen gezien. De hoge aantallen voor Slobeend zijn volledig toe te schrijven aan hoge aantallen in april. Vermoedelijk in de hand gewerkt door de zeer late koudeprik met nog 6 vriesdagen in het begin van de maand (maandgemiddelde is 1 vriesdag volgens www.meteobelgie.be). Op een telling in mei werden hier nog maar twee mannetjes opgetekend wat vermoedelijk dichter ligt bij het aantal territoria.    

Rietbroeders en Dodaars reageren wellicht positief op een hogere waterstand waardoor ook meer ‘waterriet’ aanwezig was. Ook voor eenden en Knobbelzwaan biedt dit meer broedgelegenheid. Onder de steltlopers kunnen alleen Tureluur en Kievit als regelmatige broedvogel gezien worden. Grutto en Kluut gingen niet over tot nestbouw. Van de 5 territoria van  Scholekster kwam het slechts bij één koppel (op de opgespoten oostelijke zijde) tot een (mislukt) broedgeval. De andere Scholeksters deden mogelijks broedpogingen in het agrarisch gebied ten westen van Drijdijck.

Overwinterende vogels

Voor een relatief klein en sterk door bomen omsloten gebied zijn de aantallen van Smient, Wilde Eend en Kievit verrassend. Voor vijf andere soorten eenden haalt Drijdijck 20 % of meer van de volledige winterpopulatie op Linkeroever. De hoge aantallen van meeuwen en Wulp in vergelijking met andere gebieden weerspiegelen het gebruik als slaapplaats. Afhankelijk van het telmoment vertaalt zich dat door in de resultaten.  

peilverloop Drijdijck gedurende het ganse jaar 2007-2015
Hydrologie
De winterwaterstand was in 2015 duidelijk hoger dan de jaren voordien. Daarna daalde het peil echter terug tot eenzelfde zomerniveau als het jaar voordien. Doorgaans wordt het peil van de plas sterk door het neerslagoverschot bepaald.
Habitatontwikkeling

De inrichting van Drijdijck startte reeds in 2004, waarbij delen van het terrein werden afgeplagd. Hierdoor ontstonden reeds beperkte plassen. Het gebied werd afgewerkt in 2006 en 2007. Langs de nieuw afgegraven oevers was de vegetatie in 2008 nog schaars. Oeverhabitat varieerde van pionierhabitat tot ruigte. Watercrassula is sinds 2010 opgedoken in het gebied en domineert nu grote delen van de oevervegetatie. Sinds najaar 2009 wordt het volledige gebied jaarlijks gemaaid door ANB waardoor het voor weidevogels geschikter is in het voorjaar.

GGG Doelpolder

De inrichting van Doelpolder als natuur is het gevolg van verschillende projecten en beleidsbeslissingen van de Vlaamse overheid. Het gebied is een belangrijke schakel om de Europese natuurdoelen te bereiken in Vlaanderen. 

De basiscontouren en de principes van die inrichting werden vastgelegd in het Meest Wenselijk Alternatief (MWeA) van het Sigmaplan (2005). De natuurontwikkeling in Doelpolder geeft tegelijk uitvoering aan het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) ‘Afbakening zeehavengebied Antwerpen’. Dat GRUP voegt Doelpolder Noord en Doelpolder Midden samen tot het getijdengebied GGG Doelpolder.

Door een ontwikkeling als ‘Slik en Schor’ (begraasd)/estuariene natuur via gecontroleerd gereduceerde getijdenwerking (GGG) kan tegelijk voldaan blijven aan de doelstellingen van het Nooddecreet. 

Het zoeken naar maximale afstemming van deze verschillende plannen en processen, met elk hun eigen natuurdoelstellingen, past binnen het principe van zuinig ruimtegebruik, een uitgangspunt van het Strategisch plan voor de haven.

Inrichtingsplan
Inrichtingsplan GGG Doelpolder
Habitat
Start studies
januari 2006
Bestemming
natuurkerngebied
Voorbereiding
  • onderzoek naar de benodigde in- en uitlaatconstructies voor het realiseren van estuariene natuur in het gebied Doelpolder Noord en Midden via Gecontroleerd Gereduceerde Getijdenwerking (GGG), Waterbouwkundig Laboratorium, 2006-2008
  • topografische opmetingen en geotechnisch onderzoek, 2011
  • opmaak inrichtingsplan, 2012-2014, rekening houdend met bijkomende berekeningen rond de benodigde dijkhoogte, aanbevelingen vanuit de erfgoedsector, afspraken met de kerncentrale en de vraag naar maximale afstemming op vlak van waterhuishouding in het noordelijk gebied. 
  • goedkeuring onteigeningsplan, juni 2014
  • kennisgeving project-MER juni 2014
  • sonderingen, november 2014
  • indienen project-MER en ontwerp sluisconstructie, voorjaar 2015
  • goedkeuring project-MER, augustus 2015
  • infomarkt: 22 september 2015
  • openbaar onderzoek & bouwaanvraag, oktober 2015

Verdere planning:

  • archeologisch vooronderzoek en aanbestedingsprocedure werken, 2016
  • archeologisch onderzoek, 2017
Habitat_grup
Strand en plas
Slik en schor
Weidevogelgebied
Realisatie

De inrichting start ten vroegste eind 2016 en zal gefaseerd worden over 2 à 2,5 jaar. Eerst wordt het dijktracé uitgewerkt en pas in een laatste fase wordt het binnengebied aangesneden. 

Rond het GGG Doelpolder komen waterkerende dijken. Een speciale in- en uitwateringssluis in de Scheldedijk zal het gebied onderhevig maken aan gedempte getijden. Zo vormen zich spontaan slikken en schorren, kreken en geulen. Tussen de kreken ontstaan eilanden, omringd door water.

Het gebied Doelpolder Noord is al volledig ingericht als weidevogelgebied. Die invulling blijft behouden, al zullen regelmatige overstromingen het landschap verder boetseren. De dijk tussen Doelpolder Noord en Doelpolder Midden zal worden afgegraven. De Brakke Kreek blijft behouden als hoofdkreek, maar wordt plaatselijk verbreed. Via stuwtjes wordt het bestaande weidevogelgebied verder vernat en daardoor nog geschikter voor weidevogels.

Ter hoogte van het Paardenschor wordt een uitstromingsgeul aangelegd. De Zoetenberm blijft behouden wegens zijn cultuurhistorische waarde.

Oppervlakte
307 hectare
Beheer

Eens in werking zullen de hogere delen van het gebied begraasd worden.

Toekomst

Kust- en koloniebroeders vonden de voorbije decennia broedgebied op opgespoten terreinen binnen de haven. De streefoppervlakte bepaald in het compensatieplan voor Deurganckdok werden sinds 2002 deels behaald op 'zwervende' terreinen, naargelang er zich opportuniteiten voordeden in het proces van de havenontwikkeling.

De druk op deze terreinen voor haveninbreiding wordt echter steeds groter. Daarom werd in 2012 tijdelijk opvang gecreëerd door het aanleggen van broedeilanden in Prosperpolder Noord, in afwachting van de inwerkingtreding als estuarien gebied in 2019.

Tegen dan moet het GGG Doelpolder - als duurzame eindbestemming voor de doelsoorten van het natuurtype 'strand en plas' - deze rol naadloos kunnen overnemen.

Ligging
Het toekomstige GGG Doelpolder is ongeveer 300 hectare groot en wordt begrensd door Prosperpolder Noord in het noorden en het noordwesten, het Paardenschor in het noordoosten, de kerncentrale van Doel in het oosten, de toekomstige ontwikkelingszone Saeftinghe in het zuiden en Prosperpolder Zuid in het westen.
Trekker
Waterwegen en Zeekanaal

Gedempt deel Doeldok

Type vóór GRUP
tijdelijk natuurcompensatiegebied
Habitat
Habitat
Strand en plas
Compensatiedossier
Deurganckdokproject
Start studies
januari 2000
Bestemming
haven/industrie/infrastructuur
Start inrichting
mei 2005
Realisatie

Na de bouw van een dwarsdam in het Doeldok werd het afgesloten gedeelte sinds mei 2005 gefaseerd gedempt. De laatste fase van de demping start na het broedseizoen 2015.

Oppervlakte
74 hectare
Start ontwikkeling
maart 2008
Oppervlakte
0 hectare
Beheer

Het gebied is sinds broedseizoen 2008 functioneel als tijdelijke strand- en plasvlakte en als vast onderdeel opgenomen in de totaalbalans ‘Strand en Plas’, die de Beheercommissie jaarlijks opmaakt om te garanderen dat de streefoppervlakte van 200 ha 'strand en plas' steeds aanwezig is. 

Van 2012 tot 2015 is het gebied in gebruik als bergingslocatie voor de bouw van de Deurganckdoksluis. De voorziene inname werd tijdig opgevangen door de uitbreiding van de tijdelijke broedzone in Prosperpolder Noord naar 70 ha. Vanaf broedseizoen 2015 kan het gebied opnieuw ingeschakeld worden als tijdelijke strand- en plasvlakte, in afwachting van de realisatie van de duurzame natuurkerngebieden voor deze soortengroep.

Oppervlakte netto
0 hectare
Toekomst

Waar strand- en plasbroeders in het natuurcompensatieplan voor Deurganckdok werden voorzien van surrogaat broedgebied op de (beschikbare) opgespoten zandgronden, geeft de Achtergrondnota Natuur voorkeur aan meer natuurlijke en duurzame habitattypes om deze doelsoorten (kust- en koloniebroeders) op te vangen, met name 'slik en schor' of estuariene natuur. Dit type wordt ontwikkeld in Prosperpolder Noord en het GGG Doelpolder. 

Zodra de stabiliteit van de ondergrond voldoende is en de tijdelijke compensatieverplichtingen elders binnen de natuurkernstructuur opgevangen zijn, zal het gedempte deel van het Doeldok gebruikt worden voor havenontwikkeling. In deze zone worden eveneens een aantal windturbines voorzien.

Ligging
Het gedempte noordelijke gedeelte van het Doeldok
Toegankelijkheid
Niet toegankelijk, gevaar voor drijfzand.
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Trekker
Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen
Broedvogels

In 2013 werd dit gebied gebruikt als grondstock. Het gebied werd over het grootste deel van de oppervlakte opgevuld met ‘zware’ grond afkomstig van de bouwput voor de tweede sluis. De ophogingswerken werden minder intens naar verloop van het broedseizoen. Hierdoor trokken enkele zones toch nog wat broedvogels aan. Het was met name de enige plaats waar in 2013 Strandplevier tot broeden kwam.

Overwinterende vogels

In dit gebied komen nog nauwelijks overwinterende watervogels voor.

Hydrologie
In dit gebied gebeurde geen hydrologische monitoring.
Habitatontwikkeling

Het doeltype in de matrix voor Deurganckdok was 74 ha strand en plasvlakten. In de totaalbalans voor 'strand en plaszones' werd dit gebied voor 2011 nog opgenomen voor 60 ha. In 2012 en 2013 werd het door intensieve werken niet meegeteld in de balans. 

Groot Rietveld

Het Groot Rietveld is een restant van de vroegere Melselepolder die bij de ontwikkeling van de haven grotendeels werd opgespoten. In afwachting van verdere opspuiting en industriële ontwikkeling, kende het gebied een jarenlange spontane evolutie tot het grootste aaneengesloten rietveld van Vlaanderen. Momenteel bestaat het gebied uit plassen, rietland en opgespoten terrein met open begroeiing.

Type vóór GRUP
blijvend natuurcompensatiegebied
Habitat
Habitat
Riet en water
Compensatiedossier
Historisch passief
Bestemming
natuurkerngebied
Voorbereiding

0

Habitat_grup
Riet en water
Start inrichting
januari 2001
Realisatie

In 2001 voorzag het ANB het gebied van infrastructuur voor wandelaars (toegangen, infoborden, wandelpaden, bankjes) en een afsluiting om verstoring door motorcross tegen te gaan.

In 2006 werden in het noordelijke gedeelte een aantal voortplantingspoelen voor Rugstreeppad ingericht.  

In 2012-2013 bouwde het ANB drie nieuwe uitwateringsconstructies waarmee het waterpeil van het Groot Rietveld gericht en fijn geregeld kan worden in functie van het riet.

Oppervlakte
78 hectare
Oppervlakte
94 hectare
Start ontwikkeling
januari 2001
Beheer

Het reguliere beheer bestaat uit het bewaken van de rust en het waterpeil en begrazing om verruiging van het gebied tegen te gaan. Sinds 2007 wordt de berkenopslag in het noordelijke gedeelte gefaseerd gekapt en omgezet naar schraal grasland en riet, in functie van de aanwezige Rugstreeppad- en Moeraswespenorchispopulatie. De voortplantingspoelen voor Rugstreeppad en de wandelpaden worden jaarlijks gemaaid.

Toekomst

0

Ligging
Gebied met een oppervlakte van 78 ha gelegen langs de westzijde van de zogenaamde defensieve dijk (provinciegrens) en ten westen van de Vlakte van Zwijndrecht.
Toegankelijkheid
Toegankelijk op de wandelpaden op de dijken, toegangspoortjes langs de Kwarikweg
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Trekker
Agentschap voor Natuur en Bos
Broedvogels

Het Groot Rietveld is het belangrijkste gebied voor soorten van ‘Riet en water’. Met drie territoria lijkt de Roerdomp terug van weggeweest, ondanks een opeenvolging van strenge winters. Ook Woudaap bevestigt met drie territoria en de aanwezigheid van wellicht nog een vierde mannetje. De twee paren Bruine Kiekendieven konden hier allebei jongen grootbrengen, in tegenstelling tot bv. de Haasop waar de twee broedparen mislukten. De robuustheid van het gebied met een omvangrijke zone waterriet zal hier zeker meespelen. Binnen de zangvogels doen zich geen opvallende schommelingen voor.

Overwinterende vogels

De aantallen zijn duidelijk lager dan in de grote plasgebieden door het geringer aandeel open water. Occasioneel wordt de Vlakte van Zwijndrecht meegeteld wat ook de gegevens van de Wulpen verklaart. Naast Drijdijck is dit de tweede wulpenslaapplaats op Linkeroever.

evolutie van de kwel in de zuidelijke plas van het Groot Rietveld. Een positief stijghoogteverschil wijst op kwel, een negatief stijghoogteverschil op infiltratie.
peilverloop noordelijke plas Groot Rietveld gedurende het ganse jaar 2007-2015
peilverloop zuidelijke plas Groot Rietveld gedurende het ganse jaar 2007-2015
Hydrologie
Met de nieuwe stuwconstructie werden in het noordelijk deel duidelijk hogere peilen ingesteld dan voordien. In het zuidelijk deel bereikten de winterwaterstanden opnieuw het peil zoals het werd bereikt tijdens de verstopping van het Lang Eind in 2008. In 2014 werd het peil terug iets bijgesteld om tot een optimale situatie te komen. De kwel in het zuidelijk deel is intussen weggevallen ten gevolge van de hogere waterstand.
Evolutie van het rietareaal in Groot Rietveld. Oranje: volwaardig riethabitat, lichtgeel: Riet aanwezig met lage bedekking, blauw water
Habitatontwikkeling

In 2013 werd voor het Groot Rietveld een nieuwe habitatkaart opgemaakt. Nevenstaande figuur geeft een vergelijk tussen het rietoppervlak bij deze laatste kartering en de kartering in 2009. Het rietareaal verminderde met 6,2 hectare, van 44 hectare in 2009 naar 37,8 hectare in 2013. De vermindering deed zich bijna volledig voor in het noordelijke deel, waar het drogere riet sterk afnam. Een belangrijke oorzaak hiervan is de begrazing waardoor riet sterk verruigt en verlaagt in bedekking. Ruigte nam met 4,6 hectare toe. Daarnaast was er ook een toenemende verbossing (+5,2 hectare) ten koste van Riet, Duinriet (-2,7 hectare) en grasland (-1,6 hectare).

Grote Geule

Het MMHA voorziet voor de Grote Geule de ontwikkeling van een natuurkerngebied bestaande uit een combinatie van een aantal vogelhabitattypes. Enerzijds dient de (bestaande) Grote Geule zelf ontwikkeld te worden als het ideaaltypische vogelhabitat ‘Plas en Oever’ door o.a. een verbetering van de waterkwaliteit. Anderzijds dient langs de kreek een bijkomende zone ontwikkeld te worden als ‘Riet en Water’ en een zone als ‘Zoete weide’.

Om het streefbeeld te bereiken zal een belangrijke vernatting gerealiseerd moeten worden in het toekomstige natuurgebied en dit terwijl landbouw buiten het natuurgebied mogelijk moet blijven. 

Type vóór GRUP
bestaand natuurgebied
Habitat
Habitat
Plas en oever
Voorbereiding

Met het oog op de concretisering van de ecologische doelstellingen werden door het GHA voor dit projectgebied in 2009-2010 een aantal voorbereidende studies gedaan (in chronologische volgorde):

  • - detailleringsstudie (Aeolus)
  • oppervlaktewatermodellering van de Koningskieldrechtpolder (IMDC)
  • meetcampagne van de oppervlaktewaterpeilen in de Polder van het Land van Waas (IMDC)
  • invloed van peilopzet op de Grote Geule op de peilen van de Grote Linie en Broekwatergang (IMDC)
  • grondwatermodellering ten behoeve van de ecologische inrichting van de Grote Geule (Arcadis)

Deze studies geven in hoofdzaak een antwoord op de vereiste waterkwantiteit. Daarbij dienen de voor- en nadelen van grootschaliger afgraven of hoger opstuwen tegen elkaar afgewogen te worden. De door het GHA uitgevoerde studies leveren onderbouwing en input voor deze afweging.

De tweede randvoorwaarde voor het behalen van de ecologische doelstellingen is dat het oppervlaktewater van goede kwaliteit is. De belangrijkste aandachtspunten/vereisten zijn een heldere waterkolom, een structuurrijke plantengemeenschap (gekoppeld aan helderheid) en het voorkomen van overmatige algenbloei (gekoppeld aan overmaat van nutriënten nitraat en fosfor). Uit een screening door het INBO bleek dat er nog belangrijke leemten in de kennis zijn (o.a. jaarrond meetgegevens van de waterkwaliteit en gegevens over de bodemsamenstelling en het visbestand), maar dat verbetering van de waterkwaliteit én daardoor behalen van de natuurdoelstellingen in principe haalbaar is.

Het GHA voert in 2015-2016 aanvullend onderzoek om de randvoorwaarden scherp te stellen en maakt een inrichtingsconcept en project-MER op.

Bestemming
natuurkerngebied
Habitat_grup
Riet en water
Plas en oever
Weidevogelgebied
Realisatie

0

Oppervlakte
100 hectare
Beheer

0

Toekomst

0

Ligging
Kreek en omliggende gronden, deels gelegen op grondgebied van Beveren (Kieldrecht), deels op grondgebied van Sint-Gillis-Waas. De Grote Geule is een erkend natuurreservaat en ligt in natuurgebied op het gewestplan. Het is tevens VEN-gebied, Vogelrichtlijngebied en beschermd landschap.
Toegankelijkheid
De Grote Geule is goed zichtbaar vanop de weg. Gemeente Beveren zorgde in april 2014 voor een knuppelpad en zitbanken. Wandelaars kunnen het natuurreservaat bezoeken tijdens geleide wandelingen georganiseerd door Natuurpunt.
Trekker
Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen
peilverloop Grote Geule gedurende het ganse jaar 2007-2015
Hydrologie
Het peil van de Grote Geule kent grote fluctuaties doordat het deel uitmaakt van het afwatering van het omliggend gebied. Ook in het broedseizoen zorgt dit voor fluctuaties, waarbij redelijk plotse peilstijgingen van meer dan 10cm in verschillende broedseizoenen voorkomen.

Nieuw Arenbergpolder

Het gekozen scenario voor de verdere ontwikkeling van de haven voorziet dat het natuurgebied Putten Weiden zal komen te vervallen voor de aanleg van infrastructuurbundels. De waardevolle zilte vegetatie wordt vooraf verplaatst naar afgebakende zones binnen de Nieuw Arenbergpolder. De bodem en het grondwater in deze zones vertonen immers gelijkaardige kenmerken en kunnen mits geschikte inrichting en beheer uitgroeien tot een gelijkwaardig gebied. 

Start studies
januari 2011
Voorbereiding

In 2011 heeft de AMT een pilootproject opgezet om de verspreidingsmogelijkheden van zilte grassen te onderzoeken. Dit proefproject voorziet in het aanleggen van proefplots in het laaggelegen noorden van Putten West en in een zone binnen het blok ‘Ecologisch Waardevolle Polder’ in de Nieuw Arenbergpolder. Daarbij worden verschillende mogelijkheden (plaggen, spontane ontwikkeling, inzaaien en afzet van hooi van zilte graslanden) uitgetest, vergeleken en intens gemonitord. Het terrein van 1 ha wordt voor 1/3 begraasd door runderen, 1/3 wordt gemaaid en in 1/3 wordt geen beheer gedaan. Het beheer wordt uitgevoerd door landbouwers via gebruiksovereenkomsten weidevogelbeheer. Het talud rond deze zone blijft ook in landbouwgebruik.

Na de zomer 2012 werden zoden getransplanteerd en zaden van zilte vegetatie overgebracht. Het onderzoek loopt op schema, de getransplanteerde zoden kwamen tot bloei en zaadvorming. Waar de zilte kwel aan de oppervlakte kwam, ontwikkelt zich succesvol een zilte vegetatie. Definitieve resultaten worden pas verwacht binnen een drietal jaren. De resultaten van LSO zullen vergeleken worden met een gelijkaardig experiment aan de kust.

Daarnaast werd in 2012 een grondwatermodellering en ecohydrologische potentie-analyse uitgevoerd om te onderzoeken wat de benodigde maaiveldverlaging is ter hoogte van deze gebieden (fase 1 en 2) om te voldoen aan de abiotische randvoorwaarden voor de zilte grassen. Hieruit bleek o.a. dat de aanleg van een mogelijk Saeftinghedok weinig of geen invloed zou hebben op de benodigde inrichting.

In december 2013 startte de Universiteit Gent een studie naar de te verwachten verziltingssnelheid. Ze maakten een nieuw grondwatermodel om de zoet-zoutverdeling en de evolutie ervan in de tijd te kunnen simuleren. Daaruit blijkt dat de verzilting aanzienlijk kan worden versneld door het boren van rijen van kwelbuizen door de veenlaag. Deze studie bevestigt dat en hoe de inrichting kan voldoen aan de biologische randvoorwaarden voor de ontwikkeling van zilte vegetatie. 

In de zomer van 2014 werd het terrein opgemeten en bodemonderzoek uitgevoerd.

Het onteigeningsplan voor Nieuw-Arenbergpolder fase 1 is goedgekeurd op 30 april 2013, samen met de definitieve vaststelling van het GRUP 'Afbakening zeehavengebied Antwerpen'. Eind 2013 schorste de Raad van State dit GRUP, maar de schorsing gold niet voor de geplande natuurgebieden. Het gebied werd intussen grotendeels in der minne verworven. Voor enkele percelen is een gerechtelijke onteigeningsprocedure opgestart.

In 2015 liep de MER-ontheffingsprocedure en het vergunningstraject. De bouwvergunningsaanvraaag werd ingediend op 10 augustus. Er volgde een infomarkt op 22 september en een openbaar onderzoek van 15 september tot 15 oktober 2015.

Het archeologisch vooronderzoek loopt sinds oktober 2015. In 2016 volgt de aanbestedingsprocedure.

Bestemming
natuurkerngebied
Habitat_grup
Weidevogelgebied
Realisatie

De grondwerken starten naar verwachting eind 2016 tot eind 2017. Het inrichtingsconcept voorziet de aanleg van 'laantjes' in rechte patronen, die herinneren aan de historische rechtlijnige percelering van de polder, en dit op aanbeveling van de erfgoedspecialisten. Historische kreken worden gereconstrueerd in het nieuwe landschap. Over het ganse gebied wordt de bovengrond afgegraven zodat de bodem verschraalt en algemene planten minder kans krijgen ten voordele van zoutminnende planten. 

Een picknickplaats en vlonderpad maken het gebied op termijn beleefbaar voor bezoekers. 

Oppervlakte
48 hectare
Beheer

Via veedoorgangen zal het gebied volledig begraasd kunnen worden.

Een goed waterpeilbeheer moet de beste omstandigheden garanderen voor de ontwikkeling van een gevarieerde zilte vegetatie.

Toekomst

In de westelijke zone van de Nieuw Arenbergpolder wordt een fasering ingebouwd in de ruimtelijke afbakening. Deze zone krijgt tot 2028 de bestemming agrarisch gebied en wordt daarna omgezet in natuurgebied. Deze fasering moet toelaten om op basis van bijkomende kennis en ervaring in de andere gebieden de huidige onzekerheid over de benodigde oppervlakte weg te werken.

Ligging
Langgerekte strook in het noordelijke gedeelte van de Nieuw Arenbergpolder, ten zuiden van de Prosperpolder.
Trekker
Afdeling Maritieme Toegang

Opgespoten MIDA's

Type vóór GRUP
tijdelijk natuurcompensatiegebied
Habitat
Habitat
Strand en plas
Compensatiedossier
Deurganckdokproject
Start studies
december 2001
Bestemming
haven/industrie/infrastructuur
Voorbereiding

Voor het zogenaamde reservespuitvak (C59) binnen de Nieuw Arenbergpolder voorzag het Nooddecreet dat dit slechts een streefbeeld ‘spuitveld’ zou krijgen als de opspuiting, na uitputting van andere mogelijkheden, daadwerkelijk zou gebeuren. Dit verklaart het verschil tussen de in de compensatiematrix voorziene 77 ha en de gerealiseerde 42 ha in de spuitvelden C45 en C60.  

Start inrichting
oktober 2003
Realisatie

De spuitvakken C45 en C60 werden opgespoten met baggerspecie uit het Deurganckdok.

Oppervlakte
77 hectare
Start ontwikkeling
december 2007
Oppervlakte
0 hectare
Oppervlakte netto
42 hectare
Beheer

Het gebied is sinds broedseizoen 2008 functioneel als strand- en plasgebied. 

In 2009 werd het gebied geoptimaliseerd met een broedeiland van ca. 7 ha met ringgracht. Dit gebeurde als milderende maatregel voor het verdwijnen van de 'Meeuwenbroedplaats', een tijdelijke strand- en plasvlakte die zich aan de kop van het Deurganckdok bevond en voor de bouw van de Deurganckdoksluis opgegeven werd. Voor het broedseizoen 2012 werd aansluitend aan dit broedeiland een bijkomende zone afgegraven om het geschikter te maken voor de doelsoorten. 

Jaarlijks maakt de Beheercommissie een gedetailleerde totaalbalans van de beschikbare oppervlakte pionierssituaties, zodat de streefoppervlakte van 200 ha 'strand en plas' steeds aanwezig is. Hoewel deze terreinen relatief droog zijn, blijven de Opgespoten MIDA's ingeschakeld in deze balans dankzij de genomen optimalisatiemaatregelen (ringgracht, plaatselijke vernatting). 

Toekomst

Waar strand- en plasbroeders in het natuurcompensatieplan voor Deurganckdok werden voorzien van surrogaat broedgebied op de (beschikbare) opgespoten zandgronden, geeft de Achtergrondnota Natuur voorkeur aan meer natuurlijke en duurzame habitattypes om deze doelsoorten (kust- en koloniebroeders) op te vangen, met name 'slik en schor' of estuariene natuur. Dit type wordt ontwikkeld in Prosperpolder Noord en het GGG Doelpolder. Zodra in deze estuariene natuurkerngebieden voldoende broedgebied voor strand- en koloniebroeders is gerealiseerd, zullen de Opgespoten MIDA’s ingezet worden voor havenontwikkeling.

Ligging
Z2 zones ten noorden en westen van Doeldok
Beheerder
Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen
Trekker
Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen
Broedvogels

In 2003, voor de opspuiting, haalden de rietbroeders nog ongeveer 10% van hun broedgevallen in dit gebied. De pieken voor plas en oever in 2004 en 2007 zijn het gevolg van een kolonie Oeverzwaluwen. Tijdens de opspuiting kwamen tussen 2004 en 2007 strand en plas broeders voor in het gebied, maar het relatief belang ten opzichte van het totale Vogelrichtlijngebied bleef eerder beperkt. Het ging vooral om Kluut, maar in 2006 en 2007 kwamen er ook twee koppels Strandplevier tot broeden. In 2010 en 2011, toen het weer een pioniersvlakte was, broedden er bijna geen vogels meer. Door de gedeeltelijke afgraving in de winter 2011-12 was hier weer enkele hectaren nat Strand & Plas-habitat aanwezig. Daarop wordt met wisselend succes gebroed door Kluten en Kleine Plevier. In 2013 kwamen er van de 15 nesten van Kluut geen jongen.

De ringgracht, die gedeeltelijk ‘verriet’ is, trekt al wat rietvogels en eenden aan, echter niet in de aantallen die hier vroeger aanwezig waren. In 2013 was er zelfs een nestelende, solitaire Knobbelzwaan (waargenomen buiten de monitoringsronden). In de grenszone tussen de Doelpolder en de opgespoten MIDA is vanuit de poldersloot nu ook een brede moeraszone ontstaan waar heel wat broedvogels door aangetrokken worden. De aantallen die hier geteld worden, werden opgenomen bij de totalen voor de polders. 

Overwinterende vogels

Dit gebied is niet van belang voor overwinterende vogels. Het wordt niet meegeteld tijdens de watervogeltellingen.

Hydrologie
In dit gebied gebeurde geen hydrologische monitoring.
Habitatontwikkeling

In het begin van de monitoringperiode kwam in het gebied nog 5,6 ha riet en water voor. Dit verdween in 2004 en 2005 met de vordering van de opspuitwerken. De volgende jaren bestond het gebied uit deels opgespoten terrein, waarin strand en plas aanwezig was. In 2006 en 2007 werd dit gevrijwaard, zodat er strand en plas beschikbaar was tijdens het broedseizoen. In 2008 was het gebied verder opgehoogd en volledig open zand. Waterpartijen ontbraken. In 2009 werd een eiland gecreëerd door het graven van een ringgracht, waardoor lokaal ook water aanwezig is. Dit is weergegeven op de habitatkaart gemaakt in 2009-2010. Deze ringgracht is nu gedeeltelijk ‘verriet’ waardoor al enkel jaren rietvogels en eenden aangetrokken worden.

Paardenschor

Type vóór GRUP
blijvend natuurcompensatiegebied
Habitat
Habitat
Slik en schor
Compensatiedossier
Deurganckdokproject
Start studies
januari 2002
Voorbereiding

De bouwvergunning werd afgeleverd op 18 maart ’02 in het kader van het Validatiedecreet. De gronden werden verworven op 28 februari ’03. 

Bestemming
natuurkerngebied
Start inrichting
februari 2003
Habitat_grup
Slik en schor
Oppervlakte
14 hectare
Realisatie

In 2003 werd de bestaande sigmadijk verplaatst en afgewerkt. Daarna werd de overtollige specie in het gebied weggebaggerd via persleidingen. 

Oppervlakte
14 hectare
Start ontwikkeling
mei 2004
Beheer

Het gebied is sinds broedseizoen 2004 functioneel als slik-schor-ondiep water en wordt beheerd door de vzw Natuurpunt Beheer, aansluitend bij het Schor Ouden Doel. Gezien het estuariene karakter is het benodigde jaarlijkse beheer beperkt tot maaien van de dijk. 

Oppervlakte netto
14 hectare
Toekomst

Via een inlaatconstructie zal in het toekomstige GGG Doelpolder bij elk getij een beperkte hoeveelheid scheldewater binnenstromen. Een sleuf door het Paardenschor zal het water naar de constructie toe leiden. 

Ligging
Gelegen langsheen de Linkerscheldeoever, ten noorden van de Kerncentrale van Doel en aansluitend bij het Schor Ouden Doel
Toegankelijkheid
Te bezichtigen vanop de dijk.
Beheerder
Natuurpunt-WAL
Broedvogels

Hoewel verschillende soorten wel aanwezig waren tijdens het broedgebied werden alle territoria aan het aangrenzende Schor Ouden Doel toegekend waarmee het Paardenschor één geheel vormt. Buiten de inventarisatierondes werd regelmatig een Waterral gehoord in de hoek tegen de sigmadijk. Deze werd echter niet als territorium weerhouden.

Overwinterende vogels

Door de getijcyclus kunnen de aantallen watervogels sterk fluctueren van bijna niets met hoogtij tot honderden vogels bij laag tij. Vooral Kluten, Bonte Strandlopers, Wulpen en Kokmeeuwen kunnen er soms met honderden tegelijk foerageren. Daarnaast zijn ook Scholekster, Tureluur, Bergeend en Wintertaling meestal met enkele tientallen aanwezig. 

Polders van Kruibeke

In het gebied Kruibeke-Bazel-Rupelmonde (KBR) wordt een gecontroleerd overstromingsgebied (GOG) gerealiseerd in het kader van het Sigmaplan. In combinatie met de veiligheidsdoelstelling wordt in dit gebied aan natuurontwikkeling gedaan door de inrichting van een weidevogelgebied (150 ha), een slikken-en-schorrengebied (300 ha) en bosontwikkeling (40 ha). Het weidevogelgebied en slikken- en schorrengebied maken tegelijk deel uit van de compensatiematrix voor het Deurganckdok en het Historisch Passief op de Linkerscheldeoever.

Naar analogie met LSO werd ook voor het GOG Kruibeke-Bazel-Rupelmonde in 2006 een beheercommissie natuur opgericht, met gelijklopende taken als op LSO. De rapportage over de stand van zaken en de evaluatie van de monitoringsresultaten vindt u op poldersvankruibeke.beheercommissienatuur.be.

Type vóór GRUP
blijvend natuurcompensatiegebied
Habitat
Weidevogelgebied
Compensatiedossier
Deurganckdokproject
Habitat_grup
Slik en schor
Weidevogelgebied
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos

Prosperpolder Noord

Het project Hedwige-Prosperpolder (in totaal 465 ha) geeft, als resultaat van de afstemming tussen de verschillende planprocessen, invulling aan het luik natuurlijkheid van de Ontwikkelingsschets 2010 en heeft tot doel bij te dragen tot het realiseren van instandhoudingsdoelstellingen die zowel de Nederlandse als Vlaamse natuurbelangen in het Schelde-estuarium dienen, met name het realiseren van een gezond en dynamisch ecosysteem.

In Vlaanderen wordt met het oog op het behalen van de natuurdoelen voor het Vogelrichtlijngebied ‘Schorren en polders van de Benedenschelde’ en het Habitatrichtlijngebied ‘Schelde- en Durme-estuarium van de Nederlandse grens tot Gent’ de ontwikkeling van ca. 170 ha ‘Slik en Schor’ (begraasd)/estuariene natuur’ vooropgesteld binnen Prosperpolder Noord en dit door middel van ontpoldering. Tegelijk wordt voorzien dat het project een belangrijke bijdrage zal leveren aan de veiligheid tegen overstromingen. Dit project maakt dan ook deel uit van het Geactualiseerd Sigmaplan.

Met de Hedwige-Prosperpolder erbij ontstaat op de grens van Vlaanderen en Nederland een weids brakwaterschorrengebied. De Hedwige-Prosperpolder verbindt de schorren op Linkeroever (het Schor Ouden Doel en het Paardenschor) aan de ene kant en het Verdronken Land van Saeftinghe aan de andere kant. Het totaalgebied is goed voor 4000 hectare uitzonderlijke getijdennatuur van internationaal belang, het grootste brakwaterschorrengebied van West-Europa.

Habitat
Start studies
juli 2007
Bestemming
natuurkerngebied
Voorbereiding
  • - Project-MER voor de ontwikkeling van een intergetijdengebied in Hedwige- en Prosperpolder, juli 2007
  • Onteigeningsbesluit, juni 2007
  • Definitieve vaststelling GRUP 'Intergetijdengebied Noordelijk gedeelte Prosperpolder', april 2008
  • Opmaak inrichtingsplan en stedenbouwkundige vergunning, 2008
  • Verwerving, grotendeels in der minne, 2008 
  • Inrichtingsstudie 'ruimere omgeving van Prosperpolder', 2009
Habitat_grup
Slik en schor
Start inrichting
augustus 2008
Oppervlakte
194 hectare
Realisatie

De werken zijn gestart in augustus 2008 en verliepen gefaseerd over een aantal jaren. Sinds november 2010 is het gebied integraal in gebruik als werfzone of zandstock. In september 2011 werd gestart met het gedeeltelijk afgraven van de Hedwigedijk. De restanten van de dijk zullen na de inwerkingtreding fungeren als broedeilanden voor koloniebroeders. De vrijgekomen grond werd hergebruikt in de aanleg van de nieuwe ringdijk. De dijkwerken aan Vlaamse kant zijn beëindigd in februari 2015.

Er werd een nieuw pompstation gebouwd om de afwatering van de polders te verzekeren. Dit is klaar sinds september 2014. De constructie is voorzien van een publiek toegankelijk uitkijkplatform bereikbaar via een trap.

Oppervlakte
194 hectare
Beheer

Omwille van de lange periode tussen de inname van de grond in functie van de dijkopbouw (2008) en de effectieve inwerkingtreding (2019) is een belangrijke tussentijdse rol weggelegd voor het binnengebied van Prosperpolder Noord als opvang voor kust- en koloniebroeders. In de niet meer benodigde zones van de werf werden broedeilanden aangelegd, momenteel in totaal 70 ha. Zo kan de toenemende druk op de tijdelijke natuurcompensaties binnen de haven opgevangen worden. Deze broedeilanden worden jaarlijks gemaaid of gefreesdf om ze geschikt te hoduen voor deze doelsoorten.

Toekomst

Aan Nederlandse kant heeft de Raad van State alle tegen het Rijksinpassingsplan en bijbehorende uitvoeringsbesluiten ingediende beroepen, voor zover ontvankelijk, ongegrond verklaard. De beslissing is dus nu definitief. Volgens de huidige timing gaan de werken half 2016 van start en zal de Hedwige-Prosperpolder tegen augustus 2019 in werking treden als estuarien gebied.

Vlaamse en Nederlandse instanties overleggen volop over de oprichting van een toekomstig 'grenspark'. Dit zou een doorslaggevende factor zijn in het uitbouwen van het recreatieve en toeristische potentieel van het noordelijke gebied in wording.

Ligging
Het noordelijke gedeelte van de Hertog Prosperpolder ligt op de grens tussen de provincies Oost-Vlaanderen (België) en Zeeland (Nederland), in de omgeving van het verdronken land van Saeftinghe.
Toegankelijkheid
Het gebied is momenteel nog in werftoestand en dus niet toegankelijk, uitgezonderd tijdens geleide wandelingen of open-werfevenementen. Er is een onthaal- en tentoonstellingsruimte.
Beheerder
Waterwegen en Zeekanaal
Trekker
Waterwegen en Zeekanaal
Broedvogels

Dit gebied huisvestte de grootste concentratie Kluten in het Vogelrichtlijngebied en de grootste meeuwenkolonie (verdeeld over 3 eilanden). Het frezen van enkele eilanden had een positief effect op de meeuwen, Kluut, Scholekster en Kievit. Er waren geen aanwijzingen van bezoek van grondpredatoren aan de eilanden. Nochtans werd met name Vos wel geregeld overdag waargenomen in het gebied. De eilanden lijken voorlopig voldoende ‘veilig’ voor grote aantallen grondbroeders.  

Naast deze koloniebroeders heeft het gebied een grote aantrekkingskracht op soorten van ‘Plas en oever’ en ook de weidevogels. Van verschillende soorten eenden en steltlopers werden adulte vogels met jongen waargenomen wat ook hier aantoont dat de eilanden werkten als predatieluwe broedplaatsen. Het groot aantal meeuwen had mogelijks een effect op het aantal weidevogels dat ongeveer gelijk bleef. Op de twee oostelijke eilanden en het noordelijke eiland centraal in het gebied was geen plaats meer voor weidevogelterritoria.

Habitatontwikkeling

Sinds de inrichtingswerken in de winter 2011-12 is er een 70-tal ha operationeel als broedgebied, bestaande uit eilanden omgeven door brede en diepe waterpartijen.

Prosperpolder Zuid

In het zuidelijke deel van Prosperpolder (Prosperpolder Zuid) beogen het MMHA van het Strategisch Plan haven Antwerpen en het MWea van het Geactualiseerd Sigmaplan na onderlinge afstemming een ontwikkeling als ideaaltypisch vogelleefgebied ‘Plas en Oever’. De Achtergrondnota Natuur definieert dit vogelleefgebied als volgt: “Plassen zijn plaatselijk diep >2 m, eilanden of afgesneden onbereikbare dijken zijn aanwezig. Riet vormt slechts een fractie van de oevervegetatie of is slechts over een smalle zone aanwezig”. Blokkersdijk en de Verrebroekse plassen worden als ideaaltypische voorbeelden gezien van het beoogde natuurtype. 

In de Muggenhoek (zuidwestelijke driehoek van Prosperpolder) wordt een fasering ingebouwd in de ruimtelijke afbakening. Deze zone krijgt tot 2025 de bestemming agrarisch gebied en wordt daarna omgezet in natuurgebied, tenzij de natuurdoelen reeds behaald worden binnen de op dat moment gerealiseerde natuurkerngebieden.

Meer info kan u nalezen in de nieuwsbrief van september 2014.

Inrichtingsplan
Inrichtingsplan Prosperpolder Zuid
Habitat
Start studies
januari 2009
Bestemming
natuurkerngebied
Voorbereiding
  • Het oorspronkelijke inrichtingsconcept van 2009 werd in 2011 aangepast op basis van voortschrijdend inzicht rond de waterhuishouding, en in 2012 verder bijgestuurd op basis van aanbevelingen vanuit de erfgoedsector en de vraag naar maximale afstemming met de aangrenzende natuurprojecten GGG Doelpolder en Hedwige-Prosperpolder.
  • Het onteigeningsplan voor Prosperpolder Zuid fase 1 is goedgekeurd op 30 april 2013, samen met de definitieve vaststelling van het GRUP 'Afbakening zeehavengebied Antwerpen'. Eind 2013 schorste de Raad van State dit GRUP, maar de schorsing gold niet voor de geplande natuurgebieden. Intussen is het gebied grotendeels in der minne verworven. Voor enkele percelen werd een gerechtelijke onteigeningsprocedure opgestart.
  • Het MER-ontheffingsdossier werd na een eerste negatief advies op basis van verder overleg aangepast, opnieuw ingediend en goedgekeurd.
  • De bouwaanvraag werd ingediend in juli 2014, gevolgd door een infomarkt en openbaar onderzoek. De bouwvergunning werd afgeleverd in april 2015 en de aanbesteding gegund in december 2015.
  • Het archeologisch vooronderzoek startte in februari 2015.

Habitat_grup
Plas en oever
Realisatie

Zodra de verwerving rond is, gaat de inrichting van start. Er worden drie nieuwe dijken aangelegd rondom het gebied. Deze zullen voldoende veiligheid bieden tegen wateroverlast maar toch het landschapsbeeld niet belemmeren, omdat ze maar ongeveer 1,5 meter boven hun omgeving uitkomen.

In het natuurgebied zelf komen twee lagergelegen compartimenteringdijken. Die lopen over de grote eilanden van Prosperpolder Zuid en splitsen het gebied op in drie gedeeltes. Zowel het waterpeil als de hoogte van de eilanden zal variëren, zodat zoveel mogelijk verschillende doelsoorten er hun gading vinden.

Zodra de omringende natuurkernen Prosperpolder Noord en GGG Doelpolder afgewerkt zijn, zal Scheldewater via in- en uitwateringsconstructies vanuit Prosperpolder Noord, door Prosperpolder Zuid naar het GGG Doeldpolder vloeien. In afwachting daarvan wordt er een tijdelijke watertoevoerleiding getrokken vanuit de Prosperhaven naar Prosperpolder Zuid, zodat de natuurontwikkeling hier al van start kan.

Oppervlakte
170 hectare
Beheer

Na afwerking zal het gebied begraasd worden via gebruiksovereenkomsten.

Toekomst

De inname van de Verrebroekse Plassen zal gradueel en met de nodige milderende maatregelen van start gaan zodra de inrichting van Prosperpolder Zuid volledig voltooid is.

In de zone Prosperpolder Zuid fase II (Muggenhoek, zuidwestelijke driehoek van Prosperpolder) wordt een fasering ingebouwd in de ruimtelijke afbakening. Deze zone krijgt tot 2028 de bestemming agrarisch gebied en wordt daarna omgezet in natuurgebied, tenzij zou blijken dat de IHD reeds in voldoende mate zijn behaald. Deze fasering moet toelaten om op basis van bijkomende kennis en ervaring in de andere gebieden de huidige onzekerheid over de benodigde oppervlakte weg te werken.

Ligging
Zuidelijk gedeelte van de Prosperpolder (fase I), gelegen ten noordoosten van de Petrusstraat.
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Trekker
Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen

Putten West

Dit weidevogelgebied vormt één geheel met de Zoetwaterkreek en een zone die in de compensatiematrix van het Deurganckdok voorzien was als 'ecologisch waardevolle polder'.

Type vóór GRUP
tijdelijk natuurcompensatiegebied
Habitat
Weidevogelgebied
Start studies
januari 2003
Compensatiedossier
Deurganckdokproject
Voorbereiding
  • - MER "Aanleg weidevogelgebied en plasdrasgebied Drijdijck en aanleg langgerekte zoetwaterkreek in combinatie met realisatie weidevogelgebied Putten West en alle daarmee onlosmakelijk verbonden ingrepen", Belconsulting, januari 2004
  • - Bouwvergunning verleend i.k.v. het Nooddecreet in april 2004
Bestemming
natuurkerngebied
Habitat_grup
Weidevogelgebied
Start inrichting
augustus 2005
Oppervlakte
52 hectare
Realisatie

Vanaf december 2003 werden de verworven percelen afgeplagd. In 2005-2006 volgden grootschalige graafwerken. Voor de aanleg van het weidevogelgebied werden de aanwezige boomgaarden gerooid, de teellaag werd afgeschraapt, en een kreekprofiel werd uitgegraven. Vervolgens werd het gebied ingezaaid. In 2007 werden afsluitingen en voorzieningen voor begrazing en toegankelijkheid  geplaatst. De resterende bebouwing binnen het gebied werd afgebroken, met uitzondering van de beschermde hoeve Hof ter Walle.

Oppervlakte
60 hectare
Start ontwikkeling
juni 2006
Beheer

Het gebied is sinds broedseizoen 2007 functioneel als weidevogelgebied en wordt beheerd via gebruiksovereenkomsten met lokale landbouwers. Sinds 2011 voert het ANB in de weidevogelgebieden een beheer op maat van elk perceel uit, in samenwerking en nauw overleg met de gebruiker van het blok. Naargelang de ligging en uitgangssituatie werkt het ANB voor elk beheerblok een omvormingsbeheer op maat, in nauw overleg met de betrokken landbouwer.

Voor het broedseizoen 2012 werd houtige opslag gekapt en afgevoerd. 

Toekomst

Ten tijde van het Deurganckdok compensatieplan kon nog geen blijvende compensatiestatus voor dit gebied gegarandeerd worden. Door de goedkeuring van het MMHA als scenario voor de verdere ontwikkeling van de haven krijgt dit natuurcompensatiegebied een permanent karakter als natuurkerngebied.

Ligging
Gelegen tussen de volumebuffer ten oosten van Kieldrecht en ten westen van het gebied ‘Putten Weiden’ (Zeehavengebied met tijdelijke bestemming Valleigebied).
Toegankelijkheid
Te bezichtigen vanop de Oud-Arenberg, Middenstraat en Pillendijk.
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Broedvogels

Krakeend en Slobeend halen meer dan het dubbele van de aantallen van vorig jaar. De bepaalde territoria komen echter niet overeen met het werkelijke broedbestand dat zeker bij de Slobeend een heel stuk lager ligt, gebaseerd op aangetroffen nesten en waargenomen wijfjes met pulli. Van Krakeend en Kuifeend worden, voornamelijk op de eilanden, wel tientallen nesten aangetroffen, zij het lang zoveel niet als het aantal territoria. In juni begonnen minimaal 15 paartjes Geoorde Fuut met nestelen op het middelste eiland. Verschillende paartjes brachten ook jongen groot. De plotse daling van de waterstand in april, twee maand eerder, had geen invloed op het broedseizoen van deze soort. 

Hoewel er zich een zekere concentratie van territoria van de rietvogels is in de zuidelijke hoek, die het habitat 'riet en water' als doelstelling heeft, komen deze soorten verspreid over het hele gebied voor in rietpartijen zowel langs de randen als centraal in het gebied. De tweedelige doelstelling van het gebied in een westelijke en zuidelijke zone voor rietbroeders en een veel groter aanliggend weidevogelgebied blijkt nog niet uit de resultaten.

Net zoals Doelpolder Noord blijft Putten West een weidevogelbastion. Bovendien blijkt er ook een concentratie van nestelende Kieviten en Scholeksters in het landbouwgebied net ten westen van de zuidelijke helft. Deze vogels gebruiken ook het weidevogelgebied, zowel de niet-broedende adulte vogels als de adulte vogels met donsjongen.   

Voor de soorten van 'strand en plas' werpt een adequaat beheer van de eilanden zijn vruchten af. Na het eerste koppel in 2012 kwam nu een kleine kolonie Visdieven tot broeden op het noordelijk eiland. Eén koppel broedde ook weer op het vlot.

Overwinterende vogels

Net zoals in Doelpolder Noord zijn er grote aantallen overwinterende eenden en Kieviten naast het frequent gebruik door overwinterende ganzen, inclusief Brandgans . Het is al gedurende vier opeenvolgende  winters het belangrijkste gebied voor deze soort.  Vlak voor het broedseizoen  is dit de belangrijkste pleisterplaats voor Grutto.

Hydrologie
Grondwaterpeilen in Putten West worden gestuurd door het peil van de Zoetwaterkreek. De hydrologie van de Zoetwaterkreek werd besproken in de fiche van dit deelgebied. Door het reliëf in het terrein zijn echter steeds plas dras foerageerterrein aanwezig in het gebied bij de kreekwaterstanden die zich tot nog toe hebben voorgedaan. Daardoor kan verwacht worden dat de broedvogelpopulatie minder afhankelijk is van de grondwaterstand.
Habitatontwikkeling

Het gebied bestaat uit graslanden, met een variërende graad van verruiging. Deze verruiging wordt door het beheer momenteel teruggedrongen. In de sloten zijn tot soms vrij uitgebreide rietkragen aanwezig.

R2-vlakte

De compensatiematrix voor Deurganckdok voorzag 200 ha streefoppervlakte voor strand- en koloniebroeders, in eerste instantie tijdelijk te realiseren in de gebieden Opgespoten Mida (77 ha), Gedempt deel Doeldok (74 ha) en Vlakte van Zwijndrecht (53 ha). Het RUP Waaslandhaven 1ste fase voorziet ook de mogelijkheid dat binnen het Z-gebied nog andere zones hiervoor in aanmerking kunnen genomen worden. In dit kader werd de R2-vlakte ingeschakeld als aanvullende, tijdelijke strand- en plasvlakte.

Type vóór GRUP
tijdelijk natuurcompensatiegebied
Habitat
Strand en plas
Compensatiedossier
Deurganckdokproject
Bestemming
overig natuurgebied
Voorbereiding

0

Start inrichting
januari 2004
Realisatie

De R2-vlakte is in 2004 ingericht als aanvullende strand- en plasvlakte. De zone werd 'gereset' tot pioniersvegetatie en voorzien van een broedeiland.

In 2010 volgde een gedeeltelijke herinrichting, als compenserende maatregel voor het verlies aan leefgebied van Rugstreeppad i.h.k.v. de aanleg van de 2de sluis. Dit gebied vormt immers een belangrijke schakel in de zogenaamde ‘backbone’ voor Rugstreeppad (Ottburg et.al., 2007): een netwerk van aan elkaar geschakelde leef-, voortplantings- en overwinteringsgebieden. De realisatie van ecologische verbindingen, in westelijke richting met de Haasop en in noordoostelijke richting met de Steenlandpolder, werd hierbij gegarandeerd.

Start ontwikkeling
juni 2004
Beheer

De R2-vlakte wordt jaarlijks gemaaid en het maaisel wordt afgevoerd.

Toekomst

Door de spontane evolutie van de vegetatie zal de R2-vlakte stilaan aan belang verliezen als aanvullende strand- en plasvlakte. Deze zone zal echter een ondersteunende rol blijven spelen als onderdeel van het netwerk van Ecologische Infrastructuur en van de ‘backbone’ voor Rugstreeppad

Ligging
Zone tussen op- en afrittencomplex R2, in de nabijheid van Zuidelijke Groenzone/Haasop en Steenlandpolder
Toegankelijkheid
Te bezichtigen via de kijkwand met trap, toegankelijk vanaf de Steenlandlaan.
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Trekker
Agentschap voor Natuur en Bos
Broedvogels

Voor de inrichting was dit ten dele een ondiepe plas met open zand. Toen kwamen hier ook Kluten tot broeden. Door de vegetatiesuccessie langs de plasranden, met riet, lisdodde en andere moerasplanten, nemen de soorten van ‘Riet en water’ hier toe. Ook voor soorten van ‘Plas en oever’ is dit gebied een kleine schakel in het geheel op Linkeroever. De twee territoria van Kleine Plevier werden aangetrokken door de voor Rugstreeppad ingerichte zone naast de al bestaande plas.

Hydrologie
In dit gebied gebeurde geen hydrologische opvolging

Schor Ouden Doel

Het buitendijks gebied tot aan de Schelde is een brakwaterschor. Het gebied staat onder invloed van getijdenwerking en wordt zowel door zout water vanuit de Noordzee als door zoet water vanuit de Schelde overspoeld. Het slikgedeelte komt tweemaal daags onder water. De hoger gelegen schorren lopen alleen onder bij storm en springtij. Het gebied werd in 1993 aangekocht door Natuurreservaten vzw, nu Natuurpunt vzw.

Type vóór GRUP
bestaand natuurgebied
Habitat
Habitat
Slik en schor
Voorbereiding

0

Bestemming
natuurkerngebied
Habitat_grup
Slik en schor
Realisatie

0

Start ontwikkeling
juli 1999
Beheer

Tot in de jaren '70 werd het schor door runderen begraasd, maar door de dijkverhogingen (sigmaplan) was er geen uitwijkmogelijkheid meer voor de dieren en diende de begrazing te worden stopgezet. Riet en andere planten verdrongen vrij snel de typische schorrenplanten. Om de verruiging van het gebied tegen te gaan werd in juni 1999 opnieuw een begrazingsproject opgestart.

http://www.natuurpuntwal.be/index.php?page=schor-ouden-doel

Toekomst

Bij de afwerking van het Hedwige-Prosperproject wordt ter hoogte van het Schor Ouden Doel een grote bres gemaakt in de Scheldedijk, langs waar  tweemaal per dag Scheldewater in het ontpolderde gebied zal stromen. Het schor zal geleidelijk aan één geheel vormen met het nieuwe estuariene gebied.

Ligging
Aan de rivierzijde van de Schelde in de Prosperpolder, de noordelijkste uithoek van het Waasland op de grens met Nederland. Ten noorden van het gebied ligt het befaamde 'verdronken land van Saeftinghe' en aan de overkant reikt een gelijkaardig schorrenreservaat, het Galgenschoor. Binnendijks werd Doelpolder Noord aangelegd en is het toekomstige getijdengebied Posperpolder Noord in realisatie.
Toegankelijkheid
Te bezichtigen vanop de dijk
Beheerder
Natuurpunt-WAL

Spaans Fort

Uit de passende beoordeling bleek dat de realisatie van het ‘Logistiek Park Waasland fase 1’ leidt tot 20 hectare biotoopverlies ‘Riet en Water’. Naast deze compensatienoodzaak diende een populatie Groenknolorchis binnen de perimeter van het voorziene Logistiek Park duurzaam behouden te blijven en kwam eveneens de vraag van het GHA voor samenwerking rond een compensatie voor Rugstreeppad i.h.k.v. de Vopak-terminal, die ook gevonden kon worden binnen deze perimeter. Er werd een voorstel uitgewerkt dat een combinatie vormt van deze 3 factoren, verspreid over 2 deelgebieden: 12 hectare in de Haasop en 8 ha in de zone 'Spaans Fort'. 

Type vóór GRUP
blijvend natuurcompensatiegebied
Habitat
Habitat
Riet en water
Compensatiedossier
Logistiek Park Waasland
Start studies
juni 2008
Bestemming
ecologische infrastructuur
Start inrichting
februari 2009
Habitat_grup
Riet en water
Realisatie

De inrichtingswerken in de zone ‘Spaans Fort’ werden in januari ’10 beëindigd. Er werden 2 grotere plassen aangelegd, die ter hoogte van de bocht in het woongehucht via een ondergrondse verbinding met elkaar werden verbonden. Verder omvat het combinatievoorstel in dit deelgebied een aantal kleinere ingrepen ter versterking van het netwerk van ecologische infrastructuur binnen het havengebied: de aanleg van een oeverzwaluwwand (rode lijstsoort) en van 3 kleinere poelen als leefgebied voor de Rugstreeppad (Bijlage IV van de Habitatrichtlijn) en het behoud van een aantal populierenrijen als landschapsverbinding voor Vleermuizen (bijlage IV van de Habitatrichtlijn).

De vrijgekomen grond werd gebruikt voor de verdere uitbouw van landschapsdijken die de impact van de achterliggende havenactiviteiten en het ermee gepaard gaande verkeer op de omliggende woonkernen moeten helpen verminderen.  

Oppervlakte
8 hectare
Start ontwikkeling
januari 2010
Oppervlakte
8 hectare
Beheer

Natuurpunt-WAL maakt een beheerplan op voor het gebied i.h.k.v. het project ‘de Antwerpse Haven Natuurlijker’. Deze visie omvat de aanleg en het beheer van een wandelpad op de bufferdijk, en de aanplant van een bosrand als buffer. De Beheercommissie steunt de keuze om in het Spaans Fort zover mogelijk tegemoet te komen aan de wensen van en beleefbaarheid voor de omgeving, zij het zonder de natuurdoelstellingen hierdoor te hypothekeren.

Ligging
Het gebied ‘Spaans Fort’ wordt begrensd door de Sint-Michielsstraat en het gebied ‘Drijdijck’ in het noorden, de landschapsdijk Verrebroek in het oosten, de Sluisstraat en toegangsweg naar pompstation Watermolen in het zuiden en door de Watermolendijk en Spaans Fort in het westen.
Toegankelijkheid
Het natuurgebied is beperkt toegankelijk voor bezoekers: over een lengte van 100 meter werd de betonverharding van de Sint-Michielsstraat behouden als wandelpad. Het wandelpad geeft toegang tot een halfverhard uitkijkplatform op het verbrede gedeelte van de landschapsdijk. Langs de weg van het Spaans Fort is parkeergelegenheid voorzien voor wagens en bussen.
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Trekker
Maatschappij LSO

Steenlandpolder

De Steenlandpolder was opgenomen in het compensatieplan voor het Deurganckdokproject als tijdelijke compensatie voor het habitat 'Riet en water' met een streefoppervlakte van 10 hectare, te behalen bovenop het bestaande rietbiotoop binnen een ruimere zoekzone.

In het noordelijke deel bevinden zich kreekrestanten van de Melkader. Het zuidelijke deel is opmerkelijk lager gelegen en heeft een kleiige ondergrond. Vóór de inrichting was het gebied deels in akkergebruik en deels braakliggend. In het zuidelijke deel waren naast akkers en weiden ook 'historisch permanente graslanden' aanwezig. Het gebied was sinds het gewestplan van '78 gereserveerd voor de aanleg van spoorinfrastructuur.

Type vóór GRUP
tijdelijk natuurcompensatiegebied
Habitat
Habitat
Riet en water
Start studies
januari 2002
Compensatiedossier
Deurganckdokproject
Voorbereiding

In oktober 2002 werd een natuurontwikkelingsplan opgemaakt. De stedenbouwkundige vergunning voor de inrichting werd verleend ikv het Nooddecreet en omvatte het verbreden van aanwezige grachten, verhogen van het waterpeil en verlagen van het maaiveld. In 2004 werd een beheervisie opgemaakt voor het gebied.

Bestemming
ecologische infrastructuur
Habitat_grup
Riet en water
Start inrichting
januari 2003
Oppervlakte
10 hectare
Realisatie

In het noordelijke gedeelte werden enkele plassen aangelegd. In het zuidelijke gedeelte omvatte de inrichting het verbreden van bestaande grachten zodat het aanwezige riet zich kon uitbreiden. De aanleg van de rotonde 'Kruipin' zorgde vanaf 2006 voor een aanzienlijke verdere vernatting van het zuidelijke gedeelte, waardoor de natte weilanden in korte tijd ontwikkelden tot een klein, maar weinig verstoord rietland.

Start ontwikkeling
maart 2003
Beheer

Het gebied is sinds broedseizoen 2003 functioneel. De ruige graslanden in het noordelijke gedeelte worden jaarlijks gemaaid om distels te bestrijden. Verder is het beheer beperkt tot bewaken van het waterpeil.

Sinds eind 2008 is het noordelijke deel van de Steenlandpolder ingenomen als werfzone voor de aanleg van de Liefkenshoekspoorverbinding of ‘Tweede spoorverbinding onder de Schelde’. Het biotoopverlies dat ten gevolge van dit project optreedt in de Steenlandpolder en de Haasop, werd gecompenseerd door de creatie van het natuurkerngebied ‘Rietveld Kallo’.

Toekomst

In het GRUP voor de afbakening van het zeehavengebied van Antwerpen zijn de restanten van de Steenlandpolder ingekleurd als 'reservatiestrook voor infrastructuur, met medegebruik voor ecologische infrastructuur'. Dit houdt in dat het gebied nog beperkte ecologische functies kan vervullen, maar de hoofdfunctie is de aanleg van infrastructuur of leidingen. 

Binnen het netwerk van ecologische infrastructuur is de Steenlandpolder een belangrijke schakel voor Rugstreeppad. Begin 2015 wordt het gebied deels heringericht als voortplantingsgebied voor deze soort, die op zijn jaarlijkse tocht heel de haven doorkruist.

Ligging
Gelegen tussen de Steenlandlaan en de R2, aan beide zijden van het op- en afrittencomplex.
Toegankelijkheid
Door zijn ligging tussen de spoorlijn en de drukbereden R2 en Steenlandlaan is dit gebied minder attractief. De bestaande wegen zijn toegankelijk en er staat een infobord.
Beheerder
Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen
Trekker
Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen
Broedvogels

Op de Steenlandpolder kwam in 2013 één van de slechts 7 paartjes Bruine Kiekendief in het Linkerscheldeoevergebied tot broeden. De ruime afwijkingen van sommige soorten tegenover de voorgaande jaren zijn wellicht te wijten aan een lagere inventarisatie-inspanning en het feit dat de richtlijnen voor de territoriumkartering niet volledig gevolgd werden.

Overwinterende vogels

Steenlandpolder is een relatief klein gebied dat ondertussen voor een groot deel verriet is (zuidelijk deel). In het noordelijk deel is er sinds enkele winters een lagere waterstand. Er overwinteren dan ook maximaal enkele tientallen watervogels.

peilverloop Steenlandpolder zuid gedurende het ganse jaar 2007-2015
Hydrologie
Steenlandpolder zuid is een sterk grondwater gevoed systeem dat ook in droge omstandigheden goed water houdt. De peilverlopen geven wel duidelijk een invloed aan van de werken van de Liefkenshoek spoortunnel. Dit leidde tot hoge peilen in 2011 en begin 2012. In 2013 lag het peil terug iets lager, maar nog steeds hoger dan voor de werken. Dit is op zich goed. Sindsdien is het winterpeil stabiel. Het zomerpeil was ook hier laag ten gevolge van de droogte.
Habitatontwikkeling

Steenlandpolder werd in 2013 opnieuw gekarteerd. Nevenstaande figuur geeft een vergelijk tussen het rietoppervlak bij deze laatste kartering en de kartering in 2009. Daarin zien we twee evoluties. Enerzijds is er een verlies aan riet in het zuidelijk deel ten gevolge van de aanleg van de Liefkenshoek spoorverbinding. Anderzijds is het rietareaal in het noordelijk deel uitgebreid. In 2009 was het totale rietareaal 9,9ha. In 2013 was dit 9,4ha. Delen waar riet aanwezig is met lage bedekking (lichtgeel op de figuur) werden in deze berekening niet meegenomen.

Zoetwaterkreek

Deze kreek vormt één geheel met het weidevogelgebied 'Putten West' en een zone die in de compensatiematrix van het Deurganckdok voorzien was als 'ecologisch waardevolle polder'.

Type vóór GRUP
blijvend natuurcompensatiegebied
Habitat
Habitat
Riet en water
Start studies
januari 2004
Compensatiedossier
Deurganckdokproject
Bestemming
natuurkerngebied
Voorbereiding

  • - MER "Aanleg weidevogelgebied en plasdrasgebied Drijdijck en aanleg langgerekte zoetwaterkreek in combinatie met realisatie weidevogelgebied Putten West en alle daarmee onlosmakelijk verbonden ingrepen", Belconsulting, januari 2004
  • - Bouwvergunning verleend i.k.v. het Nooddecreet in april 2004
Start inrichting
augustus 2005
Habitat_grup
Riet en water
Oppervlakte
18 hectare
Realisatie

Vanaf december 2003 werden de verworven percelen afgeplagd. In 2005-2006 volgden grootschalige graafwerken. Voor de aanleg van het weidevogelgebied werden de aanwezige boomgaarden gerooid, de teellaag werd afgeschraapt, en een kreekprofiel werd uitgegraven. Vervolgens werd het gebied ingezaaid. In 2007 werden afsluitingen en voorzieningen voor begrazing en toegankelijkheid  geplaatst. De resterende bebouwing binnen het gebied werd afgebroken, met uitzondering van de beschermde hoeve Hof ter Walle.

Oppervlakte
33 hectare
Start ontwikkeling
juni 2006
Oppervlakte netto
18 hectare
Beheer

De doelstellingen voor riet en water, weidevogelgebied en ecologisch waardevolle polder zijn gecombineerd in Putten West en de Zoetwaterkreek als geheel. Momenteel is er binnen het gebied eerder een overschot aan oppervlakte weidevogelgebied t.o.v. de andere doelstellingen. Bovendien worden de doelstellingen voor weidevogels reeds gehaald, maar presteren rietvogels nog ondermaats. Een omzetting van een deel weidevogelgebied naar riet en water binnen het compensatienetwerk is dus te verantwoorden. Een zo groot mogelijke oppervlakte aaneengesloten habitat verdient echter de voorkeur boven mozaiëkvorming.

In 2012 werd verder bekeken hoe de doelstellingen voor weidevogelgebied en riet en water optimaal verdeeld kunnen worden tussen Putten West-Zoetwaterkreek en Drijdijck. Er werd beslist om de noordelijke punt van Drijdijck en het noordelijke en zuidelijke derde van de Zoetwaterkreek te gaan beheren in functie van rietontwikkeling. Langs het middendeel van de Zoetwaterkreek zal een weidevogelbeheer gevoerd worden. Deze uitwisseling van doelstellingen geeft meer garantie op optimaal habitat en maakt een kostenefficiënter beheer mogelijk. De zone waar eerder riet aangeplant werd, werd in 2012 uitgerasterd tegen vraat en heraangeplant.

In mei ’12 werden nestvlotten voor Visdief geplaatst in de Zoetwaterkreek.  De eilanden in de kreek worden elk najaar manueel gemaaid.

Toekomst

Dit gebied maakt samen met het aangrenzende Putten West en tussenliggende blok 'ecologisch waardevolle polder' deel uit van de natuurkernstructuur, die tegen 2030 de natuurdoelen voor de speciale beschermingszones moet kunnen herbergen.

Ligging
‘Gelegen ten westen van het niet te dempen deel van het Doeldok en ten oosten van Kieldrecht, binnen het ecologisch deel van de bufferzone’. Dit gebied vormt één geheel met het naastgelegen weidevogelgebied Putten West.
Toegankelijkheid
Te bezichtigen vanop de openbare weg rondom en vanaf de kijkwand op de bufferdijk langs de havenkant.
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Broedvogels

Dit gebied wordt voor broedvogels samen besproken met Putten West, waarmee het een functionele eenheid vormt.

Krakeend en Slobeend halen meer dan het dubbele van de aantallen van vorig jaar. De bepaalde territoria komen echter niet overeen met het werkelijke broedbestand dat zeker bij de Slobeend een heel stuk lager ligt, gebaseerd op aangetroffen nesten en waargenomen wijfjes met pulli. Van Krakeend en Kuifeend worden, voornamelijk op de eilanden, wel tientallen nesten aangetroffen, zij het lang zoveel niet als het aantal territoria. In juni begonnen minimaal 15 paartjes Geoorde Fuut met nestelen op het middelste eiland. Verschillende paartjes brachten ook jongen groot. De plotse daling van de waterstand in april, twee maand eerder, had geen invloed op het broedseizoen van deze soort.

Hoewel er zich een zekere concentratie van territoria van de rietvogels is in de zuidelijke hoek, die het habitat Riet & water als doelstelling heeft, voordoet, komen deze soorten verspreid over het hele gebied voor in rietpartijen zowel langs de randen als centraal in het gebied. De tweedelige doelstelling van het gebied in een westelijke en zuidelijke zone voor rietbroeders en een veel groter aanliggend weidevogelgebied blijkt nog niet uit de resultaten.

Net zoals Doelpolder Noord blijft Putten West een weidevogelbastion. Bovendien blijkt er ook een concentratie van nestelende Kieviten en Scholeksters in het landbouwgebied net ten westen van de zuidelijke helft. Deze vogels gebruiken ook het weidevogelgebied, zowel de niet-broedende adulte vogels als de adulte vogels met donsjongen.   

Voor de soorten van 'strand en plas' werpt een adequaat beheer van de eilanden zijn vruchten af. Na het eerste koppel in 2012 kwam nu een kleine kolonie Visdieven tot broeden op het noordelijk eiland. Eén koppel broedde ook weer op het vlot.

Overwinterende vogels

Dit gebied wordt voor overwinterende vogels samen besproken met Putten West, waarmee het een functionele eenheid vormt.

Net zoals in Doelpolder Noord zijn er in Putten West grote aantallen overwinterende eenden en Kieviten naast het frequent gebruik door overwinterende ganzen, inclusief Brandgans . Het is al gedurende vier opeenvolgende  winters het belangrijkste gebied voor deze soort.  Vlak voor het broedseizoen  is dit de belangrijkste pleisterplaats voor Grutto.

 

peilverloop Zoetwaterkreek gedurende het ganse jaar 2007-2015
Hydrologie
Het peilverloop van de Zoetwaterkreek volgde het neerslagoverschot vrij goed tot en met 2011. 2008 was een zeer nat voorjaar waarin de peilen gedurende het ganse broedseizoen hoog bleven. 2010 en 2011 waren warme droge jaren, waarin het peil dieper wegzakte tijdens het broedseizoen. In 2012 was er ondanks het zeer natte voorjaar toch een sterke peildaling, doordat in het noordelijk deel een door onbekenden een doorsteek was gemaakt die het water deed weglopen. Ook in 2013 werd opnieuw een dergelijke doorsteek vastgesteld. Doordat dit probleem vroeger werd gevonden, kon er sneller worden ingegrepen en daalde het peil minder sterk dan in 2012. In 2014 deed een dergelijke calamiteit zich niet meer voor. Een daling tot 1,5mTAW of dieper, die zich ten gevolge van de calamiteit in 2012 en 2013 reeds in mei voordeed, gebeurde in 2014 op natuurlijke manier pas tegen het einde van het broedseizoen. In 2015 zakte het peil op natuurlijke wijze vrij diep weg door het droge voorjaar.
Habitatontwikkeling

Riet heeft zich langs de oevers van de Zoetwaterkreek al deels ontwikkeld in de zuidelijke hoek, dit zowel spontaan als door het aanbrengen en beschermen van wortelgestellen. De oppervlakte is echter nog zeer beperkt.

Putten Weiden

Door de aanwezigheid van oude kreekrestanten waarin veenvorming plaatsvond, ontstond door turfwinning in de Middeleeuwen een netwerk van grachten en greppels. Dit uitgesproken microreliëf is nog steeds zichtbaar in de oude weilanden van Putten Weiden. Het gebied herbergt meer dan 200 verschillende plantensoorten waarvan 35 zeldzame, zoals de zilte greppelrus, schorrenzoutgras en blauw kweldergras. Putten Weiden dankt zijn unieke natuurwaarden aan het opborrelende grondwater, ook kwelwater genoemd, dat een beetje zout is door een zouthoudende veenlaag in de ondergrond. Door de combinatie van zoute kwel, de bodem met veen en het microreliëf ontwikkelden zich hier zeldzame zilte graslanden. 

Type vóór GRUP
bestaand natuurgebied
Voorbereiding

0

Bestemming
haven/industrie/infrastructuur
Realisatie

0

Oppervlakte
45 hectare
Oppervlakte netto
45 hectare
Beheer

Het belangrijkste beheer bestaat in het opvolgen en sturen van het waterpeil in functie van de zilte vegetatie. Door bestaande problemen in de waterhuishouding is dit niet steeds evident en staat het waterpeil regelmatig te hoog. Daarom wordt gewerkt aan een duurzame oplossing voor de afwatering van de Arenbergpolder.

Toekomst

Door de goedkeuring van het MMHA als scenario voor de verdere ontwikkeling van de haven ligt vast dat het aangrenzende natuurgebied Putten Weiden zal komen te vervallen voor de aanleg van de  'Primaire Havenweg West. De Achtergrondnota Natuur en het MMHA voorzien om de waardevolle zilte vegetatie te verplaatsen naar afgebakende zones binnen de Nieuw Arenbergpolder. De bodem en het grondwater in deze zones vertonen immers gelijkaardige kenmerken en kunnen mits geschikte inrichting en beheer uitgroeien tot een gelijkwaardig gebied. Momenteel loopt een onderzoek naar de beste methode om zilte vegetatie succesvol te transplanteren naar andere geschikte gebieden.

Ligging
In de driehoek gevormd door het Doeldok, de Middenstraat en de Dijk van de Oud-Arenbergpolder
Toegankelijkheid
Goed te bezichtigen vanop het wandelparcours Oud Arenberg, Middenstraat, Dijk van de Oud-Arenbergpolder, voetwegel. Er is een luisterpad met zitbanken en een laarzenpad.
Beheerder
Agentschap voor Natuur en Bos
Hydrologie
Vanaf 2007 werd de intensiteit van hoge winterpieken groter. Vanaf 2010 volgde ook een algemene peilstijging, met een sterke verhoging van de winterpieken. De zilte vegetatie is niet goed bestand tegen dergelijke hoge winterinundaties. De algemene peilstijging zorgt ook voor een verschuiving in het vegetatiepatroon, waarbij zilte rusgraslanden opschuiven naar hogere lokaties. De algemene peilstijging zorgt er echter ook voor dat delen van het terrein niet meer goed bereikbaar zijn voor het vee, en minder begraasd worden, wat leidt tot toename van riet en rompgemeenschappen gedomineerd door Zulte. Een goed onderhoud van de afwatering is essentieel voor dit gebied. Dit houdt in dat de grachten weg van het gebied tijdig moeten worden geruimd om ze goed open te houden, dat de gracht in het gebied wordt opengehouden en ook dat de uitloop van de plas naar de gracht in het gebied voldoende ruim en open gehouden wordt om een goede doorstroming te verzekeren.